De luchtvaartsector is vandaag goed voor 2 tot 3 procent van de CO2-uitstoot. Indien er geen vliegtuigen meer rondvliegen, zit je dus nog met 97 tot 98 procent, draait Descheemaecker de redenering om. Om die reden vindt hij de invoering van een vliegtaks al een beperkte piste. Bovendien wijst hij erop dat havens en luchthavens de grootste motoren van de welvaart zijn. "Die moeten hun maatschappelijke functie kunnen invullen", luidt het. Ook is er nood aan sensibilisering en "evenwichten". Daarbij kijkt hij naar de rol van het wegtransport, en de invloed van online kopen.

Als er een globale maatregel nodig is, pleit Descheemaecker ervoor het Verdrag van Chicago te herzien. Dat verdrag dateert van na de Tweede Wereldoorlog en legt spelregels voor de internationale luchtvaart vast. Een internationale belasting op kerosine zou voorkomen dat je bepaalde luchthavens treft en andere luchthavens buiten schot laat door een vliegtaks per land in te voeren.