Zelfs The Wall Street Journal durft de vraag te stellen of het kapitalisme deze crisis zal overleven. De ideologie heeft alleszins schitterend zijn eigen crisis (de bankencrisis) overleefd. Spartelt het zich nu opnieuw vrij?

De vraag is wat kapitalisme is. Voor sommigen is het een ander woord voor een economie die is gebaseerd op de vrije markt en niet op een centraal, zeg maar dictatoriaal, geleide planeconomie. Als je dan kritiek hebt op het kapitalisme, dan krijg je als antwoord wat Naomi Klein te horen kreeg toen ze klaagde in haar boek No Logo. Dat je overal logo's ziet van Nike, behalve waar ze worden gemaakt, in lagelonenlanden. Zou je dan liever in Noord-Korea wonen? Daar zijn geen logo's, daar heb je alleen last van de foto's van de dictator. Dat soort argumenten zijn intellectueel belachelijk, want niemand durft er nog voor te pleiten een economie te vangen in rigide vijfjarenplannen.

Dé reden waarom een strak geleide planeconomie wel moet mislukken, is dat het geen experimenten of leerprocessen toelaat. Kop dicht en produceren wat het plan voorschrijft. Eigen aan de vrije markt zijn duizenden mensen die experimenteren, ondernemers die zelden slagen zoals hun dromen hun influisterden. Een experiment mislukt bijna altijd. De ondernemers die wél slagen, zorgen voor zoveel economische meerwaarde dat ze al die mindere prestaties, economisch toch, ruim compenseren.

Luidt corona de doodsklokken voor het kapitalisme?

Kapitalisme dankt zijn slechte reputatie niet aan de vrijheid van de vrije markt, maar aan de grenzeloze vrijheid, voorbij alle gewone menselijke en morele normen. Die worden opzijgeschoven met slechts één doel voor ogen: hoe kunnen we ervoor zorgen dat een elitair clubje rijken en machtigen nog rijker en machtiger wordt. Door bijvoorbeeld een vriend te worden van een autocratische populist. Dat heet corruptie. Door leugens te verspreiden over tabak, suiker en de opwarming van de aarde. Door in naam van de vrijheid het kwetsbare individu te plaatsen tegenover de gesofisticeerde marketing van bedrijven. Iedereen vrij. Jij vrij om zwaarlijvig te worden en te genieten van sigaretten, wij vrij om te ondernemen.

In naam van de vrijheid vertel je ook via je propagandakanalen dat de overheid altijd het probleem is, nooit de oplossing. Maar zodra er grote kosten zijn voor bedrijven, laat je die dragen door de overheid, want zij zorgen voor tewerkstelling. Velen geloven die propaganda. Alsof ziekenhuizen, universiteiten, rechtbanken en plantsoendiensten geen economische meerwaarde bieden en niet voor tewerkstelling zorgen. Men stelt het voor alsof die organisaties parasieten zijn ten nadele van wie voor echte tewerkstelling zorgt: wie colasnoepjes of hamburgers aan kinderen verkoopt, verslavende games en leuke Netflix-series.

Corona leerde ons hoe brutaal dat soort yankee-kapitalisme kan zijn, omdat er een man in het Witte Huis zat die die ideologie omhelsde, de propagandamachine voedde, een belastingverlaging voor de rijken doorvoerde, iedereen vertelde dat economisch succes hetzelfde is als hoge beurskoersen en zijn leugens kon verkopen aan de gewone burger die het slachtoffer was van dat kapitalisme. Dat soort kapitalisme komt meer en meer onder druk, vooral omdat een yankee-kapitalist nooit alle facturen betaalt, zeker niet die van moeder aarde of van de komende generaties.

De wereld staat op een keerpunt om de vrijheid van ondernemen, van kunst, van communicatie te verzoenen met de redding van de planeet, een einde te stellen aan de machtsconcentratie en de dictatuur van aandeelhouders en economische onrechtvaardigheden. Dat debat moet open en correct worden gevoerd. Met liefde voor vrijheid, ondernemerschap, maar ook voor onze planeet, huidige en toekomende bewoners. Gelukkig is er al een beroepsleugenaar en propagandist zijn megafoon in het Witte Huis kwijt.

Zelfs The Wall Street Journal durft de vraag te stellen of het kapitalisme deze crisis zal overleven. De ideologie heeft alleszins schitterend zijn eigen crisis (de bankencrisis) overleefd. Spartelt het zich nu opnieuw vrij?De vraag is wat kapitalisme is. Voor sommigen is het een ander woord voor een economie die is gebaseerd op de vrije markt en niet op een centraal, zeg maar dictatoriaal, geleide planeconomie. Als je dan kritiek hebt op het kapitalisme, dan krijg je als antwoord wat Naomi Klein te horen kreeg toen ze klaagde in haar boek No Logo. Dat je overal logo's ziet van Nike, behalve waar ze worden gemaakt, in lagelonenlanden. Zou je dan liever in Noord-Korea wonen? Daar zijn geen logo's, daar heb je alleen last van de foto's van de dictator. Dat soort argumenten zijn intellectueel belachelijk, want niemand durft er nog voor te pleiten een economie te vangen in rigide vijfjarenplannen. Dé reden waarom een strak geleide planeconomie wel moet mislukken, is dat het geen experimenten of leerprocessen toelaat. Kop dicht en produceren wat het plan voorschrijft. Eigen aan de vrije markt zijn duizenden mensen die experimenteren, ondernemers die zelden slagen zoals hun dromen hun influisterden. Een experiment mislukt bijna altijd. De ondernemers die wél slagen, zorgen voor zoveel economische meerwaarde dat ze al die mindere prestaties, economisch toch, ruim compenseren. Kapitalisme dankt zijn slechte reputatie niet aan de vrijheid van de vrije markt, maar aan de grenzeloze vrijheid, voorbij alle gewone menselijke en morele normen. Die worden opzijgeschoven met slechts één doel voor ogen: hoe kunnen we ervoor zorgen dat een elitair clubje rijken en machtigen nog rijker en machtiger wordt. Door bijvoorbeeld een vriend te worden van een autocratische populist. Dat heet corruptie. Door leugens te verspreiden over tabak, suiker en de opwarming van de aarde. Door in naam van de vrijheid het kwetsbare individu te plaatsen tegenover de gesofisticeerde marketing van bedrijven. Iedereen vrij. Jij vrij om zwaarlijvig te worden en te genieten van sigaretten, wij vrij om te ondernemen. In naam van de vrijheid vertel je ook via je propagandakanalen dat de overheid altijd het probleem is, nooit de oplossing. Maar zodra er grote kosten zijn voor bedrijven, laat je die dragen door de overheid, want zij zorgen voor tewerkstelling. Velen geloven die propaganda. Alsof ziekenhuizen, universiteiten, rechtbanken en plantsoendiensten geen economische meerwaarde bieden en niet voor tewerkstelling zorgen. Men stelt het voor alsof die organisaties parasieten zijn ten nadele van wie voor echte tewerkstelling zorgt: wie colasnoepjes of hamburgers aan kinderen verkoopt, verslavende games en leuke Netflix-series. Corona leerde ons hoe brutaal dat soort yankee-kapitalisme kan zijn, omdat er een man in het Witte Huis zat die die ideologie omhelsde, de propagandamachine voedde, een belastingverlaging voor de rijken doorvoerde, iedereen vertelde dat economisch succes hetzelfde is als hoge beurskoersen en zijn leugens kon verkopen aan de gewone burger die het slachtoffer was van dat kapitalisme. Dat soort kapitalisme komt meer en meer onder druk, vooral omdat een yankee-kapitalist nooit alle facturen betaalt, zeker niet die van moeder aarde of van de komende generaties. De wereld staat op een keerpunt om de vrijheid van ondernemen, van kunst, van communicatie te verzoenen met de redding van de planeet, een einde te stellen aan de machtsconcentratie en de dictatuur van aandeelhouders en economische onrechtvaardigheden. Dat debat moet open en correct worden gevoerd. Met liefde voor vrijheid, ondernemerschap, maar ook voor onze planeet, huidige en toekomende bewoners. Gelukkig is er al een beroepsleugenaar en propagandist zijn megafoon in het Witte Huis kwijt.