De Vlaamse regering zette de knip in de Vlaamse subsidies. Gelijk heeft ze. Het zal u misschien verbazen, maar als ondernemer pleit ik voor minder economische subsidies. De noodkreet van ondernemers gaat niet zozeer over de roep naar subsidies. Er zijn wel een pak andere prioriteiten, zoals een lagere vennootschapsbelasting, lagere loonlasten en het ontwarren van de mobiliteitsknoop - een mix van gewestelijke en federale bevoegdheden.

Ik deed de afgelopen jaren in het Vlaams Parlement onderzoek naar de economische steun die Vlaamse bedrijven ontvingen. Mijn visie daarover is vrij eenvoudig: economische subsidies hebben een marktverstorend effect. Subsidies staan zowat haaks op het vrije ondernemen. Krijgen doen we allemaal graag, maar de ondernemerswereld is een jungle waar de sterkste en de slimste overleeft. Wie overleeft door de meeste overheidssteun te ontvangen, vertrekt niet vanuit zijn eigen sterkte.

Laat ons naar de kmo-portefeuille kijken. Een voorbeeld van een marktverstorend effect is dat de prijs van sommige opleidingen stijgt. De overheid subsidieerde in de vorige legislatuur 30 of 40 procent van de opleidingskosten, afhankelijk van de grootte van de onderneming. Maar dat komt heus niet volledig ten goede aan de kmo, die de dienst verkrijgt. Uiteraard wil ook de dienstverlener een deel van de subsidiekoek. Soms is er zelfs een derde partij: de subsidiologen, of de bedrijfjes die komen toelichten hoe je aan subsidies kunt raken. Ze werken veelal volgens het no-cure-no-payprincipe. Als ze erin slagen subsidies binnen te halen, vragen ook zij een deel van de koek, gemakkelijk tot 20 à 30 procent van die subsidie.

Subsidies verstoren de markt.

Marktverstorend dus : het verhoogt de prijs van de opleiding en er ontstaat een extra sector, de subsidiologie, die volledig draait op overheidssubsidies. Het gaat hier tenslotte om overheidsgeld dat deels niet terecht komt bij degene waarvoor het bedoeld is.

In 2018 bedroeg het de kmo-portefeuille 61 miljoen euro (de raming was 53 miljoen euro), verdeeld over 151.000 dossiers. Die dossiers werden door 1977 dienstverleners verdeeld over 132.000 kleine ondernemingen en 19.000 middelgrote ondernemingen. 41.709 ondernemingen - of 31 procent - waren eenmanszaken. In de nieuwe legislatuur wordt 23 miljoen op dat bedrag bespaard. Een kleine onderneming zal nog 30 in plaats van 40 procent steun krijgen, een grote onderneming ontvangt nog 20 in plaats van 30 procent.

Die 23 miljoen is een flinke hap, maar de afgelopen legislatuur was er best wat kritiek op de aard van de opleidingen waar de kmo-portefeuille voor kon worden gebruikt. Zo konden opleidingen voor dierenfluisteraar, hypotherapeut of opruimcoach worden gevolgd, gesubsidieerd met overheidsgeld. Het verhaal van de helikoptervluchten en de zeilcursussen is u wellicht bekend.

Nochtans zijn er controles. Begin dit jaar vroeg ik aan de minister hoeveel controles de inspectiediensten hadden uitgevoerd. Het antwoord: vorig jaar waren er 381 controles: 27 bij dienstverleners en 352 bij dienstverkrijgers. Bij 250 dienstverkrijgers werden inbreuken vastgesteld. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er een systeem is dat een automatische screening doet, waardoor in bepaalde gevallen een knipperlicht aangaat, met als gevolg dat er een controle volgt. Bij 71 procent van de gevallen werd een inbreuk vastgesteld, met als resultaat dat vorig jaar 842.000 euro moest worden terugbetaald.

Zijn al die misbruiken toelaatbaar? Nee. Hebben onze kmo's en ondernemers recht op beter? Ja. Ik sta dus wel achter de bijsturing van de kmo-portefeuille. Alleen hoop ik dat onze ondernemers er elders voordelen aan overhouden. Het idee om onze ondernemers te versterken door hen te stimuleren opleidingen te volgen, is goed en verdedigbaar. De manier waarop dat tot nu was uitgewerkt, is dat niet. Met de besparing op de kmo-portefeuille is er geen man overboord. Het is nu tijd om de echte prioriteiten voor onze ondernemers aan te pakken.