Wie al eens de mall van bijvoorbeeld Dubai heeft bezocht, een van de grootste shoppingcentra ter wereld, zag aan elke ingang een bordje met daarop de courtesy rules: "Wees respectvol gekleed, schouders en knieën dienen te zijn bedekt; roken en alcoholische dranken zijn verboden; publieke uitingen van affectie worden niet getolereerd en alle onveilige activiteiten zijn verboden".

De vraag is niet of men akkoord gaat met die regels - en ik wil Dubai helemaal niet als model naar voren schuiven - maar indien men het shoppingcentrum betreedt, aanvaardt de bezoeker die 'beleefdheidsregels' als wet. Wie ze niet respecteert, vliegt eruit en wordt zwaar beboet. Buitenlanders die een delict begaan, moeten onmiddellijk, en met heel hun familie, terug naar hun eigen land. Dura lex, sed lex. Het is dus normaal dat geen enkele Arabier, Amerikaan of Europeaan die regels aan zijn spreekwoordelijke laarzen lapt. Culturele beschouwingen zijn hier irrelevant. Wat een contrast met de taferelen die wij zien aan de Belgische kust of in de grootsteden, waar vele mensen zich niet meer veilig voelen door het wangedrag van medeburgers die zich niet aan de elementaire beleefdheidsregels houden.

De kritische lezer zou kunnen opmerken dat dit wel zo is, maar zich afvragen wat het verband met economie is; Trends is immers een financieel-economisch tijdschrift. Wel, veiligheid heeft een belangrijke impact op de investeringsaantrekkelijkheid en de competitiviteit van een land, zaken die op hun beurt het welvaartsniveau van een land bepalen (er is een correlatiecoëfficiënt (R2) van 82%).

Meten is weten

Eenieder voelt wel aan dat een gevoel van onveiligheid vreet aan de economie. Klanten blijven weg uit onveilige buurten en vermijden onveilige winkelcentra. Ouders aarzelen om hun kinderen naar de cinema te sturen. Toeristen kiezen oorden waar hun gezondheid of leven minder in gevaar is. Ook voor investeerders is veiligheid een essentiële voorwaarde. Maar kun je dat gevoel ook meten?

Het onveiligheidsgevoel wordt hoofdzakelijk in kaart gebracht op basis van enquêtes. Daaruit blijkt dat een op de vijf Vlamingen bepaalde plaatsen in de stad mijdt. Vooral vrouwen voelen zich onveilig (enquête SCV, 2015). Het onveiligheidsgevoel is vooral in de grootsteden merkbaar, met de Brusselse regio en de provincie Henegouwen als koplopers (enquête federale politie, 2019).

Onveiligheid schaadt de economie.

Het onveiligheidsgevoel bestaat dus. Het verband aantonen tussen onveiligheid en economie is een ander paar mouwen. Een van de methodes is via de competitiviteitsindex van het Wereld Economisch Forum. België bekleedt dit jaar de 25ste plaats; niet slecht maar wel tanend. Onze buurlanden Nederland, Duitsland en Frankrijk scoren beter met respectievelijk de vierde, de zevende en de vijftiende plaats. Op het gebied van veiligheid staat Finland op de eerste plaats, wat, ik citeer, "een belangrijke impact heeft op haar competitiviteit gezien criminaliteit en terrorisme geen kosten teweegbrengen voor ondernemingen".

Naast de klassieke zwakke punten zoals de belastingen op arbeid en de administratieve lasten scoort ons land, eigenaardig genoeg, zeer slecht op die 'terrorismeparameter'. In de landen van de EU-27 doen alleen Griekenland, Duitsland en Frankrijk het slechter. Op wereldniveau prijken we in het lijstje naast landen zoals Israël, Uganda, Burkina Faso en Tsjaad.

Visionair beleid

Alsof covid-19 nog niet voldoende schade berokkend heeft aan de economie, doen amokmakers er nog een schepje bovenop en, uitvergroot door de media, wordt de perceptie van het onveilige België versterkt. Een uitgekiend en visionair veiligheidsbeleid is dan ook noodzakelijk, niet alleen voor de burger, en in het bijzonder voor de vrouwen, maar ook om de economische schade te beperken. Dat veiligheidsbeleid moet integraal deel uitmaken van een globaal beleid, geflankeerd door een efficiënt justitie- en politieapparaat, dat regels uitvaardigt en toepast. Laksheid getuigt niet alleen van gebrek aan respect voor de kiezer, maar breekt ons land ook economisch zwaar op. Die luxe zullen we ons in post-covid-19-tijden niet kunnen permitteren.

Wie al eens de mall van bijvoorbeeld Dubai heeft bezocht, een van de grootste shoppingcentra ter wereld, zag aan elke ingang een bordje met daarop de courtesy rules: "Wees respectvol gekleed, schouders en knieën dienen te zijn bedekt; roken en alcoholische dranken zijn verboden; publieke uitingen van affectie worden niet getolereerd en alle onveilige activiteiten zijn verboden".De vraag is niet of men akkoord gaat met die regels - en ik wil Dubai helemaal niet als model naar voren schuiven - maar indien men het shoppingcentrum betreedt, aanvaardt de bezoeker die 'beleefdheidsregels' als wet. Wie ze niet respecteert, vliegt eruit en wordt zwaar beboet. Buitenlanders die een delict begaan, moeten onmiddellijk, en met heel hun familie, terug naar hun eigen land. Dura lex, sed lex. Het is dus normaal dat geen enkele Arabier, Amerikaan of Europeaan die regels aan zijn spreekwoordelijke laarzen lapt. Culturele beschouwingen zijn hier irrelevant. Wat een contrast met de taferelen die wij zien aan de Belgische kust of in de grootsteden, waar vele mensen zich niet meer veilig voelen door het wangedrag van medeburgers die zich niet aan de elementaire beleefdheidsregels houden.De kritische lezer zou kunnen opmerken dat dit wel zo is, maar zich afvragen wat het verband met economie is; Trends is immers een financieel-economisch tijdschrift. Wel, veiligheid heeft een belangrijke impact op de investeringsaantrekkelijkheid en de competitiviteit van een land, zaken die op hun beurt het welvaartsniveau van een land bepalen (er is een correlatiecoëfficiënt (R2) van 82%).Eenieder voelt wel aan dat een gevoel van onveiligheid vreet aan de economie. Klanten blijven weg uit onveilige buurten en vermijden onveilige winkelcentra. Ouders aarzelen om hun kinderen naar de cinema te sturen. Toeristen kiezen oorden waar hun gezondheid of leven minder in gevaar is. Ook voor investeerders is veiligheid een essentiële voorwaarde. Maar kun je dat gevoel ook meten?Het onveiligheidsgevoel wordt hoofdzakelijk in kaart gebracht op basis van enquêtes. Daaruit blijkt dat een op de vijf Vlamingen bepaalde plaatsen in de stad mijdt. Vooral vrouwen voelen zich onveilig (enquête SCV, 2015). Het onveiligheidsgevoel is vooral in de grootsteden merkbaar, met de Brusselse regio en de provincie Henegouwen als koplopers (enquête federale politie, 2019). Het onveiligheidsgevoel bestaat dus. Het verband aantonen tussen onveiligheid en economie is een ander paar mouwen. Een van de methodes is via de competitiviteitsindex van het Wereld Economisch Forum. België bekleedt dit jaar de 25ste plaats; niet slecht maar wel tanend. Onze buurlanden Nederland, Duitsland en Frankrijk scoren beter met respectievelijk de vierde, de zevende en de vijftiende plaats. Op het gebied van veiligheid staat Finland op de eerste plaats, wat, ik citeer, "een belangrijke impact heeft op haar competitiviteit gezien criminaliteit en terrorisme geen kosten teweegbrengen voor ondernemingen". Naast de klassieke zwakke punten zoals de belastingen op arbeid en de administratieve lasten scoort ons land, eigenaardig genoeg, zeer slecht op die 'terrorismeparameter'. In de landen van de EU-27 doen alleen Griekenland, Duitsland en Frankrijk het slechter. Op wereldniveau prijken we in het lijstje naast landen zoals Israël, Uganda, Burkina Faso en Tsjaad.Alsof covid-19 nog niet voldoende schade berokkend heeft aan de economie, doen amokmakers er nog een schepje bovenop en, uitvergroot door de media, wordt de perceptie van het onveilige België versterkt. Een uitgekiend en visionair veiligheidsbeleid is dan ook noodzakelijk, niet alleen voor de burger, en in het bijzonder voor de vrouwen, maar ook om de economische schade te beperken. Dat veiligheidsbeleid moet integraal deel uitmaken van een globaal beleid, geflankeerd door een efficiënt justitie- en politieapparaat, dat regels uitvaardigt en toepast. Laksheid getuigt niet alleen van gebrek aan respect voor de kiezer, maar breekt ons land ook economisch zwaar op. Die luxe zullen we ons in post-covid-19-tijden niet kunnen permitteren.