Ik woon in Londen in een residentiële wijk. Binnen een cirkel van een mijl rond mijn flat - ik pas me aan de lokale meetgewoontes aan - liggen er minstens twintig koffieshops. Ze zoeken bijna allemaal koffiekunstenaars, barista's die je de perfecte cappuccino, flat white of double expresso kunnen schenken. Een voorbeeld: "We are looking for an experienced Barista (met hoofdletter!) who are (blijkbaar mag er meer dan één in dienst komen) willing to work hard and believe every cup must be perfect."

Barista is een knelpuntberoep. Londen raakt in paniek. Dat gebeurt niet alleen bij de Starbucks en de Pret a Mangers van deze wereld, ook de kleine koffiehuizen vinden geen koffiekunstenaars meer. Londense politici pleiten voor baristavisa - voor mij nu al het woord van het jaar - om die koffie-experts toe te laten na de brexit. Volgens een woordvoerder van Pret a Manger is slechts één op de vijftig sollicitanten voor de 190 vestigingen Brits. 65 procent van het personeel komt uit de Europese Unie. Langzaam dringt de realiteit van de brexit door, behalve in de retoriek van Downing Street. Tenzij natuurlijk, na de verkiezingen Theresa May plots zal zeggen: "Mijn stoerdoenerij was gewoon om te lachen. Ik joeg de kiezers wat schrik aan, en nu ik stevig in het zadel zit, kan ik toegevingen beginnen te doen."

Drie groepen zitten nu al met de handen in het haar. In de eerste plaats de horeca, en dan niet alleen de koffiebars. Wandel een restaurant binnen en je zult merken dat je schitterend kunt eten in Londen - dankzij buitenlanders. Van chef-kok tot ober, van afwasser tot sommelier, het is al buitenlands wat de klok slaat, met een voorkeur voor Frans.

De horeca wordt nog geplaagd door een tweede probleem: het Britse belastingsysteem is gebaseerd op waar je woont. Ik betaal mijn gemeentebelastingen niet op basis van mijn inkomen, maar op basis van de waarde van de flat die ik huur. Hetzelfde geldt voor bedrijven. De business rates zijn nu aangepast - wat wij kennen als 'perequatie' - en met de torenhoge prijzen voor vastgoed zijn ook de business rates exponentieel gestegen. Je kunt in de lokale pers al de eerste verhalen lezen over uitbaters die ermee stoppen.

Veel ruimte voor loonsverhogingen is er dus niet bij de koffiebars. Maar die zullen broodnodig zijn, als ze de Britten niet alleen voor maar ook achter de toog willen krijgen. Bij een harde brexit kan het tekort over tien jaar oplopen tot één miljoen medewerkers. Dan zal er niet veel anders op zitten dan thuis koffie te drinken. Ik zou, mocht ik Nestlé zijn, alvast het aantal verdeelpunten van Nespresso in Londen opvoeren.

Langzaam dringt de realiteit van de brexit door, behalve in de retoriek van Downing Street.

De tweede categorie horrorverhalen betreft de nationale gezondheidsdienst. Een groot percentage verpleegkundigen en artsen is niet-Brits. De Poolse verpleegster die in het weekend met Ryanair naar huis vliegt, is hier een begrip. Nu al is merkbaar dat er weinig nieuwe instroom is. De Polen vertrouwen het post-brexitzaakje niet. En de twijfelaars keren terug naar hun land. De derde groep is de bouwsector. Net zoals in Vlaanderen zie je dat bouwvakkers uit de vroegere Oostbloklanden hier erg in trek zijn. De vraag is of ook voor hen baristavisa mogelijk worden.

Die verhalen lees je alleen in de helft van de Britse pers. De andere helft scheldt op Europa, vertelt succesverhalen van nieuwe buitenlandse investeringen en vindt dat May er nog steviger tegenaan moet gaan. Het ziet ernaar uit dat de Conservatieven na de verkiezingen geen noemenswaardige oppositie hebben. Behalve een nieuw soort oppositie: een stad. Londen. Iedereen hier leest de uitstekende gratis avondkrant Evening Standard. May heeft de vorige minister van Financiën, George Osborne, eruit gegooid. Die is nu de spreekbuis van de anti-May-spreekkoren. De Evening Standard zal hem niet stoppen, want hij is er net tot hoofdredacteur benoemd, en dat is nu al te merken: de aanvallen op May en de haren worden steeds venijniger.

We leven in boeiende tijden. Een premier zal met een overgrote meerderheid worden verkozen. Ze zal oppositie krijgen - niet in het parlement, maar vanuit Schotland, Noord-Ierland, en misschien zelfs vanuit Wales, maar zeker vanuit Londen. Die laatste regio vertegenwoordigt zowat 22 procent van het Britse bruto binnenlands product en zal door het gebrek aan koffieshops de gevolgen van de brexit aan den lijve voelen. Het volk zal morren, zoals alleen een volk zonder koffie dat kan.