We zijn begonnen aan een nieuwe periode van stijgende rentes. Voor het eerst sinds 2018 heeft de Amerikaanse centrale bank de rente verhoogd, met 25 basispunten (0,25%). Nochtans heeft de Russische invasie in Oekraïne het monetaire beleid van de Federal Reserve (Fed) niet vergemakkelijkt. Aan de eerste renteverhoging is dan ook een pittige discussie voorafgegaan. De uitkomst was dat de centrale bank weliswaar belooft om de inflatie te bestrijden, maar dat ze anderzijds ook de economische impact van het gewapend conflict niet uit het oog verliest. De financiële markten kunnen met die aanpak van de Fed best leven, bleek uit de koersreacties.
...

We zijn begonnen aan een nieuwe periode van stijgende rentes. Voor het eerst sinds 2018 heeft de Amerikaanse centrale bank de rente verhoogd, met 25 basispunten (0,25%). Nochtans heeft de Russische invasie in Oekraïne het monetaire beleid van de Federal Reserve (Fed) niet vergemakkelijkt. Aan de eerste renteverhoging is dan ook een pittige discussie voorafgegaan. De uitkomst was dat de centrale bank weliswaar belooft om de inflatie te bestrijden, maar dat ze anderzijds ook de economische impact van het gewapend conflict niet uit het oog verliest. De financiële markten kunnen met die aanpak van de Fed best leven, bleek uit de koersreacties. De oorlog in Oekraïne komt zeer ongelegen voor de Fed. Maar daar heeft de centrale bank mede schuld aan. Ze heeft de impact van het snellere en forsere herstel na de covid-pandemie op het prijzenpeil slecht ingeschat. Tot eind november zei voorzitter Jerome Powell dat het om een tijdelijke (' transitory') inflatieopstoot ging. Pas daarna werd de ernst van de situatie ingezien en begonnen de Fed-verantwoordelijken een agressiever taalgebruik te gebruiken. De afbouw van het stimuleringsprogramma voor de economie werd versneld en is intussen afgerond. Maar voor een eerste renteverhoging was het dus wachten tot 16 maart. Zonder de oorlogsverklaring van de Russische president Vladimir Poetin aan Oekraïne had de Fed die verkeerde inschatting nog kunnen goedmaken door meteen uit te pakken met een eerste renteverhoging met 50 basispunten in plaats van de gebruikelijke 25. Daar waren op 16 maart ook voldoende argumenten voor. Want de inflatie staat in de Verenigde Staten met 7,8 procent al op een hoogtepunt in veertig jaar. En door het Russisch-Oekraïense conflict kan de inflatie nog hoger gaan en kan de piek langer op zich laten wachten. Met een verhoging met 0,50 procent zou de centrale bank hebben laten zien dat ze het inflatieprobleem krachtdadig wilde aanpakken. Maar de andere gevolgen van de oorlog in Oekraïne staken daar een stokje voor. Want er is ook een serieuze groeivertraging op komst, onder meer door de economische sancties tegen Rusland. Nu de rente agressief verhogen, kan de Amerikaanse economie richting een recessie duwen. Die zou vooral de lagere inkomens zwaar treffen, die nu al te lijden hebben onder de forse toename van de energie- en de voedselprijzen. De Fed wilde er niet van beschuldigd worden dat ze het stagflatiescenario (inflatie én een stagnerende groei) een duwtje in de rug had gegeven. Voor het monetaire beleid is er nu eigenlijk geen ideaal scenario meer. Daarvoor heeft de Fed de voorbije zes tot negen maanden het inflatieprobleem al te zeer onderschat. De verantwoordelijken zullen met heimwee terugdenken aan de voorbije jaren, toen de centrale bank een heel voorspelbaar rentebeleid kon voeren. Die periode ligt achter de rug, zoveel is duidelijk. De Fed heeft wel wat imagoschade opgelopen en moet nu tussen pest (krimp van economie) en cholera (galopperende inflatie) zien door te laveren. Eigenlijk mogen we stellen dat het monetaire beleid in 2022 veel minder nauwkeurig wordt dan de meesten denken of willen geloven. We kunnen alleen maar hopen dat het giswerk van het betere soort wordt. Tot de zomer van vorig jaar hield de Fed vol dat een eerste renteverhoging pas eind 2023 verwacht mocht worden. Een goed halfjaar later is die datum met 21 maanden vervroegd. Een volgende Fed-vergadering in mei kan dus net zo goed géén renteverhoging of een van 50 basispunten opleveren. Of de instelling blijft braaf bij de klassieke 25 basispunten. In geval van twijfel zal het rentecomité vooral een recessie willen vermijden. De middenweg bewandelen: verder lijken de centrale bankiers niet te willen gaan. Zij lijden nog altijd aan het trauma van de bankencrisis van 2008. Die hadden ze niet zien aankomen. Die mislukking proberen ze sindsdien goed te maken door vooral of haast uitsluitend rugwind aan de financiële markten te geven. Instabiliteit in het financiële systeem is het laatste wat ze willen. Het is koffiedik kijken, maar zonder dat trauma was de Amerikaanse basisrente eerder richting 3 dan 2 procent geëvolueerd op dit moment, aangezien de inflatie al maanden boven 5 procent piekt. Het was dan ook vreemd dat de financiële markten het besluit van de Fed aanvankelijk als hawkish interpreteerden. De futures hielden rekening met maar liefst zeven renteverhogingen van 25 basispunten in de loop van 2022. Ze kregen bevestiging door de projecties die het rentecomité naar voren schoof na zijn vergadering. Maar snel kwam voorzitter Jerome Powell zalven. Hij zei dat de Amerikaanse centrale bank wel degelijk van vergadering tot vergadering zal bekijken welke impact de oorlog in Oekraïne heeft ¬ niet alleen op de inflatie, maar ook op de Amerikaanse economie. Die is volgens Powell toch wel sterk en kan een geleidelijke verhoging van de basisrente best wel aan. Ondertussen is de Europese Centrale Bank (ECB) nog niet aan een eerste renteverhoging toe. Een week voor de Federal Reserve besliste de ECB, tegen de algemene verwachting in, om door te zetten met de afbouw van het stimuleringsprogramma. Al weigerde voorzitster Christine Lagarde het te omschrijven als een versnelling. Het is een voorwaardelijk besluit en de ECB wil vooral heel flexibel kunnen reageren.De bekende Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs schat dat de economie van de eurozone door de oorlog in Oekraïne zal krimpen in het tweede kwartaal. Een recessie (twee opeenvolgende kwartalen dat de economie krimpt) ziet de Amerikaanse zakenbank voorlopig niet. Ze schroeft haar groeivoorspelling voor de Europese Unie voor dit jaar wel terug van bijna 3,9 naar 2,5 procent. Dat is een stuk pessimistischer dan de ECB, die de verwachte groei bijstelde van 4,2 naar 3,7 procent voor 2022. Vandaar wellicht ook het begrijpelijke evenwicht dat de ECB in haar beslissing wilde nemen. Het woord shortly (snel) werd vervangen door some time (eens) tussen het einde van de kwantitatieve versoepeling (QE) en de eerste renteverhoging. Het kan nog dit jaar, zoals ING-econoom Carsten Brzeski tweette, maar het kan ook nog altijd volgend jaar worden. Hoe dan ook: agressief kunnen we ook de ECB-besluitvorming niet noemen. De woorden van Christine Lagarde leverden nog gemengde marktreacties op. Maar het positivisme van Jerome Powell over de Amerikaanse economie was een hele geruststelling voor Wall Street. De Amerikaanse beurs was al aan het stijgen door de hoop op een compromis tussen Oekraïne en Rusland. Na een korte onderbreking ging de stijging voort dankzij de sussende woorden van Powell. Het maakt dat de Oekraïnecrisis opnieuw vooral slecht nieuws is voor de spaarder en de obligatiehouder. Zij verliezen opnieuw veel koopkracht, omdat ze geen degelijke rentevergoeding krijgen als compensatie voor de hoge inflatie. Voor de aandelenbelegger daarentegen lijkt het leed alweer zo goed als of zelfs volledig geleden. En ook de vastgoedinvesteerders lijken nog enige tijd op beide oren te kunnen slapen. De prijzen van aandelen en vastgoed blijven nog een tijd ondersteund door geld dat van spaar- en vastrentende producten richting risicovollere, maar wel meer renderende activa vloeit. Daar zullen de tot nader order soepele centrale banken nog geen einde aan stellen.