Het is de jongste jaren niet gemakkelijk om een centrale bankier te zijn. Aan de rechterkant wordt u ervan beschuldigd uw balans roekeloos op te blazen en geld uit het raam te gooien. Links dringt erop aan de drukpers opnieuw te laten draaien om meer geld in de economie te pompen. En beide zijden vragen zich af of de centrale banken er niet beter aan zouden doen hun onafhankelijkheid op te geven en de orders van de regeringen opnieuw op te volgen.
...

Het is de jongste jaren niet gemakkelijk om een centrale bankier te zijn. Aan de rechterkant wordt u ervan beschuldigd uw balans roekeloos op te blazen en geld uit het raam te gooien. Links dringt erop aan de drukpers opnieuw te laten draaien om meer geld in de economie te pompen. En beide zijden vragen zich af of de centrale banken er niet beter aan zouden doen hun onafhankelijkheid op te geven en de orders van de regeringen opnieuw op te volgen. Peter Praet was van 2000 tot 2011 de directeur van de Nationale Bank en van 2011 tot enkele weken geleden de hoofdeconoom van de Europese Centrale Bank. Een paar uur na de ingang van zijn pensioen waarschuwde hij de aanwezigen op het Financieel Forum bij de Nationale Bank: "In tijden van de brexit en de Chinees-Amerikaanse handelsoorlog is het grootste risico dat boven ons hoofd hangt institutioneel van aard." De bevolking heeft geen vertrouwen meer in de Europese en internationale instellingen. Maar sterke instellingen zijn een noodzakelijke bescherming tegen schokken. Neem de eurozone. Als ze aan de vernieling is ontsnapt, dan is dat omdat de Europese instellingen in juni 2012 een reeks acties hebben ondernomen, waaronder de oprichting van een bankenunie. En omdat Mario Draghi een paar dagen later zijn beroemde zin lanceerde: " whatever it takes", wat betekende dat de ECB alles zou doen wat in haar macht lag om de euro te redden. Die acties en woorden konden de paniek in de markt de kop indrukken, omdat Draghi en de ECB voldoende geloofwaardigheid hadden. "Economen zien het belang van instellingen vaak over het hoofd", zegt Praet. In het Duits heet het Ordnungspolitik: je hebt sterke instellingen nodig om een gezonde en efficiënte concurrentie te organiseren. Toch worden de internationale instellingen, de belangrijkste troeven van de wereldeconomie - het IMF, de Wereldbank, de WTO, de G7, de G20, enzovoort - in twijfel getrokken. "De Europeanen betaalden een hoge prijs voor het gebrek aan een sterk institutioneel kader toen de crisis van 2008 uitbrak", vervolgt de voormalige hoofdeconoom. "Toen we de eurozone in het leven riepen, hebben we niet genoeg aandacht besteed aan de instellingen. We wisten dat de banken een essentieel onderdeel waren. Toch waren de toezichthoudende instanties nog altijd nationaal." Het resultaat was dat we tijdens de crisis werden geconfronteerd met een opeenstapeling van transnationale problemen die zich buiten het beperkte bereik van de nationale instanties bevonden. Dat is sindsdien veranderd. Er is nu één bankentoezichthouder voor de belangrijkste Europese banken, een afwikkelmechanisme om een instelling in moeilijkheden te redden of te liquideren, een Europese Raad voor Systeemrisico's om de stabiliteit van het Europese financiële stelsel te waarborgen, en een Europees stabiliteitsmechanisme dat fondsen kan werven om een land in moeilijkheden te helpen. Maar die nieuwe wapens hebben nog geen vuurproef doorstaan. "Die instellingen zijn nog niet getest in een crisis. Over het afwikkelmechanisme bestaan zeer verschillende visies over het doel dat het moet bereiken, het tijdstip waarop het moet worden geactiveerd en de manier waarop het moet werken", zegt hij. "Er is veel onduidelijkheid onder de bevolking", gaat Praet verder. "Wanneer u de Europeanen vraagt of ze een voorstander zijn van de euro en een gemeenschappelijk buitenlands handelsbeleid, antwoorden ze in grote lijnen ja. Tegelijkertijd is het vertrouwen in de Europese instellingen zeer klein. De bevolking heeft natuurlijk altijd de neiging instellingen en politici te bekritiseren, maar het vertrouwen is door de crisis sterk gedaald. De recente verkiezingen tonen dat wantrouwen, en de wens van de kiezers om alternatieven te vinden." Waarom verspreidt dat wantrouwen zich? Peter Praet wijst op de ontwikkeling van een simplistische en conflictueuze manier van denken bij de bevolking. "Mijn grootste zorg is wat ik 'de denkwijze van de roddelbladen' noem. Het is een vorm van communicatie die zich heeft verspreid via sociale netwerken en die de politici hebben overgenomen. Het vereenvoudigt de wereld, met het goede en het slechte, de verliezer en de winnaar. Dat is zeer zorgwekkend, en moet worden beantwoord." Daarom pleit Peter Praet voor een betere communicatie van de kant van de ECB. Want, legt Peter Praet uit, "de organisatie van de wereld is de afgelopen twintig jaar enorm complex geworden. Kijk naar de recente aankondiging van een Amerikaanse heffing van 5 procent voor Mexicaanse producenten. Sommigen zeggen dat het uiteindelijk niet zo belangrijk is en dat de valuta's zich zullen aanpassen om de maatregel te compenseren. Maar dat is niet waar. Dat soort wrijvingen verspreiden zich over de wereldwijde waardeketen, met alle gevolgen van dien." De wereld is complexer, maar ook onzekerder geworden. En de economische spelers weten niet meer waar ze moeten beginnen. "De markten reageren soms positief op de agressieve tweets van Donald Trump", zegt Praet. "Ze rekenen erop dat dat een onderhandelingstactiek is: Donald Trump is een voorstander van vrijhandel, maar dan wel van vrijhandel die eerlijk wordt gespeeld. Maar instellingen als de Wereldhandelsorganisatie slagen er onvoldoende in de regels voor concurrentie, intellectuele eigendom, enzovoort, te handhaven. De tweets zijn een manier om het probleem op te lossen en uiteindelijk zullen we er beter van worden, denken ze." "Er is nog een andere manier om het te bekijken", zegt Peter Praet. "Als een nulsomspel: ik win, jij verliest. Die interpretatie is veel slechter en de gevolgen zouden vreselijk zijn. Dat is des te zorgwekkender omdat China en de Verenigde Staten samen 40 procent van de wereldeconomie voor hun rekening nemen." Als de interpretatie van 'ik win, jij verliest' juist is, zou de kans op een recessie in de Verenigde Staten toenemen "en ik geloof niet dat onze samenlevingen zo sterk zijn om de gevolgen daarvan onder ogen te zien", waarschuwt Praet. De brexit is een ander voorbeeld van de toegenomen onzekerheid. "Aanvankelijk moest het op een ordelijke manier gebeuren. Vandaag weten we het niet meer. Sommige mensen stellen zichzelf gerust door te zeggen dat niemand zichzelf ooit in de voet schiet. Maar het kan gebeuren. Samenlevingen kunnen worden gevangen in een vicieuze cirkel van vernietiging van rijkdom. We hebben dat in het verleden gezien. En het Verenigd Koninkrijk is geen kleine economie." Mensen kunnen altijd tot bezinning komen. "En ik ben geneigd dat te geloven", zegt Praet. "Maar je weet het nooit zeker. En die onzekerheid kan gevolgen hebben voor de investeringen en het groeipotentieel van onze economieën, waardoor het debat over het welzijn en ons sociaal model wordt bemoeilijkt en we in een gevaarlijke spiraal terechtkomen. De investeringscyclus in de westerse economieën vertraagt nu al. Het is niet dramatisch, maar je moet voorzichtig zijn." Peter Praet wijst ook op een ander verrassend punt: de burgers lijken boos, maar de consumenten lijken tevreden. "Als je de kiezers vraagt of ze vertrouwen hebben in hun economie en de staat van hun persoonlijke financiën, reageren ze positief. Maar hoe kunnen ze zelfverzekerde en tevreden consumenten zijn en voor disruptie stemmen?" vraagt hij zich af. De econoom biedt een deel van het antwoord. "Er word aanzienlijk veel werkgelegenheid gecreëerd, ondanks de lage groei. En dan is er ook nog het effect van het soepele monetair beleid dat sinds de crisis is gevoerd", voegt Peter Praet toe. "Dat zijn positieve elementen. Maar ze zijn op geen enkele manier een voorbode van de toekomst." Instellingen zijn vaak ontstaan uit grote crisissen. De oorlog gaf de Europese Gemeenschap, de crisissen op de valutamarkt na het uiteenvallen van het systeem van Bretton Woods gaven de euro. De eurocrisis heeft geleid tot de oprichting van de bankenunie, enzovoort. Maar pas op voor dat soort redeneringen, waarschuwt Peter Praet. "Na een crisis gaan er twee wegen open. Die van creatieve vernietiging, maar ook een puur destructieve weg, zoals we bijna hebben meegemaakt in 2012", toen de eurozone op de rand van een implosie stond. Het is daarom een zeer slecht idee te wachten op een nieuwe crisis om nieuwe oplossingen te bedenken. Vooral omdat er een zekere urgentie is om te handelen, waarschuwt Peter Praet. Als het wantrouwen ten opzichte van de instellingen verder toeneemt, kan dat een ernstige economische schok veroorzaken, die voor de centrale bankiers zeer moeilijk te bestrijden is. Opnieuw ingrijpen in de wisselkoersen of nieuwe geldinjecties zullen waarschijnlijk niet voldoende zijn. "De enige manier om de situatie te kalmeren is de instellingen versterken."