Het minimumpensioen optrekken naar 1500 euro is één van de pijlers van het Vivaldi-regeerakkoord. De minimumpensioenen van de werknemers zullen worden verhoogd met 11 procent tegen het einde van de legislatuur. Ook de minimumpensioenen voor de ambtenaren worden verhoogd met 7,1 procent. De verhoging van de minimumpensioenen gebeurt op jaarbasis. In de federale regering start straks het debat over de financiering ervan.

Minister van Pensioenen Karin Lalieux (PS) denkt het geld te kunnen vinden in het stelsel van de tweede pensioenpijler. Dat zijn de aanvullende pensioenen waarvoor werknemers kunnen sparen via een groepsverzekering of een pensioenfonds. De aanvullende pensioenen genieten van een fiscaal voordelig regime. Wanneer de werknemers het bedrag bij hun pensioen uitgekeerd krijgen, betalen ze daar een belasting op, maar die ligt veel lager dan de inkomstenbelasting.

Lalieux vindt dat het aanvullend pensioen in maandelijkse rente kan worden uitbetaald, waardoor het via de inkomstenbelasting als loon wordt beschouwd en dus zwaarder wordt belast. Die operatie kan 1,875 miljard euro opbrengen. De minister van Pensioenen ziet dat niet alleen als een handige maatregel om de hogere minimumpensioenen te financieren, ze beschouwt het ook als een vorm van herverdeling aangezien vooral de hogere inkomens aan pensioensparen doen.

Dat klinkt mooi, maar het voorstel van Lalieux is om verschillende redenen nefast en zelfs verwerpelijk. Morrelen aan het aanvullend pensioen is een vorm van contractbreuk door de staat. Jarenlang werden werknemers door de overheid aangemoedigd te kiezen voor aanvullend pensioensparen. Het gunstige fiscaal regime moest daarbij helpen. Ondertussen hebben 4 miljoen Belgen samen voor bijna 91,5 miljard euro aan aanvullend pensioen opgebouwd. Dat zou plots extra belast moeten worden. Niets erger dan de overheid die terugkomt op gemaakte afspraken.

Morrelen aan aanvullend pensioen is contractbreuk door de staat.

Wat in dit debat ook vergeten wordt, is dat het aanvullend pensioen een compensatie is voor de plafonnering van de pensioenuitkeringen in de eerste pijler, de gewone wettelijke pensioenen. Dat zit zo: een werknemer bouwt pensioenrechten op door het aantal gewerkte jaren en de storting van sociale bijdragen. Die zijn niet geplafonneerd: hoe hoger het loon, hoe hoger de sociale bijdragen. De uitkeringen zijn dan weer wel geplafonneerd. Op het jaarinkomen boven 61.865,94 euro worden er geen pensioenrechten meer opgebouwd, maar wel bijdragen betaald. Dat gaat om een zuivere belasting.

Los van het financiële aspect van het voorstel van Lalieux zijn er ook andere perverse gevolgen: het aanvullend pensioensparen zal worden ontmoedigd en die gemakkelijke manier om de minimumpensioenen te financieren maakt elke hervorming om de wettelijke pensioenen betaalbaar te houden minder dringend. Waarom zouden we nog een debat voeren over langere loopbanen als het geld gewoon uit de groepsverzekeringen en pensioenfondsen kan worden gehaald?

Het is natuurlijk de vraag of er voor deze maatregel een meerderheid kan worden gevonden in de Vivaldi-regering. Open Vld-voorzitter Egbert Lachaert heeft al laten weten zich te verzetten tegen zo'n belastingverhoging. Maar ook met de liberalen is het hier opletten geblazen.

De regering-Michel (zonder PS) besloot eind 2014, kort na haar aantreden, de taks op individueel pensioensparen (de derde pijler) vervroegd te innen via een ingewikkelde constructie. Dat leverde op jaarbasis 300 miljoen euro op, maar dat waren wel inkomsten die de huidige en toekomstige regeringen mislopen.

Het minimumpensioen optrekken naar 1500 euro is één van de pijlers van het Vivaldi-regeerakkoord. De minimumpensioenen van de werknemers zullen worden verhoogd met 11 procent tegen het einde van de legislatuur. Ook de minimumpensioenen voor de ambtenaren worden verhoogd met 7,1 procent. De verhoging van de minimumpensioenen gebeurt op jaarbasis. In de federale regering start straks het debat over de financiering ervan.Minister van Pensioenen Karin Lalieux (PS) denkt het geld te kunnen vinden in het stelsel van de tweede pensioenpijler. Dat zijn de aanvullende pensioenen waarvoor werknemers kunnen sparen via een groepsverzekering of een pensioenfonds. De aanvullende pensioenen genieten van een fiscaal voordelig regime. Wanneer de werknemers het bedrag bij hun pensioen uitgekeerd krijgen, betalen ze daar een belasting op, maar die ligt veel lager dan de inkomstenbelasting.Lalieux vindt dat het aanvullend pensioen in maandelijkse rente kan worden uitbetaald, waardoor het via de inkomstenbelasting als loon wordt beschouwd en dus zwaarder wordt belast. Die operatie kan 1,875 miljard euro opbrengen. De minister van Pensioenen ziet dat niet alleen als een handige maatregel om de hogere minimumpensioenen te financieren, ze beschouwt het ook als een vorm van herverdeling aangezien vooral de hogere inkomens aan pensioensparen doen.Dat klinkt mooi, maar het voorstel van Lalieux is om verschillende redenen nefast en zelfs verwerpelijk. Morrelen aan het aanvullend pensioen is een vorm van contractbreuk door de staat. Jarenlang werden werknemers door de overheid aangemoedigd te kiezen voor aanvullend pensioensparen. Het gunstige fiscaal regime moest daarbij helpen. Ondertussen hebben 4 miljoen Belgen samen voor bijna 91,5 miljard euro aan aanvullend pensioen opgebouwd. Dat zou plots extra belast moeten worden. Niets erger dan de overheid die terugkomt op gemaakte afspraken.Wat in dit debat ook vergeten wordt, is dat het aanvullend pensioen een compensatie is voor de plafonnering van de pensioenuitkeringen in de eerste pijler, de gewone wettelijke pensioenen. Dat zit zo: een werknemer bouwt pensioenrechten op door het aantal gewerkte jaren en de storting van sociale bijdragen. Die zijn niet geplafonneerd: hoe hoger het loon, hoe hoger de sociale bijdragen. De uitkeringen zijn dan weer wel geplafonneerd. Op het jaarinkomen boven 61.865,94 euro worden er geen pensioenrechten meer opgebouwd, maar wel bijdragen betaald. Dat gaat om een zuivere belasting.Los van het financiële aspect van het voorstel van Lalieux zijn er ook andere perverse gevolgen: het aanvullend pensioensparen zal worden ontmoedigd en die gemakkelijke manier om de minimumpensioenen te financieren maakt elke hervorming om de wettelijke pensioenen betaalbaar te houden minder dringend. Waarom zouden we nog een debat voeren over langere loopbanen als het geld gewoon uit de groepsverzekeringen en pensioenfondsen kan worden gehaald?Het is natuurlijk de vraag of er voor deze maatregel een meerderheid kan worden gevonden in de Vivaldi-regering. Open Vld-voorzitter Egbert Lachaert heeft al laten weten zich te verzetten tegen zo'n belastingverhoging. Maar ook met de liberalen is het hier opletten geblazen.De regering-Michel (zonder PS) besloot eind 2014, kort na haar aantreden, de taks op individueel pensioensparen (de derde pijler) vervroegd te innen via een ingewikkelde constructie. Dat leverde op jaarbasis 300 miljoen euro op, maar dat waren wel inkomsten die de huidige en toekomstige regeringen mislopen.