De huidige crisis mag dan een energiecrisis zijn, de vorige grote crisis van 2008 was een bankencrisis. Die werd in sterke mate bezworen door toenmalig voorzitter van de Amerikaanse centrale bank Ben Bernanke. Hij kreeg vandaag samen met twee collega's, Douglas Diamond en Philip Dybvig, de Nobelprijs economie voor hun academisch onderzoek naar financiële crises en de rol die banken daarin spelen.

"De economen Milton Friedman en Anna Schwartz hadden daar in de jaren vijftig en zestig al onderzoek naar gedaan, maar Bernanke heeft dat verder verfijnd in modellen en het met data onderbouwd", zegt econoom en NV-A-Europarlementslid Johan Van Overtveldt, die een boek over Bernanke heeft geschreven.

Lees verder onder de video (interview Kanaal Z)

"Bernanke, Diamond en Dybvig hebben het begrip voor de rol van de banken in de economie aanzienlijk vergroot, vooral tijdens financiële crises", oordeelde de jury van de Zweedse Riksbank die de prijs uitdeelt. "Dankzij de inzichten van de laureaten zijn we beter in staat om ernstige crises en dure bail-outs te vermijden", klonk het nog.

Diamond en Dybvig keken in hun onderzoek vooral naar de algemene rol van banken in de samenleving en hoe kwetsbaar ze zijn voor geruchten over hun mogelijke omvallen. Dat onderzoek was de basis voor veel regelgeving voor de banken.

Bernankes werk focuste vooral op de financiële depressie van de jaren dertig. "Hij heeft gekeken naar hoe banken in economische crises als een soort financiële accelerator opereren, waardoor de crisis verergert", zegt Johan Van Overtveldt. "Hij is specialist in de interactie tussen de financiële en de reële economie. Dat noemde hij de heilige graal van de macro-economie."

Dat banken er niet in zijn geslaagd geld naar productieve investeringen te doen vloeien, leidde ertoe dat de financiële crisis van 1930 uitmondde in een ware depressie, die tot 1933 aanhield. Die inzichten hebben geholpen om nieuwe financiële crises beter te bezweren.

Uitwassen bestrijden

Die inzichten kwamen Bernanke meer dan van pas toen hij als voorzitter van de Federal Reserve de herculestaak kreeg om de uitwassen van de financiële crisis van 2008 te bestrijden en op te kuisen. "Zijn academisch werk heeft zeker een rol gespeeld in zijn benoeming tot Fed-voorzitter", zegt Johan Van Overtveldt, die zich de toenmalige gemoedstoestand in de economie en de samenleving nog levendig herinnert. "Aan het begin van die crisis, toen de banken wereldwijd dreigden om te vallen, stond iedereen stijf van de schrik. Bernanke was de inspirerende figuur voor het beleid dat de centrale banken toen hebben ondernomen om het tij te keren. Hij wilde tot elke prijs een financiële depressie zoals die van de jaren dertig voorkomen. Door zijn onderzoek naar de rol van banken in de crisis van de jaren dertig keek hij op een andere manier naar de crisis die zich in 2008 ontrolde." Het hielp hem ook een beleidsommezwaai te maken, om de gevolgen daarvan te bestrijden.

Die ommezwaai was op zijn zachtst gezegd onconventioneel te noemen naar de monetaire standaarden van toen en zorgde op tijd en stond voor een hevige controverse onder economen en centrale bankiers. Om de rechtstreekse effecten van de financiële crisis te bekampen begon de Fed, en in haar zog andere centrale banken wereldwijd, actief op te treden op de financiële markten door massaal schuldpapier van overheden en hypotheekuitgevers op te kopen.

"In de mate dat zijn academisch onderzoek zijn beleid mee heeft gevormd, is de Nobelprijs verdiend. Maar het is dubbel voor mij", zegt Johan Van Overtveldt. "Want we voelen nu de gevolgen van dat onconventionele beleid, dat veel te lang heeft geduurd. Dat begint zijn tol te eisen."

Onderzoek en beleid

De Nobelprijs is in geen enkel opzicht een oordeel over het beleidswerk van Bernanke, maar het belicht wel het belang van het samenspel tussen academisch onderzoek en beleid. "We kunnen alleen maar aanmoedigen dat academische inzichten hun weg vinden naar het beleid. En omgekeerd is het niet slecht dat beleidsmakers de stap naar de academische wereld zetten om die te voeden met concrete ervaring uit de praktijk", zegt Johan Van Overtveldt.

Hij interviewde Bernanke nog toen die economieprofessor was aan Princeton University en herinnert hem als de belichaming van academische bescheidenheid, wars van enige stelligheid. "Hij was zeer aangenaam en rustig. Hij sprak in waarschijnlijkheden en met de nodige nuances", zegt hij.

De huidige crisis mag dan een energiecrisis zijn, de vorige grote crisis van 2008 was een bankencrisis. Die werd in sterke mate bezworen door toenmalig voorzitter van de Amerikaanse centrale bank Ben Bernanke. Hij kreeg vandaag samen met twee collega's, Douglas Diamond en Philip Dybvig, de Nobelprijs economie voor hun academisch onderzoek naar financiële crises en de rol die banken daarin spelen."De economen Milton Friedman en Anna Schwartz hadden daar in de jaren vijftig en zestig al onderzoek naar gedaan, maar Bernanke heeft dat verder verfijnd in modellen en het met data onderbouwd", zegt econoom en NV-A-Europarlementslid Johan Van Overtveldt, die een boek over Bernanke heeft geschreven.Lees verder onder de video (interview Kanaal Z)"Bernanke, Diamond en Dybvig hebben het begrip voor de rol van de banken in de economie aanzienlijk vergroot, vooral tijdens financiële crises", oordeelde de jury van de Zweedse Riksbank die de prijs uitdeelt. "Dankzij de inzichten van de laureaten zijn we beter in staat om ernstige crises en dure bail-outs te vermijden", klonk het nog.Diamond en Dybvig keken in hun onderzoek vooral naar de algemene rol van banken in de samenleving en hoe kwetsbaar ze zijn voor geruchten over hun mogelijke omvallen. Dat onderzoek was de basis voor veel regelgeving voor de banken.Bernankes werk focuste vooral op de financiële depressie van de jaren dertig. "Hij heeft gekeken naar hoe banken in economische crises als een soort financiële accelerator opereren, waardoor de crisis verergert", zegt Johan Van Overtveldt. "Hij is specialist in de interactie tussen de financiële en de reële economie. Dat noemde hij de heilige graal van de macro-economie."Dat banken er niet in zijn geslaagd geld naar productieve investeringen te doen vloeien, leidde ertoe dat de financiële crisis van 1930 uitmondde in een ware depressie, die tot 1933 aanhield. Die inzichten hebben geholpen om nieuwe financiële crises beter te bezweren.Die inzichten kwamen Bernanke meer dan van pas toen hij als voorzitter van de Federal Reserve de herculestaak kreeg om de uitwassen van de financiële crisis van 2008 te bestrijden en op te kuisen. "Zijn academisch werk heeft zeker een rol gespeeld in zijn benoeming tot Fed-voorzitter", zegt Johan Van Overtveldt, die zich de toenmalige gemoedstoestand in de economie en de samenleving nog levendig herinnert. "Aan het begin van die crisis, toen de banken wereldwijd dreigden om te vallen, stond iedereen stijf van de schrik. Bernanke was de inspirerende figuur voor het beleid dat de centrale banken toen hebben ondernomen om het tij te keren. Hij wilde tot elke prijs een financiële depressie zoals die van de jaren dertig voorkomen. Door zijn onderzoek naar de rol van banken in de crisis van de jaren dertig keek hij op een andere manier naar de crisis die zich in 2008 ontrolde." Het hielp hem ook een beleidsommezwaai te maken, om de gevolgen daarvan te bestrijden.Die ommezwaai was op zijn zachtst gezegd onconventioneel te noemen naar de monetaire standaarden van toen en zorgde op tijd en stond voor een hevige controverse onder economen en centrale bankiers. Om de rechtstreekse effecten van de financiële crisis te bekampen begon de Fed, en in haar zog andere centrale banken wereldwijd, actief op te treden op de financiële markten door massaal schuldpapier van overheden en hypotheekuitgevers op te kopen."In de mate dat zijn academisch onderzoek zijn beleid mee heeft gevormd, is de Nobelprijs verdiend. Maar het is dubbel voor mij", zegt Johan Van Overtveldt. "Want we voelen nu de gevolgen van dat onconventionele beleid, dat veel te lang heeft geduurd. Dat begint zijn tol te eisen."De Nobelprijs is in geen enkel opzicht een oordeel over het beleidswerk van Bernanke, maar het belicht wel het belang van het samenspel tussen academisch onderzoek en beleid. "We kunnen alleen maar aanmoedigen dat academische inzichten hun weg vinden naar het beleid. En omgekeerd is het niet slecht dat beleidsmakers de stap naar de academische wereld zetten om die te voeden met concrete ervaring uit de praktijk", zegt Johan Van Overtveldt.Hij interviewde Bernanke nog toen die economieprofessor was aan Princeton University en herinnert hem als de belichaming van academische bescheidenheid, wars van enige stelligheid. "Hij was zeer aangenaam en rustig. Hij sprak in waarschijnlijkheden en met de nodige nuances", zegt hij.