De coronacrisis richt een nooit geziene economische ravage aan. Ze kostte al tussen 10 en 15 miljoen euro aan economische steun. 16.500 bedrijven in ons land zouden eraan ten onder gaan. Vele partijen stonden erbij en keken ernaar. De verzekeringssector toonde empathie door bijvoorbeeld bedrijven in nood een uitstel van betaling te geven, of hulpverleners die zich vrijwillig aanmeldden in ziekenhuizen gratis te verzekeren. Maar in tegenstelling tot de banken slaagden de verzekeraars er niet in een rol van betekenis te spelen als buffer voor de enorme economische terugval. Met de grootste krimp sinds de Tweede Wereldoorlog voor de deur, is dat niet langer te verantwoorden.

Richt een verzekering tegen pandemieën op.

Bedrijven verzekeren zich tegen de risico's die ze lopen door te ondernemen. Maar ze zijn zelden tot nooit verzekerd voor de schade die ze oplopen door een epidemie. Veruit de meeste Belgische verzekeringspolissen tegen bedrijfsschade sluiten zogenoemde niet-materiële oorzaken uit. Ze dekken wel bedrijfsschade die het gevolg is van een directe fysieke oorzaak - zoals een brand of een overstroming - maar niet bedrijfsschade door een epidemie. Daar is een goede reden voor. De middelen van de verzekeraars zijn niet onuitputtelijk en catastrofale risico's zoals epidemieën, natuurrampen, nucleaire rampen en terreuraanslagen veroorzaken zo veel schade dat verzekeraars meteen financieel door de knieën gaan als hun polissen die zouden dekken. Dan zouden niet alleen veel bedrijven failliet zijn, het zou ook het einde betekenen van het belangrijke solidariteitsmechanisme waarvoor de verzekeringssector garant staat.

In een niet zo ver verleden was het anders. Na de aanslagen in Zaventem in 2016 trad een verzekeringsmechanisme in werking, waarvan de wettelijke basis al in 2007 was gelegd. Dankzij een samenwerking tussen de overheid en de Belgische verzekeringsindustrie zijn terreurdaden met een schade tot 1,3 miljard euro per jaar verzekerd in België. De verzekeringssector richtte daarvoor een vzw op, de Terror Reinsurance and Insurance Pool (TRIP). Zowat alle verzekeraars en herverzekeraars in België dekken het terreurrisico, in solidariteit met elkaar, tot 910 miljoen euro schade. De laatste 390 miljoen euro past de Belgische overheid bij.

De Belgische verzekeringssector beschikt over een uitstekende infrastructuur om financiële solidariteit te organiseren. Waar wachten we op?

In het maatschappelijke en economische belang van België moet er dringend een soortgelijke oplossing komen voor epidemieën. Dat moet een verplichte verzekering zijn die alle bedrijven kunnen betalen en geen uitsluitingen bevat. Zo kan het niet dat ze wel een griepepidemie, maar niet een besmettelijke longziekte zou verzekeren. De premies en de voorwaarden moeten gelijk zijn bij alle verzekeraars, en de verzekeraars en de overheid onderschrijven dat risico solidair met elkaar.

Na de terreuraanslagen is gebleken dat het voor verzekeraars niet eenvoudig is de schade van zo'n enorme ramp geval per geval af te handelen. Bij voorkeur wordt bij de verzekering tegen pandemieën gekozen voor een zogenoemde parametrische verzekering. Dat wil zeggen dat duidelijk is gedefinieerd vanaf wanneer schade wordt uitbetaald. Die drempel is voor iedereen gelijk. In het geval van een pandemie zou die drempel bereikt kunnen zijn als de Wereldgezondheidsorganisatie de pandemie afkondigt. Hoeveel wordt uitbetaald, moet ook zo eenvoudig mogelijk worden bepaald. Er kan worden gewerkt met de terugbetaling van de loon- en exploitatiekosten voor een periode, bijvoorbeeld een kwartaal. Zo kan er snel worden geschakeld en beschikken bedrijven over de nodige cash om het hoofd boven water te houden.

De Belgische verzekeringssector beschikt over een uitstekende infrastructuur om financiële solidariteit te organiseren. Waar wachten we op om die te gebruiken en zo toekomstige economische catastrofes te vermijden?

De coronacrisis richt een nooit geziene economische ravage aan. Ze kostte al tussen 10 en 15 miljoen euro aan economische steun. 16.500 bedrijven in ons land zouden eraan ten onder gaan. Vele partijen stonden erbij en keken ernaar. De verzekeringssector toonde empathie door bijvoorbeeld bedrijven in nood een uitstel van betaling te geven, of hulpverleners die zich vrijwillig aanmeldden in ziekenhuizen gratis te verzekeren. Maar in tegenstelling tot de banken slaagden de verzekeraars er niet in een rol van betekenis te spelen als buffer voor de enorme economische terugval. Met de grootste krimp sinds de Tweede Wereldoorlog voor de deur, is dat niet langer te verantwoorden. Bedrijven verzekeren zich tegen de risico's die ze lopen door te ondernemen. Maar ze zijn zelden tot nooit verzekerd voor de schade die ze oplopen door een epidemie. Veruit de meeste Belgische verzekeringspolissen tegen bedrijfsschade sluiten zogenoemde niet-materiële oorzaken uit. Ze dekken wel bedrijfsschade die het gevolg is van een directe fysieke oorzaak - zoals een brand of een overstroming - maar niet bedrijfsschade door een epidemie. Daar is een goede reden voor. De middelen van de verzekeraars zijn niet onuitputtelijk en catastrofale risico's zoals epidemieën, natuurrampen, nucleaire rampen en terreuraanslagen veroorzaken zo veel schade dat verzekeraars meteen financieel door de knieën gaan als hun polissen die zouden dekken. Dan zouden niet alleen veel bedrijven failliet zijn, het zou ook het einde betekenen van het belangrijke solidariteitsmechanisme waarvoor de verzekeringssector garant staat. In een niet zo ver verleden was het anders. Na de aanslagen in Zaventem in 2016 trad een verzekeringsmechanisme in werking, waarvan de wettelijke basis al in 2007 was gelegd. Dankzij een samenwerking tussen de overheid en de Belgische verzekeringsindustrie zijn terreurdaden met een schade tot 1,3 miljard euro per jaar verzekerd in België. De verzekeringssector richtte daarvoor een vzw op, de Terror Reinsurance and Insurance Pool (TRIP). Zowat alle verzekeraars en herverzekeraars in België dekken het terreurrisico, in solidariteit met elkaar, tot 910 miljoen euro schade. De laatste 390 miljoen euro past de Belgische overheid bij.In het maatschappelijke en economische belang van België moet er dringend een soortgelijke oplossing komen voor epidemieën. Dat moet een verplichte verzekering zijn die alle bedrijven kunnen betalen en geen uitsluitingen bevat. Zo kan het niet dat ze wel een griepepidemie, maar niet een besmettelijke longziekte zou verzekeren. De premies en de voorwaarden moeten gelijk zijn bij alle verzekeraars, en de verzekeraars en de overheid onderschrijven dat risico solidair met elkaar. Na de terreuraanslagen is gebleken dat het voor verzekeraars niet eenvoudig is de schade van zo'n enorme ramp geval per geval af te handelen. Bij voorkeur wordt bij de verzekering tegen pandemieën gekozen voor een zogenoemde parametrische verzekering. Dat wil zeggen dat duidelijk is gedefinieerd vanaf wanneer schade wordt uitbetaald. Die drempel is voor iedereen gelijk. In het geval van een pandemie zou die drempel bereikt kunnen zijn als de Wereldgezondheidsorganisatie de pandemie afkondigt. Hoeveel wordt uitbetaald, moet ook zo eenvoudig mogelijk worden bepaald. Er kan worden gewerkt met de terugbetaling van de loon- en exploitatiekosten voor een periode, bijvoorbeeld een kwartaal. Zo kan er snel worden geschakeld en beschikken bedrijven over de nodige cash om het hoofd boven water te houden. De Belgische verzekeringssector beschikt over een uitstekende infrastructuur om financiële solidariteit te organiseren. Waar wachten we op om die te gebruiken en zo toekomstige economische catastrofes te vermijden?