Met groeiende verbazing volg ik de verklaringen van de experts. "Volhouden, afstand houden, we zijn er bijna. Op de trein aan een raam zitten. Maximaal 30 minuten in een winkel." Ik twijfel er niet aan dat de maatregelen nodig en weloverwogen zijn, maar soms komen ze ronduit dwaas over, ervan uitgaand dat iedereen wel gedwee zal volgen. Dat deden we ook, vorig jaar in maart. Toen hadden we nog moed en gingen we die crisis wel even doorkomen. Maar een maand werd twee maanden en twee maanden werden een kwartaal, tot dat kwartaal een jaar werd. En toen was het te veel. De vraag is hoelang je die inspanningen van een bevolking kunt vragen. Niet zo lang als de regering nu van ons vraagt.

Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat onze beleidsmakers de voeling met de bevolking verliezen. Ze zitten in een ivoren toren. Dat blijkt uit gesprekken die ik voerde met mensen in mijn omgeving. Zo wilde iemand ons telefoongesprek afsluiten omdat ze naar de kapper moest. De kappers waren niet open, dus is er een zwart circuit. Dat is begrijpelijk voor ondernemers, die huur en andere kosten betalen, maar niet solidair met de meerderheid die gedwee sluit en zijn vaste kosten blijft afdragen.

Enkele dagen later had ik contact met een zakenrelatie die zich in een clandestien restaurant bevond. Het was niet de eerste keer dat ik daarmee werd geconfronteerd. Mensen zoeken elkaar op geheime plaatsen op. Dat is misschien ook niet zo correct tegenover de horeca-uitbaters die de deuren wel gesloten houden. De inkomsten van de clandestiene restaurateurs kunnen bovendien niet officieel zijn, omdat hun activiteit officieel niet mag bestaan. Dat is ook niet solidair met hun sectorgenoten, maar vooral niet met de bedrijven die deze crisis overleven en vroeg of laat de overheidsrekening mee mogen betalen. Het is ieder voor zich.

U hebt ons niet meer mee, beste regering.

Even later ging ik wandelen met enkele vriendinnen en hoorde ik het verhaal dat een van de dochters naar de Côte d'Azur was vertrokken, "want ze moest er even uit". Ik stond versteld. Ze had tijdens de autorit door Frankrijk, met een Belgische nummerplaat, geen controle gehad. Dat het leuk was geweest, en dat het zo erg niet was. Ik begrijp dat. Maar misschien willen we er allemaal even tussenuit. We zijn uitgewandeld.

Er is een clandestien circuit gegroeid naast het reglementaire circuit dat moest sluiten. Dat is moeilijk, vooral voor de zaakvoerders die de regels volgen om snel te kunnen heropenen. Moeilijk voor hen die investeerden in schermen, handgels en wegwerpmantels om in orde te zijn met de regels. Moeilijk voor iedere ondernemer die belastingen betaalt op de weinige winst van vorig jaar. Ik heb er een dubbel gevoel bij. Zonder expert te willen zijn, is het mijn overtuiging dat de economische schade met wat meer nuances beperkter kon blijven.

Het is een beleid van twee maten en twee gewichten, waardoor ijskraampjes veel volk trekken, maar de crèmerie geen dame blanche mag verkopen, waardoor broodjeszaken boetes krijgen als mensen op een bankje gaan zitten om hun broodje op te eten, terwijl op bankjes langs wandelpaden mensen hun eigen hapjes en wijn mogen nuttigen. We begrijpen het niet meer. Ik begrijp het niet meer. Solidariteit ligt me na aan het hart, maar als dat overboord wordt gegooid door sommigen die geen belastingen betalen op hun clandestiene activiteiten, brokkelt de solidariteit langzaam af.

U hebt ons niet meer mee, beste regering. Kom uit uw ivoren toren, kijk om u heen en zorg voor consequenties. Voor iedereen. Er is bereidheid om hierdoor te komen, maar de regels mogen best wat minder kafkaiaans en wat consequenter. Alleen dan krijgt u een ploeg van elf miljoen.

Met groeiende verbazing volg ik de verklaringen van de experts. "Volhouden, afstand houden, we zijn er bijna. Op de trein aan een raam zitten. Maximaal 30 minuten in een winkel." Ik twijfel er niet aan dat de maatregelen nodig en weloverwogen zijn, maar soms komen ze ronduit dwaas over, ervan uitgaand dat iedereen wel gedwee zal volgen. Dat deden we ook, vorig jaar in maart. Toen hadden we nog moed en gingen we die crisis wel even doorkomen. Maar een maand werd twee maanden en twee maanden werden een kwartaal, tot dat kwartaal een jaar werd. En toen was het te veel. De vraag is hoelang je die inspanningen van een bevolking kunt vragen. Niet zo lang als de regering nu van ons vraagt.Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat onze beleidsmakers de voeling met de bevolking verliezen. Ze zitten in een ivoren toren. Dat blijkt uit gesprekken die ik voerde met mensen in mijn omgeving. Zo wilde iemand ons telefoongesprek afsluiten omdat ze naar de kapper moest. De kappers waren niet open, dus is er een zwart circuit. Dat is begrijpelijk voor ondernemers, die huur en andere kosten betalen, maar niet solidair met de meerderheid die gedwee sluit en zijn vaste kosten blijft afdragen. Enkele dagen later had ik contact met een zakenrelatie die zich in een clandestien restaurant bevond. Het was niet de eerste keer dat ik daarmee werd geconfronteerd. Mensen zoeken elkaar op geheime plaatsen op. Dat is misschien ook niet zo correct tegenover de horeca-uitbaters die de deuren wel gesloten houden. De inkomsten van de clandestiene restaurateurs kunnen bovendien niet officieel zijn, omdat hun activiteit officieel niet mag bestaan. Dat is ook niet solidair met hun sectorgenoten, maar vooral niet met de bedrijven die deze crisis overleven en vroeg of laat de overheidsrekening mee mogen betalen. Het is ieder voor zich. Even later ging ik wandelen met enkele vriendinnen en hoorde ik het verhaal dat een van de dochters naar de Côte d'Azur was vertrokken, "want ze moest er even uit". Ik stond versteld. Ze had tijdens de autorit door Frankrijk, met een Belgische nummerplaat, geen controle gehad. Dat het leuk was geweest, en dat het zo erg niet was. Ik begrijp dat. Maar misschien willen we er allemaal even tussenuit. We zijn uitgewandeld. Er is een clandestien circuit gegroeid naast het reglementaire circuit dat moest sluiten. Dat is moeilijk, vooral voor de zaakvoerders die de regels volgen om snel te kunnen heropenen. Moeilijk voor hen die investeerden in schermen, handgels en wegwerpmantels om in orde te zijn met de regels. Moeilijk voor iedere ondernemer die belastingen betaalt op de weinige winst van vorig jaar. Ik heb er een dubbel gevoel bij. Zonder expert te willen zijn, is het mijn overtuiging dat de economische schade met wat meer nuances beperkter kon blijven. Het is een beleid van twee maten en twee gewichten, waardoor ijskraampjes veel volk trekken, maar de crèmerie geen dame blanche mag verkopen, waardoor broodjeszaken boetes krijgen als mensen op een bankje gaan zitten om hun broodje op te eten, terwijl op bankjes langs wandelpaden mensen hun eigen hapjes en wijn mogen nuttigen. We begrijpen het niet meer. Ik begrijp het niet meer. Solidariteit ligt me na aan het hart, maar als dat overboord wordt gegooid door sommigen die geen belastingen betalen op hun clandestiene activiteiten, brokkelt de solidariteit langzaam af. U hebt ons niet meer mee, beste regering. Kom uit uw ivoren toren, kijk om u heen en zorg voor consequenties. Voor iedereen. Er is bereidheid om hierdoor te komen, maar de regels mogen best wat minder kafkaiaans en wat consequenter. Alleen dan krijgt u een ploeg van elf miljoen.