Niets zo belangrijk voor kwalitatief onderwijs als kennis van de taal waarin wordt onderwezen. Daarom lijkt het idee van Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) om bepaalde kleuters na een taalscreening een intensief taalbad te geven, een lovenswaardig plan. Een mirakeloplossing is het zeker niet en het valt te betwijfelen of taalbadklassen een oplossing zijn voor de tanende onderwijskwaliteit in concentratiescholen.

Weyts' voorstel beoogt kinderen te laten starten in het eerste leerjaar van het lager onderwijs met voldoende kennis van het Nederlands. Omdat een toenemend aantal kinderen thuis een andere taal dan het Nederlands spreekt, leidt de gebrekkige talenkennis in heel wat gevallen tot leerachterstand. Als een aanzienlijk deel van een klas kampt met taalachterstand, heeft dat ook impact op het kwaliteitsniveau van de lessen. Dat heeft twee gevolgen: een te groot aantal jongeren verlaat de school zonder diploma, terwijl de dalende scores in begrijpend lezen tot ongerustheid over de kwaliteit van het Vlaams onderwijs leiden.

Taaltest is geen mirakeloplossing.

Een taalbadklas moet daarin volgens de minister verandering brengen. De meningen over het effect daarvan zijn echter verdeeld. Er zijn zowel academici die verwijzen naar Nederland waar het werkt, als experts die beweren dat kinderen met taalachterstand afzonderen, juist voor een tragere taalontwikkeling zorgt.

De Vlaamse regering heeft de vrije schoolkeuze opnieuw naar voren geschoven als prioriteit. Het leidt op termijn ongetwijfeld tot meer concentratiescholen. Je kunt je afvragen wat een taalbadklas in die context wijzigt aan het leerklimaat. Kleuters een taaltest afnemen zou weleens een overbodige momentopname kunnen zijn. Zou de kleuterjuf niet in staat zijn autonoom te oordelen wie extra aandacht nodig heeft om zijn taalachterstand weg te werken? De leerplicht vervroegen was misschien eenvoudiger, efficiënter en minder stigmatiserend dan een taalscreening voor kleuters.