Het wordt stilaan tijd dat het Nobelprijscomité niet alleen voor geleerden in een ivoren toren kiest, maar ook voor doeners, mensen die op krachtige wijze hun briljante economische visie gestalte geven. En dan is er maar één kandidaat die in aanmerking mag komen: Donald John Trump.

Nog nooit was een Amerikaanse president zo voorspelbaar. Wat goed is voor de beurskoersen, is goed voor het land. Dat is een variatie op het aloude gezegde: wat goed is voor General Motors, is goed voor het land. Trumps beslissingen volgen heel snel en adequaat de bewegingen van de beurs. Dreigt een handelsoorlog met China de beurzen te ontstemmen, tweet dan vriendelijke dingen over dat land. Dreigt een sluiting van de grens met Mexico de beurzen te doen dalen, stop dan je die plannen. Zowat veertig jaar nadat de bedrijven hebben begrepen dat alleen een beurskoers een helder kompas is voor het management van een bedrijf, heeft nu ook een president het begrepen. Eindelijk! Dat verdient de Nobelprijs.

Minder belastingen, meer inkomsten voor de staat. Economen weten dat, Trump doet het.

De belangrijkste eigenschap van een doe-innovator is verandering gestalte geven: laat de Fed, de Amerikaanse centrale bank, inflatie bevorderen door de intrestvoeten laag te houden. Die economische innovatie op zich verdient al de Nobelprijs.

Maar er is meer. Een traditionele Republikein bevecht het staatsdeficit met hand en tand. Wie dat ooit zou vergeten, voelt onmiddellijk de hete adem van de Tea Party in zijn nek. Trump is ook daarin revolutionair. De belastingen verlagen en de defensie-uitgaven flink doen stijgen, wie maalt om het staatsdeficit? Overigens (en daar is Trump in de leer gegaan bij Ronald Reagan. Hij kan niet op alle gebieden de grote economische vernieuwer zijn) leiden lagere belastingen haast automatisch tot meer inkomens voor de staat. Economie is de wondere wetenschap die dagelijks in de praktijk het less ismore-principe realiseert: minder belastingen, meer inkomsten voor de staat. Economen weten dat, Trump doet het.

Een vierde gebied waarop Trump doorbraken realiseert, is de onafhankelijkheid van de Fed. Autonomie van de Fed is een ouderwetse notie. Iedereen weet stilaan dat het politieke boven het economische gaat. Hoe kan je anders als politieke leider, verkozen door het volk, een beleid voeren? Kijk even naar de brexit. De massa heeft daar duidelijk gemaakt wat ze wil, maar het zijn vreemde, verouderde instellingen die de door het volk gedroomde toekomst voor het Verenigd Koninkrijk zo goed als onmogelijk maken. Het is duidelijk dat in de toekomst het parlement, de pers, de rechtbanken en het wetenschappelijke onderzoek overal ter wereld beter eenvoudigweg uitvoeren wat de president beslist. Schrap in het Verenigd Koninkrijk dus maar meteen The Queen, welk leiderschap heeft zij getoond? Vervang haar door een president, maar dan wel eentje van het niveau van Trump.

De leden van het bestuur van de Fed zijn traditioneel hooggeschoolde ivorentorengeleerden. Trump wil daar verandering in brengen. Zijn twee kandidaten hebben geen theoretische economische scholing, zijn verwikkeld in schandalen en zijn net daarom dé geschikte personen. Zij voelen ongetwijfeld hun baas goed aan. Wenst u een bewijs van hun flexibiliteit? Vroeger waren ze voorstanders van de bestrijding van inflatie. Nu, nadat ze Trump hebben gesteund, beseffen ze plots dat er belangrijkere zaken zijn dan orthodoxie. Trump moet worden herverkozen, en dat bereik je niet door het sentiment op de beurs, gebaseerd op goedkoop geld, te saboteren. Dus verander je even van mening. Toch een minpuntje in de kandidatuur van Trump: ook daarin is hij niet echt origineel. Richard Nixon deed het hem voor met het oog op de verkiezingen van 1972, die hij glorieus won. Waarna een galopperende inflatie vanaf 1973 de rente op mijn hypotheeklening tot ver voorbij 12 procent bracht. Maar dat heb ik al van de kandidaat-Nobelprijswinnaar geleerd: eerst doen, en dan zien wat de gevolgen zijn.