Als 's werelds elite in Davos tot de conclusie komt dat vrijheid belangrijker is dan vrijhandel, dan is dat een stap in de goede richting. Maar niet alleen dictators hebben te veel macht. Ook in de bedrijfswereld zijn sommigen heel dominant. De gevolgen zien we elke dag.
...

Als 's werelds elite in Davos tot de conclusie komt dat vrijheid belangrijker is dan vrijhandel, dan is dat een stap in de goede richting. Maar niet alleen dictators hebben te veel macht. Ook in de bedrijfswereld zijn sommigen heel dominant. De gevolgen zien we elke dag. Omwille van gemakzucht of kostenefficiëntie je lot in de handen leggen van totalitaire regimes met een vieze reputatie, is om problemen vragen. Dankzij handel blijf je on speaking terms. Maar schatplichtig zijn, is gevaarlijk en dom. We beseffen nu hoe dom we waren tegenover Rusland. En we zijn het nog altijd tegenover China. Vraag het maar aan Apple. Geen halve iPhone krijgt het machtigste bedrijf ter wereld in elkaar gedraaid zonder Chinese handjes en grondstoffen. In het minst slechte geval kan overdreven afhankelijkheid vroeg of laat tot schaarste leiden. Er kwam té veel zonnebloemolie uit Oekraïne. Lange tijd ging dat goed, maar nu moet je plots op zoek naar andere, vaak minderwaardige, milieubelastende of dure alternatieven. Ook de eindeloze stroom goederen en grondstoffen uit China leek efficiënt. Tot het land in lockdown ging en de containers op de kaaien bleven staan. Maar het kan erger. Op de Europese top deze week bleek nog maar eens hoe moeilijk het is helemaal te kappen met fossiele brandstoffen uit Rusland. Het is dé reden waarom Vladimir Poetin sinds 2008 ongestoord zijn gang kon gaan. Als we even afhankelijk blijven van China, gaat het straks precies dezelfde kant op. Daarom komt het inzicht van Davos beter laat dan nooit. Ook privébedrijven kunnen in een ongezonde dominante positie komen. Spontaan denken we aan big tech. Hun impact op hoe wij leven, wat we met hen delen en zelfs hoe we denken, is enorm. Ze maken en kraken businessmodellen en hele sectoren. Maar ze zijn niet de enige. Tijdens deze plotse opstoot van inflatie en aanbodproblemen wordt de marktmacht in andere sectoren ook zichtbaarder dan ooit. Als enkele grote concerns een sector volledig domineren, bepalen zij de spelregels, houden ze nieuwe concurrenten buiten en zetten ze de prijzen naar hun hand. Vrije concurrentie is dan ver weg. In zijn onvolprezen boek De winstparadox klaagde economieprofessor Jan Eeckhout de situatie nog niet zo lang geleden aan. In de meest uiteenlopende sectoren - dat gaat van farma, over zaaigoed of gewassenbescherming tot zelfs dierenvoeding - hebben enkele concerns hun markt grotendeels in hun greep. In de Verenigde Staten komt 70 procent van de verkochte babymelk van twee bedrijven. Vandaag worden tonnen babymelk ingevlogen uit Duitsland omdat de Amerikaanse rekken leeg zijn. Wereldwijd komt 90 procent van de insuline, levensnoodzakelijk voor miljoenen mensen, van drie grote spelers. De prijs is de afgelopen jaren fors gestegen, terwijl daar nauwelijks economische redenen voor bestaan. Onze eigen mediasector ziet de papierprijs stijgen. Wereldwijd domineren enkele grote spelers de markt van papier en papierpulp, de basisgrondstof. Concurrenten hoeven ze niet te vrezen. Daarvoor is de instapdrempel veel te hoog. Georganiseerde schaarste en prijsstijgingen zie je op verschillende markten. Prijszettingsmacht heet zoiets. De aandeelhouders vinden het geweldig, maar iemand betaalt het gelag. En op lange termijn is het nefast. Waar de vrije concurrentie onder druk komt te staan, raken markten ontwricht en vermindert de drang om te innoveren. Wie te veel macht heeft, beschermt wat hij heeft en koopt in het slechtste geval zijn uitdagers over. Als het debat over onze afhankelijkheid tegenover totalitaire regimes zijn beslag heeft gekregen, wordt het tijd om ook eens naar al die andere dominante posities te kijken. Meer concurrentie! Wie in de vrije markt gelooft, kan daar alleen maar voorstander van zijn.