Internationale investeerders, die met hun geld stemmen en dus niet lichtzinnig te werk gaan, hebben hun geloof in de Amerikaanse economie nog niet verloren. Het beleid van president Donald Trump mag dan alles behalve stabiliteit en vertrouwen uitstralen, de rest van de wereld belegt zijn internationale reserves nog altijd voor 60 procent in Amerikaanse dollar. Dat zal nog jaren zo blijven, ook als Trump straks nog eens vier jaar de plak mag zwaaien in het Witte Huis.

'Make America great again', was de slagzin van Trump bij zijn verkiezing in 2016. Wie voorbij de retoriek kijkt, moet vaststellen dat er weinig veranderd is. De Amerikaanse economie groeide tot voor het uitbreken van de coronacrisis met 2,5 procent per jaar, ongeveer evenveel is als onder president Obama. In de eerste drie jaar onder president Trump kwamen er 6,3 miljoen banen bij, iets minder dan onder Obama in een zelfde tijdsperiode.

Trump heeft niet veel veranderd.

Trump verwijst graag naar de recordrace op Wall Street, om het succes van zijn beleid te bewijzen, maar de hoge aandelenkoersen zijn vooral te danken aan het expansieve geldbeleid van de Amerikaanse centrale bank, de inkoop van eigen aandelen door Amerikaanse bedrijven, een belastingverlaging en de vette cashflows van Big Tech. Trump blinkt wel uit door een oplopend begrotingstekort. Zijn belastingverlaging geeft de economie geen zweepslag, maar zet de federale begroting op een pad van oplopende tekorten en schulden.

'America First' was een ander speerpunt van Trumps beleid. Het handelstekort met China raakt echter niet gedicht, de Amerikaanse rust belt kwam niet tot leven, maar de hele wereld betaalt wel de prijs voor de verstoorde handelsrelaties en aanvoerketens. Dat zal de doorsnee-Amerikaan worst wezen, maar mogelijk vergeeft Joe Sixpack minder makkelijk zijn lakse houding in de coronacrisis. Ook in de VS treft die de meest kwetsbare groepen het hardst. Zij hoeven in een verdeelde samenleving op niet veel sympathie van de president te rekenen. Het wordt voor de volgende president lastig om economische voorspoed te bouwen op een sociaal kerkhof.

Internationale investeerders, die met hun geld stemmen en dus niet lichtzinnig te werk gaan, hebben hun geloof in de Amerikaanse economie nog niet verloren. Het beleid van president Donald Trump mag dan alles behalve stabiliteit en vertrouwen uitstralen, de rest van de wereld belegt zijn internationale reserves nog altijd voor 60 procent in Amerikaanse dollar. Dat zal nog jaren zo blijven, ook als Trump straks nog eens vier jaar de plak mag zwaaien in het Witte Huis.'Make America great again', was de slagzin van Trump bij zijn verkiezing in 2016. Wie voorbij de retoriek kijkt, moet vaststellen dat er weinig veranderd is. De Amerikaanse economie groeide tot voor het uitbreken van de coronacrisis met 2,5 procent per jaar, ongeveer evenveel is als onder president Obama. In de eerste drie jaar onder president Trump kwamen er 6,3 miljoen banen bij, iets minder dan onder Obama in een zelfde tijdsperiode. Trump verwijst graag naar de recordrace op Wall Street, om het succes van zijn beleid te bewijzen, maar de hoge aandelenkoersen zijn vooral te danken aan het expansieve geldbeleid van de Amerikaanse centrale bank, de inkoop van eigen aandelen door Amerikaanse bedrijven, een belastingverlaging en de vette cashflows van Big Tech. Trump blinkt wel uit door een oplopend begrotingstekort. Zijn belastingverlaging geeft de economie geen zweepslag, maar zet de federale begroting op een pad van oplopende tekorten en schulden.'America First' was een ander speerpunt van Trumps beleid. Het handelstekort met China raakt echter niet gedicht, de Amerikaanse rust belt kwam niet tot leven, maar de hele wereld betaalt wel de prijs voor de verstoorde handelsrelaties en aanvoerketens. Dat zal de doorsnee-Amerikaan worst wezen, maar mogelijk vergeeft Joe Sixpack minder makkelijk zijn lakse houding in de coronacrisis. Ook in de VS treft die de meest kwetsbare groepen het hardst. Zij hoeven in een verdeelde samenleving op niet veel sympathie van de president te rekenen. Het wordt voor de volgende president lastig om economische voorspoed te bouwen op een sociaal kerkhof.