In de speurtocht naar een bindmiddel voor de federaleregeringssaus, zijn de chefs uitgekomen bij een verhoging van de minimumpensioenen tot 1500 euro netto, toch voor wie een volledige loopbaan achter de rug heeft. Ook die saus zal schiften. Over het principe is iedereen het eens. Gezien de relatief lage wettelijke pensioenen in dit land, kan je moeilijk tegen een hoger minimumpensioen zijn. Maar over de uitvoering van die ambitie staan de partijen, om de N-VA en de PS niet te noemen, neus aan neus. De N-VA wil hogere pensioenen betaalbaar maken door een vervolg te breien aan een strak werkgelegenheidsbeleid. De PS denkt dat het geld aan de bomen groeit, en wil extra schulden maken om een zacht pensioenbeleid te voeren.
...

In de speurtocht naar een bindmiddel voor de federaleregeringssaus, zijn de chefs uitgekomen bij een verhoging van de minimumpensioenen tot 1500 euro netto, toch voor wie een volledige loopbaan achter de rug heeft. Ook die saus zal schiften. Over het principe is iedereen het eens. Gezien de relatief lage wettelijke pensioenen in dit land, kan je moeilijk tegen een hoger minimumpensioen zijn. Maar over de uitvoering van die ambitie staan de partijen, om de N-VA en de PS niet te noemen, neus aan neus. De N-VA wil hogere pensioenen betaalbaar maken door een vervolg te breien aan een strak werkgelegenheidsbeleid. De PS denkt dat het geld aan de bomen groeit, en wil extra schulden maken om een zacht pensioenbeleid te voeren. Hoever is de politiek van de realiteit afgedreven als het gaat over hogere pensioenen, terwijl geen enkele partij een idee heeft hoe de al gemaakte pensioenbeloften betaald kunnen worden. Beter wordt het de volgende jaren niet, integendeel. De omvang van de beroepsbevolking daalt straks, terwijl het aantal pensioengerechtigden pijlsnel stijgt. Je moet geen raketgeleerde te zijn om te concluderen dat die evolutie de sociale zekerheid uit haar hengsels tilt. De ontsporende begroting toont aan dat de strategie het probleem voor zich uit te schoppen zijn beste tijd gehad heeft. Bij ongewijzigd beleid staat de volgende generatie politici voor een ongemakkelijk keuzemenu. Druk 1 voor een gigantische overheidsschuld, druk 2 voor lagere inkomens voor de werkende generaties, via een stijgende belastingdruk, of druk 3 voor lagere inkomens voor de oudere generaties, via een lager pensioen of een herverdeling langs heimelijke weg, zoals kunstmatig lage rentevoeten. Het hoeft niet zo fatalistisch te worden, als het beleid snel bijgestuurd wordt. Er is nog een uitweg, maar dan moet België zijn grijze menselijke kapitaal veel meer aan het werk zetten. Dat kapitaal van oudere mensen wordt schandalig onderbenut. De effectieve pensioenleeftijd stijgt weliswaar, maar bedraagt nog altijd maar 60,1 jaar voor vrouwen en 61,7 jaar voor mannen. De werkgelegenheidsgraad van 55-plussers is de voorbije jaren flink gestegen, maar ligt nog altijd schabouwelijk ver onder het gemiddelde van de buurlanden. De onderbenutting begint al vanaf 45 jaar. Het aantal gezonde vijftigers, zestigers of zelfs zeventigers dat recht heeft op een pensioen of een vervangende uitkering is gigantisch groot, terwijl ze nog fit genoeg zijn om als loontrekkende, zelfstandige of ambtenaar een bijdrage te leveren aan de maatschappij en de economie. We leven langer en we blijven ook langer gezond. Aan zoveel goed nieuws is onze welvaartsstaat nog niet aangepast. We moeten de zilvervloot meer zien als een economische troef dan als een budgettaire kostenpost. Dit land zal zijn grijze leger verder moeten mobiliseren. Dat kan door de stok en de wortel te hanteren. Verminder de mogelijkheden om de arbeidsmarkt vervroegd te verlaten. Bewaak beter de toegang tot regelingen voor arbeidsongeschiktheid en invaliditeit, om misbruik te vermijden. Bouw de loonanciënniteit af, die oudere werknemers uit de markt prijst. Bestraf discriminatie. Organiseer meer vorming voor 55-plussers. En als wortel zou je iedereen die na een volwaardige loopbaan blijft werken, kunnen vrijstellen van belastingen en sociale bijdragen. De klok tikt. De activiteitsgraad moet omhoog om de sociale zekerheid betaalbaar te houden, maar de Hoge Raad voor Werkgelegenheid waarschuwt in zijn nieuwe jaarverslag dat die activiteitsgraad bij ongewijzigd beleid zal dalen. "De demografische piek bevindt zich in de leeftijdsgroep van 50 tot 55 jaar. Tegen 2030 zal die piek opgeschoven zijn naar de groep van 60 tot 64 jaar, gekenmerkt door een lagere activiteitsgraad. Als niets verandert, dan zal de activiteitsgraad geleidelijk dalen richting 2030." Dat is geen prettig vooruitzicht in tijden van budgettaire nood en toenemende schaarste op de arbeidsmarkt. Kan een informateur daar eens een nota over maken?