Het instellen van een minimumloon blijft voor alle duidelijkheid een nationale bevoegdheid. Wel krijgen de lidstaten nu een kader waarmee ze kunnen nagaan of dat minimumloon toereikend is. Ze kunnen het bijvoorbeeld afzetten tegen een korf van goederen en diensten, zoals ook gebruikt wordt voor de berekening van de inflatie. Op die manier wordt gegarandeerd dat de minimumlonen de stijgende levensduurte volgen. Maar de landen kunnen de minimumlonen ook toetsen aan referentiewaarden als 60 procent van het mediaan brutoloon en 50 procent van het gemiddelde brutoloon. In niet minder dan 23 van de 27 lidstaten voldoet het minimumloon momenteel niet aan die criteria.

In België worden de geldende minimumlonen vastgelegd in collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO's), die in de schoot van de verschillende paritaire comités worden gesloten. Er is geen wet die de minimumlonen concreet bepaalt. In zes EU-landen (Cyprus, Denemarken, Finland, Italië, Oostenrijk en Zweden) gelden er helemaal geen normen voor een minimumloon en worden die exclusief via collectieve onderhandelingen bepaald. Volgens Eurostat-gegevens van 2021 varieert het minimumloon in Europa tussen 332 euro in Bulgarije en 2.202 euro in Luxemburg.

Collectieve loononderhandelingen

Het akkoord over eerlijke minimumlonen wil ook het voeren van collectieve loononderhandelingen stimuleren, als manier om armoede onder werknemers te bestrijden en arbeidsomstandigheden te verbeteren. Onderzoek wijst namelijk uit dat landen met een traditie in collectieve onderhandelingen doorgaans minder laagbetaalde werknemers en hogere minimumlonen hebben dan andere landen. Concreet zullen de lidstaten verplicht worden het recht op collectieve onderhandelingen te beschermen en moeten werknemers die aan collectieve onderhandelingen willen deelnemen, beschermd worden tegen discriminatie.

De Europese Commissie legde het voorstel voor eerlijker minimumlonen in de herfst van 2020 op tafel en reageert dan ook tevreden op het akkoord. 'Op een ogenblik dat veel gezinnen in de Europese Unie bezorgd zijn of ze de eindjes wel aan elkaar zullen kunnen blijven knopen, is het van essentieel belang dat de lidstaten voor voldoende bescherming zorgen met hun minimumlonen', zegt commissaris voor Werk en Sociale rechten Nicolas Schmit. 'Dit kader (...) helpt garanderen dat wie een minimumloon krijgt een fatsoenlijk leven kan leiden. Dit is een goede dag voor een sterk sociaal Europa dat bescherming biedt.'

Wellicht keurt het Europees Parlement het akkoord definitief goed tijdens zijn plenaire vergadering in juli. Ook de lidstaten moeten het licht nog op groen zetten. Daarna krijgen de EU-landen twee jaar de tijd om de nieuwe richtlijn in nationale wetgeving om te zetten.

Het instellen van een minimumloon blijft voor alle duidelijkheid een nationale bevoegdheid. Wel krijgen de lidstaten nu een kader waarmee ze kunnen nagaan of dat minimumloon toereikend is. Ze kunnen het bijvoorbeeld afzetten tegen een korf van goederen en diensten, zoals ook gebruikt wordt voor de berekening van de inflatie. Op die manier wordt gegarandeerd dat de minimumlonen de stijgende levensduurte volgen. Maar de landen kunnen de minimumlonen ook toetsen aan referentiewaarden als 60 procent van het mediaan brutoloon en 50 procent van het gemiddelde brutoloon. In niet minder dan 23 van de 27 lidstaten voldoet het minimumloon momenteel niet aan die criteria.In België worden de geldende minimumlonen vastgelegd in collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO's), die in de schoot van de verschillende paritaire comités worden gesloten. Er is geen wet die de minimumlonen concreet bepaalt. In zes EU-landen (Cyprus, Denemarken, Finland, Italië, Oostenrijk en Zweden) gelden er helemaal geen normen voor een minimumloon en worden die exclusief via collectieve onderhandelingen bepaald. Volgens Eurostat-gegevens van 2021 varieert het minimumloon in Europa tussen 332 euro in Bulgarije en 2.202 euro in Luxemburg.Het akkoord over eerlijke minimumlonen wil ook het voeren van collectieve loononderhandelingen stimuleren, als manier om armoede onder werknemers te bestrijden en arbeidsomstandigheden te verbeteren. Onderzoek wijst namelijk uit dat landen met een traditie in collectieve onderhandelingen doorgaans minder laagbetaalde werknemers en hogere minimumlonen hebben dan andere landen. Concreet zullen de lidstaten verplicht worden het recht op collectieve onderhandelingen te beschermen en moeten werknemers die aan collectieve onderhandelingen willen deelnemen, beschermd worden tegen discriminatie.De Europese Commissie legde het voorstel voor eerlijker minimumlonen in de herfst van 2020 op tafel en reageert dan ook tevreden op het akkoord. 'Op een ogenblik dat veel gezinnen in de Europese Unie bezorgd zijn of ze de eindjes wel aan elkaar zullen kunnen blijven knopen, is het van essentieel belang dat de lidstaten voor voldoende bescherming zorgen met hun minimumlonen', zegt commissaris voor Werk en Sociale rechten Nicolas Schmit. 'Dit kader (...) helpt garanderen dat wie een minimumloon krijgt een fatsoenlijk leven kan leiden. Dit is een goede dag voor een sterk sociaal Europa dat bescherming biedt.'Wellicht keurt het Europees Parlement het akkoord definitief goed tijdens zijn plenaire vergadering in juli. Ook de lidstaten moeten het licht nog op groen zetten. Daarna krijgen de EU-landen twee jaar de tijd om de nieuwe richtlijn in nationale wetgeving om te zetten.