Het gebeurt niet vaak dat een gouverneur van de Nationale Bank een groeivertraging wenselijk noemt, maar om de te hoge inflatie onder controle te krijgen is een economische afkoeling eerder een bondgenoot dan een tegenstander. "Mocht de inflatie hardnekkig hoog blijven, dan is er een grotere groeivertraging of zelfs recessie nodig om de inflatie onder controle te krijgen. Het risico op een harde landing van een economie wordt kleiner als er nu wat stoom van de ketel gaat", zegt Pierre Wunsch.
...

Het gebeurt niet vaak dat een gouverneur van de Nationale Bank een groeivertraging wenselijk noemt, maar om de te hoge inflatie onder controle te krijgen is een economische afkoeling eerder een bondgenoot dan een tegenstander. "Mocht de inflatie hardnekkig hoog blijven, dan is er een grotere groeivertraging of zelfs recessie nodig om de inflatie onder controle te krijgen. Het risico op een harde landing van een economie wordt kleiner als er nu wat stoom van de ketel gaat", zegt Pierre Wunsch.Voor dit jaar verwacht de Nationale Bank een inflatie van 8,2 procent in België. In 2023 zou de inflatie moeten dalen richting 2,6 procent. "We zien een stevige inflatiegolf, maar geen inflatietsunami. De inflatie moet nu ongeveer pieken, al blijft het moeilijk om de inflatie te voorspellen gezien de enorme volatiliteit op de energiemarkten", zegt Geert Langenus, senior econoom van de Nationale Bank. Wel blijft de kerninflatie, of de inflatie zonder rekening te houden met de volatiele energieprijzen, nog voor langere tijd te hoog. De kerninflatie is gestegen tot bijna 4 procent en blijft tot in 2023 hoger dan 2 procent. "De kans op een loonprijsspiraal is klein. We verwachten dat de bedrijven een groot deel van de hogere kosten niet zullen vertalen in hogere prijzen. De ondernemingen zullen een deel van hun hoge winstmarges opofferen. Een loonprijsspiraal sterft dan snel uit", zegt Geert Langenus.De stijging van de onderliggende inflatie tot 4 procent verplichtte de Europese Centrale Bank (ECB) vorige week de strijd tegen de inflatie hoog op de agenda te plaatsen. "Het Europese uitzonderingsregime is voorbij", zegt Pierre Wunsch, die als gouverneur van de Nationale Bank ook zetelt in de raad van bestuur van de ECB. "Ook het eurogebied heeft een inflatieprobleem. Het argument dat de inflatieschok hier tijdelijk zou zijn, gaat niet meer op. Het eurogebied volgt de inflatieontwikkelingen in de Verenigde Staten met ongeveer zes maanden vertraging. We hebben als ECB een duidelijk signaal gegeven. We zullen doen wat we moeten doen om onze doelstelling van een inflatie van 2 procent te realiseren. Een renteverhoging met 50 basispunten in september is zo goed als zeker. Normaal is er geen recessie nodig om de inflatie onder controle te krijgen, maar je kan dat scenario niet uitsluiten."Van een recessie wil de Nationale Bank nog niet weten, op voorwaarde dat de energieprijzen niet opnieuw door het dak gaan, en dat de oorlog in Oekraïne niet escaleert. "Dit kwartaal vertraagt de economie scherp, maar het gaat om een tijdelijke vertraging. De vertrouwensindicatoren in de industrie en de diensten wijzen nog altijd op groei. Tegen het einde van het jaar zou de groei opnieuw moeten aantrekken. We zien dus geen stagflatie", zegt Geert Langenus. Over heel 2022 zou de Belgische economie met 2,4 procent groeien. Door de overloopeffect van de groeivertraging dit jaar, blijft de groei in 2023 beperkt tot 1,5 procent.De koopkracht van de gezinnen blijft ondanks de hogere energieprijzen redelijk overeind. Dit jaar daalt de koopkracht licht omdat de gezondheidsindex niet alle brandstofprijzen volgt en omdat de automatische indexatie de prijzen met enkele maanden vertraging volgt. Volgend jaar wordt die achterstand gecompenseerd, wat de koopkracht in 2023 een stevige duw in de rug geeft. Samen met een verdere normalisatie van het spaargedrag, moet de binnenlandse consumptie dus op peil blijven.Beschermt de automatische indexatie grotendeels de koopkracht van de gezinnen, dan is het logische spiegelbeeld een aantasting van de concurrentiekracht van de Belgische bedrijven. Het zijn immers de bedrijven die de hogere lonen betalen. In de periode 2022-2024 nemen de Belgische lonen met bijna 5 procentpunt sneller toe dan in de buurlanden, verwacht de Nationale Bank. Dat zorgt voor een behoorlijk verlies aan marktaandeel op onze uitvoermarkten. "Is het verlies aan concurrentiekracht erg? Dat weet ik nog niet, omdat de bedrijven de hogere loonkosten gedeeltelijk kunnen absorberen omdat hun winstmarges vandaag historisch hoog zijn", zegt Pierre Wunsch. De arbeidsmarkt blijft intussen in positieve zin verrassen. "De jobmotor schakelt in 2023 en 2024 een versnelling lager, maar blijft wel draaien. De werkloosheid blijft naar Belgische maatstaven bijzonder laag", zegt Geert Langenus.Voor de toestand van de overheidsfinanciën heeft de Nationale Bank minder lovende woorden. "Bij ongewijzigd beleid stijgt het structureel begrotingstekort tot 5 procent. Dat is zorgwekkend. België gaat niet meteen failliet, maar in het geval van een recessie stijgt het tekort tot 7 procent. In dat scenario dreigen we te moeten bezuinigen in tijden van crisis. We kunnen de volgende schok niet meer opvangen. Ik pleit dus voor een restrictiever begrotingsbeleid, ook omdat dat helpt om de inflatie onder controle te krijgen", zegt Pierre Wunsch. "De overheid kan de energieschok dus niet meer opvangen voor de gezinnen. De druk is nochtans groot. De overheid heeft de covid-crisis opgevangen, en nu verwachten velen dat de overheid dat ook doet met de energieschok. Dat gaat echter niet meer. Het geld is op."Deze vooruitzichten van de Nationale Bank baden nog meer dan anders in grote onzekerheid. Het basisscenario is relatief gunstig, maar er is niet veel verbeelding nodig om een donkerder beeld te schetsen. "Is de inflatie het gevolg van een te hoge vraag, dan is de remedie simpel. We koelen met een restrictiever beleid de economie af om de inflatie onder controle te brengen. Maar is de inflatie het gevolg van een negatieve aanbodschok, zoals nu, dan is het probleem veel complexer en lastiger om op te lossen", zegt Pierre Wunsch. "De centrale vraag daarbij is wie de factuur betaalt. De hogere energieprijzen verarmen de Belgische economie met 2 tot 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). De ondernemingen betalen die factuur grotendeels via de automatische indexatie van de lonen. Maar de ondernemingen willen ook graag hun winstmarges op peil houden, wat ze kunnen doen door de prijzen te verhogen. Er is dus veel weerstand tegen een verlaging van de reële lonen en de winstmarges. Dat verhoogt het risico dat de inflatie hardnekkig hoog blijft. In de jaren zeventig duurde het ook lang voor werkgevers en werknemers een akkoord vonden om de hogere oliefactuur te verdelen, met als resultaat een langdurig hoge inflatie. Het vinden of het uitblijven van een maatschappelijk akkoord over deze factuur is van groot belang voor de toekomstige inflatie, maar is heel moeilijk te voorspellen."