"De smeekbede van de overheid om toch twee kerncentrales open te houden, geeft Engie de kans om, nog meer dan gewoonlijk, het onderste uit de kan te halen. Het heeft decennia ervaring en is een zeer te duchten tegenpartij in onderhandelingen. Je moet de zwakke plekken in hun voorstel ontdekken. Dan krijg je respect en kan je zaken doen", zegt een voormalige directeur met jarenlange ervaring in de sector.
...

"De smeekbede van de overheid om toch twee kerncentrales open te houden, geeft Engie de kans om, nog meer dan gewoonlijk, het onderste uit de kan te halen. Het heeft decennia ervaring en is een zeer te duchten tegenpartij in onderhandelingen. Je moet de zwakke plekken in hun voorstel ontdekken. Dan krijg je respect en kan je zaken doen", zegt een voormalige directeur met jarenlange ervaring in de sector. De federale minister van Energie, Tinne Van der Straeten (Groen), wil deze zomer een akkoord sluiten met Engie Electrabel over een verlengde uitbating van de kerncentrales Doel 4 en Tihange 3, met een gezamenlijke capaciteit van ruim 2 GW. Het Franse moederbedrijf Engie had zich al neergelegd bij een volledige kernuitstap tegen 2025, zoals dat sinds 2003 in de wet staat. De kerncentrales passen ook niet meer in de groepsstrategie, die rust op de uitbouw van hernieuwbare energie en de uitbating van energienetwerken. Deze lente klopte de federale regering echter opnieuw op de deur. De oorlog in Oekraïne en het dreigende tekort aan aardgas katapulteerden onze energieonafhankelijkheid naar de top van de politieke agenda."Landen moeten de sluiting van kerncentrales uitstellen om minder aardgas te verbranden voor elektriciteitsproductie", adviseerde het Internationaal Energie Agentschap twee weken geleden nog. Met de overheid als vragende partij, leek Engie in een zetel de onderhandelingen aan te vatten. Maar er is ook de nucleaire crisis in Frankrijk, dat geplaagd wordt door langdurige uitval van de kerncentrales. Frankrijk kan daarom nog langere tijd de import van elektriciteit uit België gebruiken, maar die is er alleen beschikbaar als er hier voldoende kerncentrales draaien. De Franse overheid, de hoofdaandeelhouder van Engie, heeft er dus belang bij dat Doel 4 en Tihange 3 blijven draaien. Dat versterkt dan weer de onderhandelingspositie van de Belgische regering. De inzet is groot. Als Doel 4 en Tihange 3 nog tien jaar of langer op volle kracht werken en als de geproduceerde elektriciteit tegen de huidige torenhoge prijzen verkocht kan worden, dan worden deze centrales opnieuw onvervalste winstmachines. In zo'n scenario is een uitbatingsverlenging een cadeau voor Engie en hoeft de overheid geen enkele concessie te doen. Dat gaat het gesprek opnieuw over de omvang van de nucleaire taks. Maar als de elektriciteitsprijzen dalen, of erger nog, als de kerncentrales voor langere tijd uitvallen, dan kan Engie zijn broek scheuren aan dit project. Rond het hele dossier hangt ook de lange schaduw van de factuur van een definitieve berging van het hoogradioactief afval. Het gaat om grote onzekerheden en risico's die een beursgenoteerd bedrijf als Engie liever afgedekt ziet. Engie Electrabel en de overheid zijn daarom op zoek naar een deal om de kosten en baten te delen. Concreet kan dit door een nieuwe vennootschap op te richten, met bijvoorbeeld 50 procent voor elke partij. Engie Electrabel brengt de kerncentrales in, terwijl de overheid zich cash inkoopt. Deze vennootschap sluit dan contracten met Engie Electrabel om de centrales uit te baten en te onderhouden. Engie Electrabel zou ook de geproduceerde elektriciteit kunnen kopen. "De duivel zit daarbij in de details. Je hebt niet veel tijd en de expertise zit vooral bij de Fransen. De kans is daarom groot dat Engie Electrabel lucratieve contracten kan onderhandelen, ten koste van de nieuwe werkvennootschap. Op die manier kan Engie Electrabel heel wat cash uit zo'n vennootschap puren. Eventueel kan een deel van de inkomsten gebruikt worden om de spaarpot voor het nucleair passief te spijzen. Met zo'n deal kunnen beide partijen winnen", zegt een jurist vertrouwd met zulke constructies. Het is dus opletten dat de baten niet alleen naar Engie Electrabel vloeien, terwijl de risico's bij de overheid achterblijven. Een andere mogelijkheid is dat de overheid Engie Electrabel een faire maar gegarandeerde winstmarge biedt op de uitbating van de kerncentrales. De vraag is of het bedrijf in dat verhaal meegaat, aangezien de overheid durft terug te komen op dat soort beloftes. Een variant is dat Engie Electrabel een afgesproken elektriciteitsprijs mag verdienen. Is de marktprijs lager, dan krijgt Engie subsidies, is de marktprijs hoger dan gaat een deel van de meeropbrengst naar de overheid. Een laatste paardenmiddel is dat de regering de uitbaters wettelijk verplicht om de kerncentrales langer open te houden, maar sectorkenners noemen dat onrealistisch. Minister Van der Straeten trok al enkele strepen in het zand in de onderhandelingen met Engie. De levensduur van de kerncentrales mag maximaal met tien jaar verlengd worden. Een langere uitbating zou het nochtans mogelijk maken om de doorstartinvesteringen beter terug te verdienen. Bij de uitbatingsverlenging van Doel 1 en 2 en van Tihange 1 investeerde Electrabel 1,3 miljard euro om de veiligheid en betrouwbaarheid van de centrales te versterken. De belangrijkste rode lijn, en een van de belangrijkste discussiepunt in de onderhandelingen, is de omvang en de eventuele verdeling van de factuur van de definitieve berging van het radioactieve afval. De minister wil niet dat de belastingbetaler daarin participeert. In het energiesysteem van de toekomst lijkt er niet meteen een plaatsje verzekerd voor kerncentrales, die zware investeringen vragen en dus continu moeten draaien. Deze basislast zal echter in toenemende mate geleverd worden door hernieuwbare energie. Is er toch te weinig zon of wind, dan wordt back-up idealiter verzorgd door flexibele centrales, die goedkoop in bouw zijn maar duurder in gebruik. Aardgascentrales passen in dat schoentje. Het businessmodel van kerncentrales verliest dus van zijn pluimen naarmate de opgestelde capaciteit van hernieuwbare energie toeneemt. Toch is het risico klein dat kerncentrales werkloos worden, ook op langere termijn. De doelstelling van klimaatneutraliteit tegen 2050 vergt, naast uiteraard het zuiniger omspringen met energie, een doorgedreven elektrificatie van de economie. De hoogspanningsnetbeheerder Elia schat dat tegen 2050 de Belgische elektriciteitsvraag kan verdrievoudigen, van 85 TWh per jaar in 2021 naar 245 TWh tegen 2050. België kan deze vraag onmogelijk met hernieuwbare energie invullen. Zelfs in een ambitieus scenario blijft het potentieel van hernieuwbare energie steken op 90 TWh, als problemen met vergunningen niet te veel spaken in de wielen steken. Een nucleaire renaissance zou de uitbouw van hernieuwbare energie dus niet in de weg staan. Voor de regering blijft een radicale versnelling van de productiecapaciteit van hernieuwbare energie een speerpunt. Het saldo moet worden gevonden met stuurbare productie of door op grote schaal hernieuwbare elektriciteit en groene moleculen, zoals waterstof en ammoniak, in te voeren. "België zal alle koolstofarme productiemogelijkheden nodig hebben, met inbegrip van kerncentrales", zegt een producent. Door de problemen met de Franse kerncentrales en de plannen van de buurlanden om thermische centrales te sluiten, stijgt op termijn het risico dat we de nodige elektriciteit niet kunnen invoeren. Dat deed de federale regering besluiten dat er toch nog twee extra gascentrales nodig zijn, ook als Doel 4 en Tihange 3 langer open blijven. "Leer uit het verleden en sluit de kerncentrales pas als je bewezen alternatieven hebt. Anders spelen we met vuur", klinkt het bij de grootverbruikers. De bevoorradingszekerheid zou nog verder kunnen versterkt worden als niet alleen Doel 4 en Tihange 3 langer in gebruik blijven. Doel 3 en Tihange 2 staan weliswaar bekend als de scheurtjescentrales, maar deze mankementen staan een veilige werking niet in de weg, anders had het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) de uitbating al lang stilgelegd. Van de zeven kerncentrales lijken dus enkel de drie die in gebruik genomen werden in 1975, Doel 1 en 2 en Tihange 1, aan hun pensioen toe. En zelfs deze centrales kunnen nog tien jaar mee, gezien de nog goede staat en de vrij recent gedane investeringen. Kerncentrales kunnen ook helpen om de systeemkosten te beperken. Energie uit wind en zon kan je niet regelen, wat maakt dat het een dure aangelegenheid kan worden om het elektriciteitsnet in evenwicht te houden. De opslagmogelijkheden blijven nog voor langere tijd te beperkt om seizoenschommelingen in de productie van hernieuwbare energie op te vangen. Elia schat dat België de volgende decennia tot 15 GW aan stuurbare capaciteit nodig heeft. Andere waarnemers zeggen dat er liefst 20 GW nodig is. Dan gaat het over kerncentrales en gascentrales. Kernenergie is dus een must, maar Engie Electrabel, en ook het energiebedrijf Luminus dat een belang heeft van 10 procent in Doel 4 en Tihange 3, loopt grote financiële risico's als deze centrales voor langere tijd uitvallen. Deze centrales zijn bijlange nog niet versleten, maar de voorbije jaren kampte Engie Electrabel met soms grote of niet geplande onderbrekingen in de andere kerncentrales. Vaak gaat het om niet-essentiële technische kwesties, maar omdat over de veiligheid van kerncentrales niet onderhandeld kan worden, is geen compromis mogelijk dat kleine onvolkomenheden over het hoofd ziet. "Je kent de beschikbaarheid van de kerncentrales niet de volgende jaren. Dat is een groot risico voor de uitbaters", zegt een sectorkenner. De factuur van een onverwacht productieverlies kan hoog oplopen omdat Engie Electrabel de niet geproduceerde elektriciteit op de markt moet inkopen om zijn klanten te kunnen beleveren. Elektriciteitsproducenten verkopen hun verwachte productie doorgaans op voorhand via langetermijncontracten. Als ze deze stroom niet zelf kunnen produceren, dan moeten ze die stroom inkopen op de markt, wat met de huidige hoge prijzen een dure affaire is. De resultaten van Engie Electrabel bewijzen hoe gevoelig het bedrijf is voor uitvallende kerncentrales. Dankzij de uitstekende beschikbaarheid van de centrales en de relatief hoge elektriciteitsprijzen boekte het bedrijf in 2021 een mooie recurrente bedrijfswinst, maar in de jaren daarvoor dook deze bedrijfswinst in het rood (zie grafiek). "De jongste tien jaar was de uitbating van kerncentrales niet rendabel in België. Als er bovenop de gewone vennootschapsbelasting en de nucleaire taksen ook nog een overwinstbelasting bijkomt, dan jaag je investeerders weg", zegt een betrokkene. De wet is duidelijk over wie opdraait voor de kosten van de berging van het nucleaire afval en de ontmanteling van de kerncentrales. Dat zijn de uitbaters van de kerncentrales, in hoofdzaak dus Engie Electrabel. Het bedrijf is verplicht elk jaar provisies opzij te zetten voor dit nucleair passief, op basis van een kostenberekening die gevalideerd wordt door de Commissie voor Nucleaire Voorzieningen (CNV). Op die manier heeft Synatom, een dochter van Engie Electrabel, een spaarpot aangelegd waarin 14,3 miljard euro zat eind 2021. Daarvan is 6,3 miljard euro bestemd voor de ontmanteling van de kerncentrales en de oppervlakteberging van het laagradioactief afval, en 8 miljard euro voor de definitieve geologische berging van de gebruikte spijtstof en ander hoogradioactief afval. Het merendeel van het radioactief afval wordt intussen bewaard op de sites van de kerncentrales, bij gebrek aan beleid van de overheid voor het verdere beheer. Het deel van de spaarpot dat bestemd is voor de ontmanteling van de kerncentrales volstaat wellicht, omdat de uitbaters op basis van een pak studiewerk de kostprijs van dit project goed kunnen inschatten. Veel meer ongerustheid is er over de financiering van de geologische berging van het hoogradioactief afval. Vandaag is er een principeakkoord om het hoogradioactief afval op 400 meter diepte te bergen in kleilagen, en dit in de periode 2100-2135. Een concreet plan is er echter nog niet. Dat zorgt voor zenuwachtigheid en onzekerheid over de finale factuur. Zou je vandaag de centrales ontmantelen en het nucleaire afval bergen, dan kost dat hic et nunc 18 miljard euro, waarbij rekening gehouden wordt met 35 procent onvoorziene uitgaven. Rekening houdend met een verwachte inflatie van 2 procent wordt de kostprijs op het moment van de uitvoering, dit dus gedurende de volgende 110 jaar, geschat op 41 miljard euro. Dat is een vrij theoretisch bedrag dat als een eerste raming gezien moet worden. Het verschil tussen de spaarpot van 14,3 miljard euro en de geschatte eindfactuur van 41 miljard euro moet dichtgefietst worden met de opbrengsten van het belegde geld. Of dat ook effectief lukt, hangt onder meer af van de rentevoeten en de inflatie in de volgende decennia. Niemand kan echter zover vooruit kijken, maar een kleine wijziging in de parameters heeft een grote invloed op de provisies die Engie Electrabel moet opzijzetten. Hoe lager de gehanteerde rentevoet, hoe meer provisies er nodig zijn. Een daling van de rentevoet met 10 basispunten doet bijvoorbeeld de provisie voor het beheer van de gebruikte splijtstoffen met 260 miljoen euro toenemen. Voor de uitbaters is het dus knap lastig om investeringsbeslissingen te nemen als het kostenplaatje voortdurend verandert. De voorbije jaren zijn de tarieven voor het berging van het hoogradioactief afval fors gestegen. In 2015 mocht het bedrijf nog rekening houden met een rentevoet van 4,8 procent, maar in 2021 werden de provisies berekend op een rentevoet van een magere 3,25 procent voor de geologische berging van de splijtstoffen. Dat betekent dat er meer provisies moeten worden aangelegd om het beoogde eindbedrag te behalen. In de periode 2016-2021 liep het cumulatieve niet-recurrente bedrijfsverlies van Engie Electrabel op tot 4,9 miljard euro, waarvan het gros te wijten is aan de daling van de rentevoet. Een verdere stijging van de reële rentevoeten, zoals de voorbije maanden het geval was, zou dus goed nieuws zijn voor Engie Electrabel. Daarnaast bepalen een aantal technische parameters de hoogte van de provisies. Zo is het bijvoorbeeld gissen over de beschikbare technologie over enkele decennia. Misschien kan het hoogactief afval dan wel goedkoper geborgen worden? Ook de timing van de berging speelt een rol. Hoe later de berging, hoe langer de spaarpot kan renderen en hoe minder provisies er nu aangelegd moeten worden. Stel de berging eeuwig uit, en de aan te leggen provisies voor het hoogradioactief afval dalen theoretisch naar nul euro. Met de parameters die de tarieven bepalen, kan je alle kanten op. Dat geeft de politiek de kans om de discussie op een bepaald bedrag af te kloppen. Er hoeft geen tekening bij dat Engie Electrabel lagere of minstens beter voorspelbare tarieven wil, terwijl de overheid garanties wil dat er voldoende geld zal zijn op het ogenblik dat het hoogradioactief afval definitief geborgen wordt. Er is dit voorjaar nog een wetsontwerp van minister Van der Straeten goedgekeurd om de spaarpot beter te beveiligen en erover te waken dat Electrabel Engie het nucleair passief kan dragen. Elke drie jaar controleert de CNV de omvang van provisies zoals Synatom die voorstelt. Eind dit jaar staat een nieuwe driejaarlijkse evaluatie op het programma. De onderhandelingen over de tarieven vallen dus samen met de onderhandelingen over de verlenging van de kerncentrales.Engie Electrabel legt mogelijk nog een ander scenario voor de berging van het nucleair afval op tafel. De omvang van het hoog radioactief afval kan worden beperkt door de bestraalde spijtstof opnieuw op te werken tot nucleaire brandstof. Sinds 1993 verbiedt de Belgische wetgever deze opwerking, maar zo'n operatie zou de omvang van het hoog radioactief gevoelig kleiner maken. Dit 'gemengde' scenario is in principe duurder dan een volledig geologische berging van het afval, maar bij deze lage rentevoeten kan het voor Engie Electrabel interessant zijn om nu cash te betalen voor de opwerking van een deel van de splijtstof. Deze investering zou zich terugbetalen via lagere provisies voor de berging van het resterende splijtstof. Wie helemaal out of the box wil denken, kan ook opperen om de berging van het Belgische hoogactief afval uit te besteden aan Frankrijk. De zuiderburen zijn bezig om hun afval van ruim vijftig reactoren te stockeren op 500 meter diepte. Het zou maar een beperkte extra prijs betekenen om daar het Belgische afval bij te proppen. En zo'n oplossing zou in elk geval een stuk goedkoper zijn dan de berging die België nu op eigen houtje moet doen. Het wettelijke kader laat deze oplossing echter nog niet toe. Elk EU-lidstaat moet zijn eigen afval bergen. Een gezamenlijke, en goedkopere, Europese oplossing voor de berging van het hoogactief afval is voorlopig nog een politieke brug te ver. Engie en de regering liggen in de discussies over de factuur van het nucleair passief vaak in de clinch, net als over de nucleaire taksen en de mogelijke belasting van overwinsten. Met een partnerschap over de verlenging van Doel 4 en Tihange 3 zou voor Engie een punt gezet worden achter het onvoorspelbare karakter van de Belgische politiek. Er is ruimte voor een deal waar beide partijen beter van kunnen worden. Voor België zit er een versterking van de bevoorradingszekerheid en een daling van de uitstoot van broeikasgassen in. Voor Engie Electrabel zou er een faire maar voorspelbare winst inzitten. Maar er zullen, zeker langs de kant van de overheid, uitgeslapen onderhandelaars nodig om er een evenwichtig huwelijkscontract van te maken.