Het financiële kerkhof ligt vol beleggers die de voorbije decennia hebben gespeculeerd tegen Japanse overheidsobligaties. De verleiding was groot om dat te doen. Een soepel geldbeleid gecombineerd met desastreuze overheidsfinanciën moest vroeg of laat leiden tot hogere inflatie en/of hogere rentevoeten in Japan, wat de waarde van die obligaties door de gehaktmolen zou halen. Het leek makkelijk verdiend geld, maar de Japanse overheidsobligatie weigerde al die tijd een krimp te geven, tot wanhoop van de beleggers die vergeefs hoopten op het tegendeel. Die obligatie wordt niet voor niets de 'weduwemaker' genoemd.
...

Het financiële kerkhof ligt vol beleggers die de voorbije decennia hebben gespeculeerd tegen Japanse overheidsobligaties. De verleiding was groot om dat te doen. Een soepel geldbeleid gecombineerd met desastreuze overheidsfinanciën moest vroeg of laat leiden tot hogere inflatie en/of hogere rentevoeten in Japan, wat de waarde van die obligaties door de gehaktmolen zou halen. Het leek makkelijk verdiend geld, maar de Japanse overheidsobligatie weigerde al die tijd een krimp te geven, tot wanhoop van de beleggers die vergeefs hoopten op het tegendeel. Die obligatie wordt niet voor niets de 'weduwemaker' genoemd. Het is geen toeval dat de Europese financiële markten een nieuwe weduwemaker hebben gevonden in de Duitse overheidsobligatie, de Bund. Europa lijkt met zijn vergrijzende bevolking, zijn spaaroverschot, zijn zwakke groei en zijn hardnekkig lage inflatie steeds meer op Japan. Vorig jaar leek het nog ondenkbaar, maar het rendement op tienjarig Duits papier dook vorige week voor het eerst sinds 2016 opnieuw onder 0 procent. Het is absurd, maar toch is de Bund geen vogel voor de kat. De sticker 'speculeer nooit tegen de Bund' kleeft op het bureau van menig obligatiehandelaar. Nulrentes zijn het nieuwe normaal in Europa. De directe aanleiding voor de negatieve Duitse rente is de onverwachts snelle verzwakking van de Duitse en Europese economie. Wat vorig jaar nog werd gezien als een dipje, lijkt stilaan op een heuse recessie. In Duitsland is de industriële activiteit gedaald tot het laagste peil in 6,5 jaar. De krimpende exportorders waarschuwen voor een verdere verzwakking. Voorlopig houdt de dienstensector nog stand dankzij de banencreatie en de loonstijgingen van de voorbije jaren, maar het mag duidelijk zijn dat de brexit, de vertraging van de Chinese economie en de handelsspanningen tussen de Verenigde Staten, China en Europa onze economie harder treffen dan lang voor lief is gehouden. De rentevoeten dalen ook door de spectaculaire bocht die de centrale banken hebben genomen. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft haar poging het rentebeleid te normaliseren opgeschort nog voordat ze ermee begon. Maar hoe moet ze het recessiegevaar het hoofd bieden? Een verdere renteverlaging kan niet zonder het Europese banksysteem in nog nauwere schoentjes te brengen. Blijft over de politiek van geldverruiming (QE) weer op te voeren. QE is de nieuwe beleidsrente. Als het goed gaat, kan de ECB de geldverruiming wat terugschroeven, om de geldcreatie als het slecht gaat opnieuw op te voeren. Ook de Amerikaanse centrale bank heeft begin dit jaar rechtsomkeer gemaakt. Jerome Powell, de voorzitter van de Federal Reserve (Fed), sprak het afgelopen najaar nog over verschillende renteverhogingen om het beleid neutraal te maken, maar amper zes maanden later lijkt de kans groter dat de rente wordt verlaagd. Volgens het recessiemodel van de Fed is de kans op een Amerikaanse recessie binnen het jaar gestegen tot 25 procent. Dat is ongemakkelijk hoog. De sirenenzang om nieuwe financiële alchemie klinkt steeds luider. Als het monetaire beleid op zijn tandvlees zit, wordt het dan niet hoog tijd voor een expansiever fiscaal beleid om volledige werkgelegenheid na te streven? Moet de overheid dan niet uitgeven wat de private sector te veel spaart? Die keynesiaanse strategie hield het Japanse bruto binnenlands product per capita de voorbije jaren op het westerse niveau. Waar wachten we dus op? In Europa kijkt iedereen naar Duitsland om het recessiegevaar kapot te spenderen, maar dat is zonder de waard gerekend. Duitsland wil totaal niet weten van budgettaire avonturen, laat staan van overheidstekorten die gefinancierd worden met vers geprint geld. Een expansief fiscaal beleid is geweldig, op voorwaarde dat het geld gebruikt wordt voor productieve investeringen, dat in de goede tijden wordt bezuinigd, en dat de economie en de arbeidsmarkt worden hervormd. Als die voorwaarden niet vervuld zijn, is onbezonnen fiscaal beleid op termijn even contraproductief als een te laks geldbeleid. Duitsland is de bewaker van de Europese kas. De Bund is de nieuwe weduwemaker.