Laurence Boone heeft een 360 gradenkijk op de wereldeconomie. In haar analyse schakelt ze moeiteloos over van het belang van Europese investeringen naar de risico's van de Amerikaanse schulden of het gevolg van de Chinese economische omschakeling. Als economisch adviseur van voormalig Frans president François Hollande kent ze ook de politieke finesses van economisch beleid. De financiële sector en het bedrijfsleven zijn haar evenmin vreemd. Ze was hoofdeconoom bij de verzekeraar AXA en de bank Merrill Lynch.

De wereldeconomie baart haar zorgen. "We zien een wereldwijde groeivertraging", zegt ze. "Het handelsvolume neemt wereldwijd af en de werkgelegenheidsgroei vertraagt in sommige regio's. Dat is verontrustend." Dat komt niet enkel door het keren van de economische cyclus, maar evenzeer door structurele economische veranderingen. Daarmee wil ze niet zeggen dat er geen beleidsopties zijn om die groeivertraging zacht te doen landen.

Waar in de eurozone manifesteert die vertraging zich het sterkst?

LAURENCE BOONE. "In de Duitse auto-industrie. Die sector heeft een grote impact op de economische groei. De productie-indicatoren zakken in Duitsland sterker en sneller dan in de rest van de Europese Unie. Die daling is niet enkel cyclisch, er is geen plotse terugval van de economische vraag. Ze komt vooral door structurele veranderingen in de autosector, het energielandschap en de infrastructuur."

Hoe vang je zo'n structurele terugval het best op?

BOONE. "Dat vraagt oplossingen op lange termijn. De OESO zegt al langer dat Duitsland meer moet investeren in infrastructuur. Hoe kun je zelfrijdende auto's ontwikkelen als je niet de fysieke en de digitale infrastructuur hebt om data te verzamelen? Hoe verminder je je koolstofuitstoot als je voor energie afhankelijk bent van steenkool? Die energie-omslag vergt investeringen in infrastructuur en mensen. Het is belangrijk dat Duitsland daar werk van maakt, want er is behoefte aan en het heeft er de budgettaire ruimte voor.

"Zo'n Duitse inspanning zal effect hebben in de rest van Europa. De Duitse economie draait bijna op volle capaciteit, dus zal het voor die investeringen bedrijven van buiten de grenzen aantrekken. Dat is geen pleidooi voor transfers in de Unie, maar gewoon een vaststelling dat als een lidstaat in zichzelf investeert, dat positieve gevolgen heeft voor andere lidstaten."

Kunnen de landen met overschotten de rest van de Unie drijvende houden?

BOONE. "Als landen met budgettaire ruimte, zoals Duitsland, Nederland en enkele noordelijke lidstaten, de infrastructuurinvesteringen doen die bij hen nodig zijn, terwijl de rest van de landen structurele hervormingen doorvoert om de productiviteit op punt te houden, dan zou volgens onze simulaties de groei in Europa vijf jaar later 1 procent hoger liggen. Een bijkomend voordeel is dat je minder afhangt van monetair beleid en geen zeepbellen op financiële markten in de hand werkt."

Steunen beleidsmakers te veel op monetair beleid?

BOONE. "Ja. We vragen te veel van centrale banken en te weinig van de ministeries van Financiën. Sommigen verwijten de ECB dat de privéschulden in bepaalde lidstaten te hoog zijn. Maar het is niet aan de ECB de hypotheekschulden in sommige noordelijke lidstaten in te perken bijvoorbeeld. Dat moeten de nationale toezichthouders doen door banken te verplichten hun buffers te verhogen. We gebruiken nog te weinig dat soort van maatregelen, waarvoor de nationale regelgevers en ministeries van Financiën bevoegd zijn."

Wat moeten de lidstaten met tekorten en te hoge schulden doen?

BOONE. Landen als België en Frankrijk moeten vooral kijken naar de samenstelling van hun uitgaven. Jarenlang lieten sommige regeringen de overheidsuitgaven oplopen en zelden kijken ze naar wat ze binnen die uitgaven kunnen verschuiven."

Zal Europa economisch beter standhouden als het meer inzet op handel en investeringen binnen de EU?

BOONE. "Zeker. De Europese interne markt telt zelfs zonder het Verenigd Koninkrijk 300 miljoen consumenten. Dat is evenveel als in de Verenigde Staten. De interne markt voor goederen is volledig geïntegreerd. Voor diensten is er nog werk. Voorts zijn de Europese banken te nationaal georganiseerd en focussen ze te sterk op de binnenlandse consumenten, en zijn de Europese kapitaalmarkten te gefragmenteerd. Als diensten, banken en kapitaalmarkten verder integreren, heeft Europa veel meer financiële slagkracht. Dat kan de economische groei aanzienlijk opkrikken."

Welke richting ziet u de Amerikaanse economie uitgaan?

BOONE. "We zien in sommige sectoren de werkgelegenheidsgroei vertragen. Bovendien dreigen de handelsspanningen met China zich te verleggen naar sectoren waar gewone consumenten het zullen voelen. Het plaatje ziet er minder robuust uit dan voordien. Financiële markten houden er al rekening met rentedalingen."

Zijn de Amerikaanse privé- en overheidsschulden verontrustend hoog?

BOONE. "De overheidsschulden zijn te fel gestegen, maar de Amerikaanse staat heeft natuurlijk het privilege dat de dollar de wereldreservemunt is. Ze moet er wel voor zorgen dat het vertrouwen daarin hoog blijft. Ook de bedrijfsschulden zijn er enorm toegenomen, en die zijn niet allemaal van goede kwaliteit. Ruim de helft van de recent uitgegeven schuld heeft een lage kredietwaardigheid. Als de economie vertraagt, komen die bedrijven in de problemen. Dat is niet zonder risico voor de financiële markten."

Kunnen de opkomende markten de groeimotor van de wereld blijven?

BOONE. "Nu toch nog. Meer dan de helft van de globale groei komt uit die regio. Let wel, een derde daarvan komt van China. De groei is daar nog hoog, met 5 tot 7 procent in India en 6 procent in China. De Vietnamese export is ook enorm gestegen. De regio zal ook een groeimotor blijven omdat de bevolking jonger is en de geboortecijfers hoger zijn."

Geldt dat ook voor China?

BOONE. "De rol van China zal veranderen. Het richt zich steeds meer op de binnenlandse markt en wil minder afhankelijk zijn van export. Het wil terecht overschakelen van een maak- naar een diensteneconomie. Dat maakt deel uit van de inhaalbeweging op het Westen en gaat gepaard met dalende groei. De uitdaging is die overgang vlot te laten verlopen. China ondersteunt zijn economie nu anders dan voordien."

Hoe?

BOONE. "Vroeger deed het dat door massaal in infrastructuur te investeren. Daar profiteerde de rest van de wereld van. Nu doet het dat meer via kredietverlening aan de staatsgeleide economie en belastingverlagingen. Alleen is het effect daarvan heel onzeker."

Ook daar spreken sommigen van verhoogde financiële risico's. Terecht?

BOONE. "Ja, de totale Chinese schulden, privaat en openbaar, tegenover het bbp zijn enorm hoog. Het merendeel zijn schulden van bedrijven aan Chinese banken, die door de staat gedekt worden in geval van problemen. De Chinese privéschulden van vandaag kunnen er dus de overheidsschulden van morgen worden."