Zelfgenoegzaamheid. Verkeerde inschattingen. Politieke inmenging. Het buitenspel zetten van de eigen raad van bestuur. De toezichthouder van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) is niet mals voor het IMF en voor de rol die het speelde in de Europese schuldencrisis. Die interne toezichthouder, The Independent Evaluation Office (IEO), publiceerde gisteren zijn bevindingen. Het rapport is bestemd voor de raad van bestuur van het IMF, en gaat dus over het hoofd van IMF-directeur Christine Lagarde. De niet-Europese aandeelhouders van het IMF zullen het rapport graag lezen. Zij zijn van oordeel dat het IMF een voorkeursbehandeling aan Europa gaf en krijgen nu gelijk van het IEO.
...

Zelfgenoegzaamheid. Verkeerde inschattingen. Politieke inmenging. Het buitenspel zetten van de eigen raad van bestuur. De toezichthouder van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) is niet mals voor het IMF en voor de rol die het speelde in de Europese schuldencrisis. Die interne toezichthouder, The Independent Evaluation Office (IEO), publiceerde gisteren zijn bevindingen. Het rapport is bestemd voor de raad van bestuur van het IMF, en gaat dus over het hoofd van IMF-directeur Christine Lagarde. De niet-Europese aandeelhouders van het IMF zullen het rapport graag lezen. Zij zijn van oordeel dat het IMF een voorkeursbehandeling aan Europa gaf en krijgen nu gelijk van het IEO.In de periode 2010-2014 gaf het IMF in verschillende schijven omvangrijke noodleningen aan Griekenland, Ierland, Portugal en in mindere mate aan Cyprus. Het IMF deed dit in een trojka met de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank (ECB). Vooral Duitsland hamerde op de participatie van het IMF in de reddingsoperaties van de noodlijdende eurolanden, om de bijbehorende harde besparingsmaatregelen meer legitimiteit te geven met de stempel van het IMF. Maar puur financieel had het rijke Europa de steun van het IMF - en eigenlijk de steun van de landen die armer waren dan de eurolanden - niet nodig om de eurocrisis te bedwingen. Normaal gezien verstrekt het IMF pas noodleningen als het betrokken land op weg is naar economisch herstel en als de schuldpositie weer houdbaar is geworden. Dat basisprincipe van het IMF werd in het geval van Griekenland in 2010 zwaar geschonden. De technische analyse van het IMF stond volgens de toezichthouder mogelijk van in het begin onder politieke druk van de Europese Commissie, een beschuldiging die Christine Lagarde formeel ontkent. "De groeiprojecties voor Griekenland en Portugal waren veel te optimistisch en de lessen van vorige crisissen werden niet toegepast", aldus de IEO. Zo onderschatte het IMF flagrant de impact van de zware bezuinigingen op de groei van de Griekse economie. Die besparingen duwden Griekenland in een diepe recessie, waardoor de schuldratio bleef stijgen, ondanks de inspanningen. De Griekse economie kromp veel meer dan het IMF had gedacht, terwijl de schuldenlast onhoudbaar hoog bleef. Dat de toezichthouder van het IMF nu toegeeft dat de Griekse economie mismeesterd werd, mag als een impliciet excuus aan de Grieken worden geïnterpreteerd. Het IMF verschafte in 2010 uitzonderlijk toch de noodleningen aan Griekenland om besmetting naar andere eurolanden en het uit elkaar vallen van de euro te voorkomen. Op dat moment was dat een groot risico, want de Europese Centrale Bank veegde pas in de zomer van 2012 het dreigende gevaar van het uiteenvallen van de eurozone van tafel. Voor de trojka was het redden van de euro en van het Europese banksysteem, dat op dat moment nog grote vorderingen had op de perifere eurolanden, van prioritair belang in 2010. De kostprijs van de crisis viel op die manier in grote mate op de getroffen eurolanden, die veroordeeld werden tot zware recessies, en in het geval van Griekenland zelfs tot een depressie. Het sociaaleconomische beleid van die landen moest sowieso bijgestuurd worden, maar het had wellicht minder pijnlijk gekund, met een grotere inspanning voor landen als Duitsland, die jarenland onbezonnen de perifere landen leningen hadden toegestopt. In de Europese politieke realiteit ligt een andere herverdeling van de factuur echter bijzonder moeilijk.Om dat spel mee te kunnen spelen, nam het IMF een loopje met de eigen bestuursregels. "De raad van bestuur van het IMF was noch geïnformeerd, noch geraadpleegd over dit uitzonderingsregime voor Griekenland, en werd voor een voldongen feit gesteld", schrijft de IEO. Veel documenten werden buiten de geijkte kanalen opgesteld. De IEO kon soms niet vaststellen wie beslissingen heeft genomen. "En de raad van bestuur speelde een beperkte rol in zijn controlefunctie gedurende het grootste deel van de crisis."Het IMF was, zoals zowat alle toezichthouders, ook helemaal niet voorbereid op een schuldencrisis in een rijke regio, en zeker niet op een schuldencrisis in een muntunie. Het IMF onderschatte schromelijk dat landen die niet langer een eigen monetair beleid kunnen voeren en niet kunnen rekenen op fiscale transfers, zoals Griekenland, Spanje en Portugal, heel kwetsbaar zijn als de muziek stopt. In aanloop naar de financiële crisis van 2008-2009 werd de groei in die landen gevoed door een kapitaalstroom van de sterke eurolanden naar de perifere eurolanden tegen belachelijk lage rentevoeten. Toen die kapitaalstroom opdroogde, stonden Griekenland en co met de rug tegen de muur. Zich een weg uit de crisis devalueren kon niet, en fiscale steun van andere eurolanden was politiek niet haalbaar. Het risico op devaluatie werd binnen het eurogebied vervangen door een risico op faillissement. Het IMF negeerde die risico's en constructiefouten van een muntunie als de euro, en miskeek zich helemaal op de verdere crisisdynamiek.De IEO formuleert enkele aanbevelingen voor het IMF, met als belangrijkste advies dat "het IMF procedures moet ontwikkelen om de ruimte voor politieke inmenging in de technische analyse tot een minimum te beperken". Vrij vertaald betekent dit dat het IMF zich geen tweede keer mag laten misbruiken door Europa om intern Europees falen op te lossen. Het rapport is niet alleen een reprimande voor het IMF, maar ook een zoveelste wake-upcall om de systeemfouten van de euro te herstellen. Er zijn veel eieren gebroken om in de periode 2010-2014 de euro te redden. Dat lukt wellicht geen tweede keer.