De voorspelling dat de 21ste eeuw Chinees zal zijn, lijkt zich elke dag te bevestigen, niet het minst omdat die andere grootmacht zijn best doet om elk moreel gezag te verliezen door eerst een narcistische populist tot president te verkiezen en nu, met een nieuwe president, te bewijzen dat het land zich niet eens elegant kan terugtrekken uit een uitzichtloze oorlog.

Dat China zijn rechtmatige plaats in de geschiedenis wil opnemen, is duidelijk. Het wil dat op zijn eigen manier doen, met een combinatie van waarden en principes waarvoor wij huiveren. Het snuifje Confucius-harmonie in die cocktail heb ik altijd weten te waarderen. Maar hun drankje bevat ingrediënten die wij niet erg smaken, vooral de steeds sterkere autocratische elementen. China verwerpt met een oosterse glimlach onze waarden: de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, de vrije meningsuiting, vrije verkiezingen. Wij zijn een liberale samenleving en we zijn er trots op. In het autocratische China wordt de centrale waarde van 'Eerst China' (lees: de Communistische Partij) steeds meer beklemtoond. Bij ons neemt de kritiek op onze liberale samenleving elke dag wat toe. Moeten we echt in naam van de heilige vrijheid burgers toelaten zich niet te laten vaccineren, het klimaat verder laten aftakelen en de ongelijkheid nog laten toenemen?

Laten we Chinezen niet te snel herleiden tot een anonieme, valse stereotypering.

Zien we vooral de splinter in het oog van China om te kunnen zwijgen over de balk in ons eigen oog? Gevaarlijke beeldspraak. Want de 'heropvoeding' van de Oeigoeren, het 'herdefiniëren' van de democratie in Hongkong, en de wurggreep op landen die ten einde raad Chinees geld aanvaarden voor investeringsprojecten kunnen we niet bepaald splinters noemen. Maar vooral: China is geen lichtend voorbeeld bij de grootste dreiging voor de mensheid, de klimaatontwrichting. Chinese leiders gedragen zich zoals de westerse: handjes schudden, plechtige beloftes, ronkende verklaringen, en naast spectaculaire investeringen in alternatieve energie al evenzeer investeringen in nieuwe steenkoolcentrales, en het veiligstellen van de eigen militaire en handelsbelangen.

Bij ons moet de demonisering van China beginnen. Het is een gevaarlijk, agressief volk dat slaafs en blindweg zijn nog agressievere leider volgt. Maar we vergeten al te snel dat het land bevolkt wordt door mensen zoals u en ik, met ambities, dromen en angsten. Ze zoeken een partner, willen werken, verlangen naar kinderen en willen gezond blijven. Ze stellen vast dat hun overheid hen daarbij helpt of hindert.

Ik heb enkele recente studies over Chinese mensen opgezocht. Geen propaganda van de overheid, maar in het Westen gepubliceerde, academische studies. In een eerste onderzoek bestudeerde men het mentale welzijn van werknemers die na een strenge lockdown van een maand weer aan het werk gingen. 11 procent leed aan een posttraumatische stoornis, 3,8 procent was angstig en 3,7 procent toonde symptomen van ernstige depressie. Opvallend is dat die cijfers lager lagen dan voor de lockdown. De auteurs verklaren dat door de geruststelling die zo'n lockdown kan bieden. Het is blijkbaar geweten dat minstens 20 procent van de werknemers aan ernstige psychologische problemen lijdt. In een Chinese studie bij 4872 volwassenen uit 31 streken bleek dat een meerderheid van de respondenten angst of depressie rapporteerden, en dat die des te sterker waren naarmate de personen actiever waren op sociale media. Uit nog een studie bleek dat Chinezen minder seks hebben tijdens de coronapandemie. Andere studies bij kinderen wezen op toegenomen psychologische problemen bij tieners ten gevolge van corona.

Die onderzoeksresultaten verschillen nauwelijks van wat je in het 'vrije' Westen zou verwachten. Laten we vooral niet te snel doen met de Chinezen wat de Duitsers deden met de Joden: ze herleiden tot een anonieme, valse stereotypering.

De voorspelling dat de 21ste eeuw Chinees zal zijn, lijkt zich elke dag te bevestigen, niet het minst omdat die andere grootmacht zijn best doet om elk moreel gezag te verliezen door eerst een narcistische populist tot president te verkiezen en nu, met een nieuwe president, te bewijzen dat het land zich niet eens elegant kan terugtrekken uit een uitzichtloze oorlog. Dat China zijn rechtmatige plaats in de geschiedenis wil opnemen, is duidelijk. Het wil dat op zijn eigen manier doen, met een combinatie van waarden en principes waarvoor wij huiveren. Het snuifje Confucius-harmonie in die cocktail heb ik altijd weten te waarderen. Maar hun drankje bevat ingrediënten die wij niet erg smaken, vooral de steeds sterkere autocratische elementen. China verwerpt met een oosterse glimlach onze waarden: de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, de vrije meningsuiting, vrije verkiezingen. Wij zijn een liberale samenleving en we zijn er trots op. In het autocratische China wordt de centrale waarde van 'Eerst China' (lees: de Communistische Partij) steeds meer beklemtoond. Bij ons neemt de kritiek op onze liberale samenleving elke dag wat toe. Moeten we echt in naam van de heilige vrijheid burgers toelaten zich niet te laten vaccineren, het klimaat verder laten aftakelen en de ongelijkheid nog laten toenemen? Zien we vooral de splinter in het oog van China om te kunnen zwijgen over de balk in ons eigen oog? Gevaarlijke beeldspraak. Want de 'heropvoeding' van de Oeigoeren, het 'herdefiniëren' van de democratie in Hongkong, en de wurggreep op landen die ten einde raad Chinees geld aanvaarden voor investeringsprojecten kunnen we niet bepaald splinters noemen. Maar vooral: China is geen lichtend voorbeeld bij de grootste dreiging voor de mensheid, de klimaatontwrichting. Chinese leiders gedragen zich zoals de westerse: handjes schudden, plechtige beloftes, ronkende verklaringen, en naast spectaculaire investeringen in alternatieve energie al evenzeer investeringen in nieuwe steenkoolcentrales, en het veiligstellen van de eigen militaire en handelsbelangen. Bij ons moet de demonisering van China beginnen. Het is een gevaarlijk, agressief volk dat slaafs en blindweg zijn nog agressievere leider volgt. Maar we vergeten al te snel dat het land bevolkt wordt door mensen zoals u en ik, met ambities, dromen en angsten. Ze zoeken een partner, willen werken, verlangen naar kinderen en willen gezond blijven. Ze stellen vast dat hun overheid hen daarbij helpt of hindert. Ik heb enkele recente studies over Chinese mensen opgezocht. Geen propaganda van de overheid, maar in het Westen gepubliceerde, academische studies. In een eerste onderzoek bestudeerde men het mentale welzijn van werknemers die na een strenge lockdown van een maand weer aan het werk gingen. 11 procent leed aan een posttraumatische stoornis, 3,8 procent was angstig en 3,7 procent toonde symptomen van ernstige depressie. Opvallend is dat die cijfers lager lagen dan voor de lockdown. De auteurs verklaren dat door de geruststelling die zo'n lockdown kan bieden. Het is blijkbaar geweten dat minstens 20 procent van de werknemers aan ernstige psychologische problemen lijdt. In een Chinese studie bij 4872 volwassenen uit 31 streken bleek dat een meerderheid van de respondenten angst of depressie rapporteerden, en dat die des te sterker waren naarmate de personen actiever waren op sociale media. Uit nog een studie bleek dat Chinezen minder seks hebben tijdens de coronapandemie. Andere studies bij kinderen wezen op toegenomen psychologische problemen bij tieners ten gevolge van corona. Die onderzoeksresultaten verschillen nauwelijks van wat je in het 'vrije' Westen zou verwachten. Laten we vooral niet te snel doen met de Chinezen wat de Duitsers deden met de Joden: ze herleiden tot een anonieme, valse stereotypering.