De Verenigde Staten willen de Iraanse olie-export stilleggen en kondigen sancties aan tegen landen die Iraanse olie blijven invoeren. Waarom?

THIJS VAN DE GRAAF. "De VS hebben zich vorig jaar al teruggetrokken uit het internationale akkoord met Iran. Enkele landen, zoals India, China-, Zuid-Korea, Japan en Turkije, mochten toch nog Iraanse olie kopen, maar die toelating trekken de VS vanaf mei in. Al zal er altijd nog wel Iraanse olie op de wereldmarkt terechtkomen, bijvoorbeeld via Noord-Irak.

"Tegelijk komt het de Amerikanen goed uit. President Donald Trump hinkt op twee benen. Hij wil de prijzen aan de pomp laag houden, zeker in de aanloop naar de verkiezingen. Anderzijds zijn de VS de grootste olieproducent ter wereld geworden en hebben veel Amerikaanse bedrijven dus baat bij een hoge olieprijs."

Hoe zwaar weegt die Amerikaanse invloed? Heeft de OPEC, de organisatie van olie-exporterende landen, afgedaan?

VAN DE GRAAF. "Dat wordt soms gezegd. Voorlopig staat ze buitenspel. De facto is er een verstandshuwelijk tussen Saudi-Arabië en Rusland. Zij maken vóór de bijeenkomsten van de OPEC productie-afspraken. Daarnaast heb je de VS. Die leggen zichzelf geen enkele productiebeperking op. Dat kan niet wettelijk en is ook onrealistisch, omdat er niet één staatsbedrijf, maar tal van grote en kleine ondernemingen actief zijn. De VS controleren echter wel mee het volume, via de sancties tegen Iran, Venezuela en Rusland.

"Maar een verstandshuwelijk kan snel eindigen en een nieuwe Amerikaanse president zou een andere koers kunnen varen. Al hebben de VS met de Nopec Bill nog een troefkaart achter de hand. Die wet, die op goedkeuring wacht, geeft de Amerikanen het recht vertegenwoordigers van OPEC-landen juridisch te vervolgen wegens het niet-naleven van de antikartelwetten."

Zijn de stijgende olieprijzen wél een blijvend fenomeen? Volgens experts heeft de wereld nog amper een buffer om een plotse stijging van de vraag op te vangen.

VAN DE GRAAF. "Het grote geluk van de olieproducerende landen zijn de problemen in landen als Libië en Venezuela. Daar is de politieke chaos totaal, waardoor de olieproductie er nagenoeg lam ligt. Daardoor kunnen de anderen landen meer produceren en stijgen de prijzen. Maar dat kan snel keren: de VS steunen de Libische generaal Khalifa Haftar. Als hij Tripoli verovert en de olieproductie herstelt, kunnen de prijzen opnieuw dalen.

"Ondanks de volatiliteit op korte termijn, is de langetermijndynamiek er een van lagere prijzen. Het grote probleem is dat er te veel olie op de markt is en de prognose is dat er alleen maar bij komt, zeker met het huidige prijsniveau: schalie-olie, olie uit teerzanden, uit diepwatervelden,...

"En dan is er nog de klimaatuitdaging. Europa wil in 2050 koolstofneutraal zijn en zal veel minder olie gebruiken dan nu. De groei van de oliemarkt komt trouwens uitsluitend van landen buiten de OESO, de vereniging van westerse landen. Met name van India. China is met meer dan 13 miljoen vaten per dag nog altijd de belangrijkste afnemer. Maar die twee landen willen niet afhankelijk zijn van onzekere Arabische olie. Bovendien kampen ze met zware luchtverontreiniging. Dus investeren ze massaal in cleantech, hernieuwbare energie en elektrische wagens. Als de oliemarkt niet meer groeit, zullen de prijzen dalen."