De saga rond de terugdraaiende teller voor gezinnen met zonnepanelen plaatste het manke energiebeleid van ons land weer in de schijnwerpers. Vooral de sector van de groene energie krijgt de wind van voren als het over subsidies gaat. Zeker omdat de Vlaamse regering vorig jaar nog voor 22 miljoen euro emissierechten moest bijkopen in het buitenland om de Europese doelstellingen te halen.
...

De saga rond de terugdraaiende teller voor gezinnen met zonnepanelen plaatste het manke energiebeleid van ons land weer in de schijnwerpers. Vooral de sector van de groene energie krijgt de wind van voren als het over subsidies gaat. Zeker omdat de Vlaamse regering vorig jaar nog voor 22 miljoen euro emissierechten moest bijkopen in het buitenland om de Europese doelstellingen te halen. Vlaanderen spendeerde tot nu 30 miljard euro aan hernieuwbare energie, berekende minister van Energie Zuhal Demir (N-VA). In dat cijfer zitten nagenoeg alle uitgaven tot 2030. Maar de ondersteuning via warmte-krachtcertificaten en de steun van Vlaio, het Vlaams Agentschap voor Innovatie en Ondernemen, voor projecten rond bijvoorbeeld geothermie en technologisch onderzoek, zit daar niet in. Een kleine 10 miljard euro slaat op de Vlaamse bijdrage aan de federale offshorewindparken. De parken krijgen tot 2038 in totaal zowat 16 miljard euro. Niet inbegrepen in die som is de ondersteuning voor de tweede zone met offshorewindparken. De Vlaamse hernieuwbare energie kost ongeveer 20 miljard. Daarvan moet nog meer dan 9 miljard worden betaald, grotendeels via de energiefactuur. De grootste hap wordt genomen door de groenestroomcertificaten voor zonnepanelen (14,5 miljard euro). De overige 5,5 miljard euro gaat vooral naar biomassa- en windprojecten op land, en naar biogas. "Het zou jammer zijn om dat enkel als kosten te bekijken", vindt Dirk Van Evercooren, directeur van de hernieuwbare-energiefederatie ODE. "Het zijn investeringen. Die leveren een return op. Bovendien zou niets doen aan de klimaatverandering ettelijke keren meer kosten." Al die investeringen leverden ook wat op. Het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap rekent voor dat er 580 windturbines en een kleine 530.000 zonnepaneleninstallaties zijn gebouwd. Samen met de biomassacentrales leverden die, volgens cijfers van eind 2018, ongeveer 14,5 procent van onze elektriciteit. Dat aandeel is intussen geklommen tot 18,6 procent, volgens een raming van de denktanks Ember en Agora Energiewende. Dat is net boven het Europese gemiddelde. Volgens hun studiewerk ging de productie van wind- en zonne-energie in 2020 in België van 13 naar 17 terrawattuur (TWh), een groei van 28 procent. Daarmee moest ons land enkel Spanje (+40%) en Zweden (+36%) laten voorgaan. Een belangrijkste uitkomst van de studie is dat hernieuwbare energie vorig jaar voor het eerst meer elektriciteit leverde dan fossiele energiebronnen in de 27 lidstaten van de Europese Unie. Groene stroom was goed voor 38,2 procent van de elektriciteitsmix. Gas- en kolencentrales kwamen uit op 37 procent en kernenergie op een kwart. De hernieuwbare-energiesector is ook een economische sector geworden. Een studie van Climact in opdracht van het Belgian Offshore Platform voorspelde vier jaar geleden dat de windparken op zee tegen 2030 zouden leiden tot 15.000 à 16.000 banen en 1 miljard euro toegevoegde waarde per jaar. De vraag bij al dat investeringsgeweld is of het geld goed wordt besteed. Konden we voor hetzelfde geld meer energieproductie en uitstootvermindering hebben gerealiseerd? Van Evercooren wijst erop dat ook andere energievormen ondersteuning krijgen (zie kader). Dat is in het streven naar klimaatneutraliteit een aberratie. De subsidiëring van duurzame energie had goedkoper gekund. Er gaat ruim 1 miljard euro naar biomassaprojecten, zonder veel technologische toegevoegde waarde. Het groenestroomcertificatensysteem kostte volgens onderzoek van de Antwerpse professor-emeritus Aviel Verbruggen tussen 2002 en 2007 al ruim een half miljard meer dan het ondersteuningssysteem dat Duitsland hanteerde. Het leidde tot een schuldenberg van 9 miljard euro, de later vernietigde turteltaks. De bevoegde ministers zetten in oktober 2017 een hoge borst op omdat ze 3,9 miljard subsidie voor de offshorewindparken bespaarden. Maar het is veelzeggend dat het concessiesysteem dat werd gebruikt om de eerste windparkenzone op zee vol te bouwen, wordt afgedankt. Voor de tweede nog te bouwen zone besliste ex-staatssecretaris Philippe De Backer (Open Vld) dat er een aanbestedingsprocedure komt. Het had ons veel kunnen besparen als we iets meer naar het buitenland hadden gekeken. In Nederland wordt de steun geregeld via centrale ondersteuningsprogramma's: eerst de MEP (Milieukwaliteit Energieproductie), en later SDE (Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie), SDE+ en SDE++. Omdat in 2008 de interesse in zonnepanelen en zonneboilers veel groter bleek dan verwacht, werd die subsidie geschrapt en ging de meeste steun naar projecten met warmte. Het gevolg is dat onze noorderburen pas de jongste jaren, nu zonnepanelen fors goedkoper zijn geworden, hun daken vol legden. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) berekende vorig jaar het energie- en klimaatbeleid op 1 miljard euro per jaar tussen 2000 en 2050, met tussen 2020 en 2030 een piek tot 3 miljard euro per jaar. Denemarken en Duitsland rolden al in 2001 een industrieel-technologische visie voor de ontwikkeling van wind- en zonnestroom uit. De stroom van windturbines en zonnepanelen werd aangekocht tegen prijzen die jaarlijks werden aangepast, afhankelijk van de technologische ontwikkeling. Het beleid zorgde mee voor de voedingsbodem waarin windturbinebouwers als het Deense Vestas en het Duitse Siemens Wind konden gedijen. De kostprijs van de Duitse Energiewende sinds de start tot 2025 wordt geraamd op 520,6 miljard euro. Die factuur werd vooral gedirigeerd naar particulieren en kmo's, om de industriële concurrentiekracht niet aan te tasten. Maar het zorgde er wel voor dat Duitsland geldt als een voortrekker in hernieuwbare energie, met wind en zon die volgens Ember en Agora Energiewende goed zijn voor 33 procent van de elektriciteitsproductie.