Het kapitalisme heeft een dagvaarding in de bus gekregen. Drie aanklachten stellen de legitimiteit ter discussie van de grootste welvaartsmachine die de mens ooit ontworpen heeft. Ten eerste gaat een ongebreideld kapitalisme vooral in de Angelsaksische landen gepaard met een uit de hand gelopen ongelijkheid van inkomens en vermogens. Ten tweede staat monopolievorming een gezonde marktwerking in de weg. En ten derde is het ongetemde kapitalisme ongeschikt om het collectieve probleem van de opwarming van het klimaat aan te pakken. Met het Chinese staatskapitalisme is een te duchten concurrent opgestaan. Criticasters zien grote gelijkenissen tussen beide vormen van kapitalisme, waarbij een elite het systeem naar zijn hand kan zetten, met als logisch resultaat een steeds groter protest van de uitgeslotenen.

De aanklachten zijn terecht, maar heel wat aanbevolen remedies zijn erger dan de kwaal. De ongelijkheid in de Angelsaksische landen is niet meer te verdedigen, met als belangrijke voetnoot dat de ongelijkheid in West-Europa, en zeker in België, binnen de perken blijft. Erger is dat de koopkracht van de brede westerse middenklasse al decennialang stagneert. Het vrije verkeer van mensen, kapitaal en goederen heeft de voorbije decennia miljarden mensen uit de armoede getild en het doorsnee-inkomen in de groeilanden omhooggestuwd, maar het grootste slachtoffer van die globalisering is de westerse doorsneewerknemer, die de prijs van de nieuwe concurrentie betaalde met stagnerende lonen.

De globalisering is geen roos zonder doornen. Westerse politici onderschatten tot vandaag de boosheid van de verliezers, wat ruimte gaf aan populistische stemmen die pretenderen wel naar hen te luisteren. De brexit is al een feit. De herverkiezing van Donald Trump in 2020 zal grotendeels afhangen van de evolutie van de lonen van de Amerikaanse middenklasse. De tegenreactie van Jeremy Corbyn in het Verenigd Koninkrijk en van Elizabeth Warren in de Verenigde Staten zoekt heil in een verregaande socialisering van de economie en een overdosis aan regelgeving. Op grote schaal vinden populistische recepten steeds meer gehoor bij de kiezer.

Tem het kapitalisme, slacht het niet.

Aan het einde van de negentiende eeuw slaagden dominante bedrijven en kartels, om niet te zeggen monopolies, erin de winsten hoog, de lonen laag en de concurrentie beperkt te houden. De westerse economie rent opnieuw die richting uit. Een selecte club van superbedrijven kan als niemand anders gebruikmaken van de troeven die de globalisering en de digitalisering bieden. Een slim en krachtig concurrentiebeleid kan op dat front al wonderen doen, al moet je kunnen aantonen dat de consument en de economie op termijn beter worden van het vierendelen van Facebook, Amazon of Google.

In België is er ook werk op de plank. Hoogleraar economie Gert Peersman legde vorige week in het parlement haarfijn uit dat de vergrijzing alleen betaalbaar blijft als de productiviteit stijgt. In België blijft de toename van de productiviteit echter achter, onder meer door een gebrek aan concurrentie in de dienstensector, wat zich vertaalt in hogere prijzen, lagere lonen en minder banen. Het is een oud zeer van de Belgische economie, maar het openbreken van de dienstenmarkt is een van de beste maatregelen die een regering kan nemen. Die versterking van het Belgische kapitalisme kan de begroting redden.

Het westerse kapitalisme kan het klimaatprobleem niet zelf oplossen. Bedrijven houden steeds meer rekening met andere belanghebbende partijen, maar winst maken blijft uiteraard prioritair voor ondernemers. De externe kosten, zoals de uitstoot van broeikasgassen, worden daarbij gemakkelijk genegeerd. Elk handboek economie schrijft voor om die vergetelheid te corrigeren met hogere belastingen op milieuvervuiling. De markt zal met een stevige duw in de goede richting op een efficiënte manier de economie vergroenen. Je hoeft het kapitalisme niet af te schaffen om de planeet te redden. Een slimme overheid is nodig om het kapitalistische beestje te temmen, niet om het te slachten.