Voorspellen de rampzalige opiniepeilingen en ledenbestanden het einde van de klassieke politieke partijen? Ik twijfel. Binnen de krijtlijnen van een democratische rechtsstaat gedijen een beperkt aantal ismen: het liberalisme, het socialisme, het nationalisme, het conservatisme en het ecologisme. Daarvan zijn politieke partijen de incarnatie, met variaties van ideologische zuiverheid, nationale traditie en vluchtige moderniteit.

Geen enkele ideologische stroming is voorbestemd tot historische irrelevantie. Tijden verschillen, maar de waarden en de afwegingen blijven. Waar trekken we de grens tussen vrijheid en verplichting, tussen solidariteit en verantwoordelijkheid, tussen identiteit en diversiteit, tussen traditie en vernieuwing, tussen mens en milieu? Dat zijn de eeuwige kernvragen van het samenleven vanuit respectievelijk de liberale, de socialistische, de nationalistische, de conservatieve en de ecologische visie. Wie van partijpolitiek een modefenomeen wil maken, keert vaak van een kale reis terug. In Vlaanderen hebben zowel de liberalen als de christendemocraten zichzelf willen verruimen tot brede volkspartijen: van de oude PVV en CVP tot de nieuwe Open VLD en cd&v. Finaal verschrompelen beide al jaren tot een marginale schaduw van hun vroegere zelf, nu tot op de rand van het existentiële.

In plaats van wanhopig te zoeken naar de nieuwste modetrends moeten de klassieke partijen misschien op zoek gaan naar zichzelf. Is het normaal dat een liberale partij sinds de eeuwwisseling de ontsporing van de overheid en een begrotingschaos overziet? Is het normaal dat de christendemocratie het reveil van nationale identiteit en het einde van het multiculturalisme aan zich voorbij liet gaan? Is het normaal dat het socialisme de zorgen van de arbeidersklasse en de zwakken in de samenleving aan extremisten heeft overgelaten? Is het normaal dat immigratie en klimaat konden worden gekaapt door alternatieve nichepartijen?

Politiek is geen modeproduct.

De klassieke politieke partijen zijn niet ingehaald door de geschiedenis: ze hebben zichzelf verloochend, hun principes laten recupereren door nieuwe politieke talenten, om uiteindelijk hun kiezers te zien wegvloeien naar een nieuwbakken diaspora. Ze hebben zichzelf verpletterd onder hun verslaving aan macht en hun onvermogen om te besturen. De partij werd ondergeschikt aan de loopbaanambitie van toppolitici voor wie de offers van leiderschap een bedreiging in plaats van een plicht zijn.

De kiezer verwacht en beloont beleid. Decennia van gemakkelijke vrede, permanent mediakabaal, onbezonnen beloftecultuur en systemisch bestuursfalen hebben de kiezer decadent gemaakt. De electorale versnippering trekt de politiek in een doodspiraal van electoraal opbod, dat leidt tot bestuurlijke onmacht dat leidt tot nog meer opbod. Alleen door te herverkavelen kunnen opnieuw werkbare meerderheden ontstaan. Maar hoe?

De weg vooruit is misschien Vooruit. Onder Conner Rousseau herontdekt die partij de basisbesognes van haar klassieke achterban, waarmee extreemrechts was gaan lopen. Maar wie een beweging wil zijn en op personencultus teert, doet in Vlaanderen wat Donald Trump deed in Amerika, Boris Johnson in het Verenigd Koninkrijk en Emmanuel Macron in Frankrijk. Het duurt zolang het duurt. Dan komt het onderliggende probleem groter terug.

Democratie vergt partijen met een stabiele ruggengraat en een duidelijk kompas, politiek leiderschap dat partijbelang met algemeen belang verzoent, belangengroepen die het compromis steunen en verantwoordelijke burgers die niet van alle levensvragen politieke vragen maken. Ons falen is collectief en vergt een collectieve democratische renaissance. Partijen zijn geen modeproducten met een houdbaarheidsdatum. Ideologie is geen wegwerpproduct. Wie dat negeert, organiseert het verval van de democratie.

Voorspellen de rampzalige opiniepeilingen en ledenbestanden het einde van de klassieke politieke partijen? Ik twijfel. Binnen de krijtlijnen van een democratische rechtsstaat gedijen een beperkt aantal ismen: het liberalisme, het socialisme, het nationalisme, het conservatisme en het ecologisme. Daarvan zijn politieke partijen de incarnatie, met variaties van ideologische zuiverheid, nationale traditie en vluchtige moderniteit. Geen enkele ideologische stroming is voorbestemd tot historische irrelevantie. Tijden verschillen, maar de waarden en de afwegingen blijven. Waar trekken we de grens tussen vrijheid en verplichting, tussen solidariteit en verantwoordelijkheid, tussen identiteit en diversiteit, tussen traditie en vernieuwing, tussen mens en milieu? Dat zijn de eeuwige kernvragen van het samenleven vanuit respectievelijk de liberale, de socialistische, de nationalistische, de conservatieve en de ecologische visie. Wie van partijpolitiek een modefenomeen wil maken, keert vaak van een kale reis terug. In Vlaanderen hebben zowel de liberalen als de christendemocraten zichzelf willen verruimen tot brede volkspartijen: van de oude PVV en CVP tot de nieuwe Open VLD en cd&v. Finaal verschrompelen beide al jaren tot een marginale schaduw van hun vroegere zelf, nu tot op de rand van het existentiële.In plaats van wanhopig te zoeken naar de nieuwste modetrends moeten de klassieke partijen misschien op zoek gaan naar zichzelf. Is het normaal dat een liberale partij sinds de eeuwwisseling de ontsporing van de overheid en een begrotingschaos overziet? Is het normaal dat de christendemocratie het reveil van nationale identiteit en het einde van het multiculturalisme aan zich voorbij liet gaan? Is het normaal dat het socialisme de zorgen van de arbeidersklasse en de zwakken in de samenleving aan extremisten heeft overgelaten? Is het normaal dat immigratie en klimaat konden worden gekaapt door alternatieve nichepartijen? De klassieke politieke partijen zijn niet ingehaald door de geschiedenis: ze hebben zichzelf verloochend, hun principes laten recupereren door nieuwe politieke talenten, om uiteindelijk hun kiezers te zien wegvloeien naar een nieuwbakken diaspora. Ze hebben zichzelf verpletterd onder hun verslaving aan macht en hun onvermogen om te besturen. De partij werd ondergeschikt aan de loopbaanambitie van toppolitici voor wie de offers van leiderschap een bedreiging in plaats van een plicht zijn. De kiezer verwacht en beloont beleid. Decennia van gemakkelijke vrede, permanent mediakabaal, onbezonnen beloftecultuur en systemisch bestuursfalen hebben de kiezer decadent gemaakt. De electorale versnippering trekt de politiek in een doodspiraal van electoraal opbod, dat leidt tot bestuurlijke onmacht dat leidt tot nog meer opbod. Alleen door te herverkavelen kunnen opnieuw werkbare meerderheden ontstaan. Maar hoe? De weg vooruit is misschien Vooruit. Onder Conner Rousseau herontdekt die partij de basisbesognes van haar klassieke achterban, waarmee extreemrechts was gaan lopen. Maar wie een beweging wil zijn en op personencultus teert, doet in Vlaanderen wat Donald Trump deed in Amerika, Boris Johnson in het Verenigd Koninkrijk en Emmanuel Macron in Frankrijk. Het duurt zolang het duurt. Dan komt het onderliggende probleem groter terug. Democratie vergt partijen met een stabiele ruggengraat en een duidelijk kompas, politiek leiderschap dat partijbelang met algemeen belang verzoent, belangengroepen die het compromis steunen en verantwoordelijke burgers die niet van alle levensvragen politieke vragen maken. Ons falen is collectief en vergt een collectieve democratische renaissance. Partijen zijn geen modeproducten met een houdbaarheidsdatum. Ideologie is geen wegwerpproduct. Wie dat negeert, organiseert het verval van de democratie.