Welke politicus durft spaarders te zeggen dat de rentevoet op hun spaarboekje eigenlijk -0,5 procent hoort te zijn? Dat het normaal 0,5 euro per jaar kost om 100 euro te parkeren op een spaarrekening? Dat de spaarrente pas zal stijgen als dezelfde politici hun werk doen om de economie nieuw leven in te blazen? Het lot van de rente ligt niet in handen van de Europese Centrale Bank (ECB), maar van de politiek.

Het is begrijpelijk dat de politiek de kop in het zand steekt. Electoraal gezien zijn de spaarders met velen. En waarom moet de spaarder al jaren het gelag van de crisis betalen, terwijl de crisis moeilijk in zijn schoenen te schuiven valt? De ECB claimt dat een negatieve beleidsrente van 0,5 procent net in het belang van de spaarder is. De ECB zegt dat een extreem soepel beleid een must is om de Europese economie weer op de rails te krijgen. De spaarrente kan alleen stijgen als er weer duurzame economische groei is. "We moeten de rente verlagen om ze later te kunnen verhogen", is de korte samenvatting van het beleid in Frankfurt.

Op medewerking van de Belgische politiek hoeft Frankfurt niet te rekenen. De wetgever verhindert hier dat het beleid van de ECB ten volle doorsijpelt tot bij de spaarder. Het staat niet met zoveel worden in de wet, maar spaarrekeningen moeten in België minstens 0,01 procent basisrente en 0,10 procent getrouwheidspremie bieden. Waarom mag hier de marktwerking niet spelen? Laat de banken vrij in de prijszetting van spaargeld. De kans is vrij groot dat geen enkele bank het zal aandurven de spaarrente onder nul te zetten. Het commerciële risico is te groot. Mensen denken in nominale termen. Ze halen de schouders op als miljarden aan koopkracht verdampen, maar haal 1 euro van hun spaarrekening en het kot is te klein. Het menselijke brein maakt soms rare kronkels in centenkwesties.

Minimumspaarrente is struisvogelpolitiek.

Als de overheid vindt dat spaarders een minimumrente horen te krijgen, financier die geste dan met overheidsgeld. Nu betalen de banken de factuur van de beleidskeuze de spaarder te subsidiëren, een keuze die haaks staat op het beleid van de ECB. Niemand hoeft zich illusies te maken. Banken zullen die kostprijs doorschuiven naar de klant, via hogere tarieven voor alles en nog wat. De klant betaalt uiteindelijk de rekening, maar de signalen vanuit Frankfurt gaan gedeeltelijk verloren.

Het beleid van de ECB wordt evenwel steeds meer gecontesteerd, uiteraard vooral in de spaarlanden, zoals België en Nederland. Onze noorderburen leven op een belachelijke manier onder hun stand. Nederland boekt een overschot van bijna 10 procent van het bruto binnenlands product (bbp) op zijn lopende rekening. Verhoudingsgewijs sparen enkel Singapore en Taiwan nog meer. Dat Nederlandse spaaroverschot draagt bij tot een mondiaal spaaroverschot, dat mee aan de basis ligt van de extreem lage rentevoeten. Nederland is dus een deel van het probleem. Mocht Nederland, net als Duitsland en andere landen met overschotten, meer investeren en spenderen, dan hoefde de ECB de beleidsrente niet zo laag te zetten. Nederland is evenwel niet van plan de vruchten van zijn inspanningen op te geven, wat zeer begrijpelijk is. Maar zelf veel sparen en intussen van de rest van de wereld een relatief royale rente vragen, dat is een wereldvreemde houding.

Dezelfde politici hebben minder moeite met de negatieve rentevoeten op de eigen overheidsschuld. Waarom kan de overheid op haar schulden ook niet minstens een rente van 0 procent garanderen? Vaak is de spaarder de eigenaar van die overheidsobligaties. Wat de overheid vraagt van de banken, is ze zelf niet bereid te doen. Het valt alleen maar te hopen dat de overheden van de lage rentevoeten gebruikmaken om doordacht te investeren, maar de kans is groter dat het bij een lakser budgettair beleid blijft. De spaarder is een zeer groot slachtoffer van een overschot aan spaargeld en een tekort aan dynamiek in de Europese economie. Politici kunnen daar veel aan veranderen door de pensioenproblematiek aan te pakken en het groeipotentieel te verbeteren. Dat is een lastig karwei. Het is gemakkelijker de spaarder een doekje voor het bloeden te geven, betaald door de banken.