De maatschappelijk gevoelige studie naar de economische effecten van migratie liet lang op zich wachten. Johan Van Overtveldt (N-VA), toen minister van Financiën, bestelde de studie in 2018 bij de Nationale Bank, maar de resultaten werden pas vandaag gepubliceerd. Pierre Wunsch ontkent dat de resultaten bewust over de verkiezingen en regeringsonderhandelingen getild zijn: "We hebben de oefening niet in de tijd opgeschoven."
...

De maatschappelijk gevoelige studie naar de economische effecten van migratie liet lang op zich wachten. Johan Van Overtveldt (N-VA), toen minister van Financiën, bestelde de studie in 2018 bij de Nationale Bank, maar de resultaten werden pas vandaag gepubliceerd. Pierre Wunsch ontkent dat de resultaten bewust over de verkiezingen en regeringsonderhandelingen getild zijn: "We hebben de oefening niet in de tijd opgeschoven."Pierre Wunsch: "De resultaten van deze studie zijn niet verrassend en intuïtief. De bijdrage van de migranten aan de economie en de overheidsfinanciën is sterk afhankelijk van de werkgelegenheidsgraad. We weten al jaren dat België zwak scoort in de integratie van migranten op de arbeidsmarkt. De belangrijkste beleidsaanbeveling is dus om de werkgelegenheidsgraad van de migranten te verhogen. Er is beterschap bij de tweede generatie van immigranten, maar ook daarin scoort België relatief zwak. Het beleid doet te weinig inspanningen. Zo trekt België relatief meer laaggeschoolde immigranten aan en is onze arbeidsmarkt te rigide voor een vlotte integratie. "Voor de berekening van de impact maakt de Nationale Bank een onderscheid tussen immigranten van de eerste generatie en de tweede generatie, en tussen immigranten die afkomstig zijn van de EU en van buiten de EU. Een immigrant van de eerste generatie is buiten België geboren. Van een immigrant van de tweede generatie is minstens een van beide ouders geboren buiten België. In 2016 was 69,8 procent van de bevolking autochtoon, behoorde 16,5 procent tot de eerste generatie immigranten en 13,7 procent tot de tweede generatie.De Nationale Bank maakte drie analyses. Ze berekende op basis van de gegevens van 2016 ten eerste de bijdrage aan de overheidsfinanciën van immigranten, en ten tweede de integratie op de arbeidsmarkt van immigranten. In een derde oefening berekende de Nationale Bank de impact op de welvaart en de overheidsfinanciën van de immigratie instroom van de jongste vijf jaar.De Nationale Bank berekende de nettobijdrage aan de schatkist van de verschillende groepen, als het verschil tussen de ontvangen transfers en de betaalde bijdragen en belastingen. Op basis van de cijfers van 2016 is de nettobijdrage van de eerste generatie immigranten lager dan het Belgische gemiddelde. Een immigrant van de eerste generatie droeg 1905 euro per jaar minder bij aan de schatkist dan het Belgische gemiddelde. De nettobijdrage van een immigrant van de tweede generatie is echter 784 euro hoger dan het Belgische gemiddelde en hoger dan de bijdrage van de autochtone bevolking van 296 euro per kop.Lees verder onder de videoDeze bijdragen zijn hoofdzakelijk een gevolg van de werkgelegenheidsgraad en de bijhorende betaalde sociale bijdragen en belastingen. De verschillen in ontvangen transfers zijn kleiner en staan in verhouding tot de gemiddelde sociale situatie van de verschillende groepen. Vooral de eerste generatie immigranten heeft een lage werkgelegenheidsgraad en dito bijdrage aan de schatkist. De nettobijdrage van de tweede generatie is relatief hoog dankzij de jonge leeftijdsstructuur. Wordt de berekening gemaakt op basis van de actieve leeftijdsperiode, dan is de bijdrage van de tweede generatie van immigranten kleiner dan van de autochtone bevolking, opnieuw omdat de werkgelegenheidsgraad lager is.België is een van de slechtste leerlingen van de klas voor de integratie van migranten op de arbeidsmarkt. In 2019 had slechts 61 procent van de immigranten van de eerste generatie een baan. Dat is 12 procentpunt minder dan voor wie in België geboren is. Voor immigranten van buiten de EU is de score nog slechter. De jongste tien jaar is daarin geen beterschap geboekt. De kloof wordt ook maar voor een klein deel verklaard door persoonlijke kenmerken, zoals een lagere scholingsgraad.De tewerkstellingscijfers van de tweede generatie van immigranten zijn beter, maar laten ook nog veel te wensen over. De kloof bedraag nog altijd 10 procentpunten. Persoonlijke kenmerken verklaren een groter deel van het verschil, maar rechtvaardigen de kloof met de autochtone bevolking niet. De Nationale Bank verwijst onder meer naar het Belgische schoolsysteem, dat het laagste gelijkheidsniveau voor afkomst hanteert.Er zijn nog andere verklarende factoren. Zo is een relatief groot deel (41%) van de Belgische immigratie het gevolg van gezinshereniging. Mensen die migreren voor gezinshereniging of voor internationale bescherming hebben een veel lagere kans op werk. Daarnaast zijn er nog een aantal verklaringen voor de lage werkgelegenheidsgraad, zoals gebrekkige talenkennis, een lagere scholingsgraad, de beperkte erkenning van diploma's en pure discriminatie.De Nationale Bank berekende ook het effecten van de immigratiestromen van de jongste vijf jaar op onze economie en welvaart, en het effect op de autochtone bevolking en op de hier al gevestigde migranten. Deze effecten zijn over de hele lijn positief, toch voor de autochtone bevolking.Het Belgische bbp steeg met 3,5 procent dankzij deze immigratiestroom. Ook het bbp per capita nam met 0,7 procent lichtjes toe. De Nationale Bank merkt op dat de recente instroom een groter aandeel van geschoolde mensen heeft, met dus een hogere bijdrage aan de economie.De recente migratiegolf is ook positief voor de overheidsfinanciën. De overheidsuitgaven (+2,2%) stegen minder snel dan de toename van de bevolking (+2,7%) en de belastbare grondslag (+3,4%). Dankzij deze bijdrage kunnen de belastingen lichtjes dalen om hetzelfde begrotingssaldo te bereiken. Dankzij dit lagere belastingtarief stijgt het netto-inkomen per persoon met 0,7 procent. De welvaart stijgt zelfs met 1,2 procent omdat er een grotere variatie aan goederen wordt geproduceerd.Migratie is ook goed voor de meeste lonen. Het loon van de autochtonen stijgt met 0,4 procent, maar het loon van de hier al gevestigde migranten daalt met 2 procent. Dat wijst erop dat de nieuwe migranten op de arbeidsmarkt vooral concurreren met de al gevestigde migranten. De Nationale Bank benadrukt dat deze ramingen een ondergrens zijn en dat de positieve impact van migratie op de economie dus wellicht nog hoger is.