De bekendste Europese subsidiepotten zijn die voor landbouw en regionale ontwikkeling. De derde is die voor onderzoek en innovatie, met als belangrijkste financieringsprogramma Horizon 2020. Daarvoor reserveerde de Commissie-Juncker 80 miljard euro voor de periode van 2014 tot 2020. De opvolger is het Horizon Europe-programma. Dat loopt van 2021 tot 2027 en is ontworpen door de Belg Kurt Vandenberghe. Vanaf 1 december volgt hij in het kabinet van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen de Green Deal op. Innovatie en wetenschap moeten steunpilaren van de Europese samenleving en economie worden. "We hebben sterke resultaten gehaald met Horizon 2020", zegt Vandenberghe. "Maar de effecten ervan op de samenleving en de economie kunnen we onvoldoende aantonen. Impact, strategische relevantie en openheid worden nieuwe accenten."
...

De bekendste Europese subsidiepotten zijn die voor landbouw en regionale ontwikkeling. De derde is die voor onderzoek en innovatie, met als belangrijkste financieringsprogramma Horizon 2020. Daarvoor reserveerde de Commissie-Juncker 80 miljard euro voor de periode van 2014 tot 2020. De opvolger is het Horizon Europe-programma. Dat loopt van 2021 tot 2027 en is ontworpen door de Belg Kurt Vandenberghe. Vanaf 1 december volgt hij in het kabinet van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen de Green Deal op. Innovatie en wetenschap moeten steunpilaren van de Europese samenleving en economie worden. "We hebben sterke resultaten gehaald met Horizon 2020", zegt Vandenberghe. "Maar de effecten ervan op de samenleving en de economie kunnen we onvoldoende aantonen. Impact, strategische relevantie en openheid worden nieuwe accenten." Wat is de relevantie van Horizon Europe voor de samenleving en de economie? KURT VANDENBERGHE. "De Commissie-Von der Leyen streeft met de Green Deal klimaatneutraliteit na, maar dat halen we niet met regelgeving en een CO2-belasting alleen. Daar is gerichte innovatie voor nodig, die in eerste instantie van de overheid moet komen, want de privésector zal daar te veel risico in zien. Als overheden met de financiering van grote demonstratieprojecten aantonen dat bepaalde nieuwe technologieën werken en zinvol zijn, krijgen we de markt wel mee." Beleidsmakers hebben vaak de mond vol van 'impact', maar die is moeilijk hard te maken. Hoe denkt u die val te vermijden? VANDENBERGHE. "We peilen vanaf het tweede jaar hoever de wetenschappelijke, economische en maatschappelijke impact van de programma's staat. Als we afwijken van onze doelstellingen voor 2030, kunnen we de programma's bijsturen of stopzetten. We bekijken de impact op lange termijn, maar niet voor elk project apart. We streven die ook na door projecten over sectoren en grenzen heen te clusteren in missies (zie Innoveren met een missie). We bepalen niet vanuit onze technocratische ivoren toren wat die impact moet zijn. Dat doen we samen met onderzoekers, bedrijven en andere belanghebbenden, onder wie de eindgebruikers van nieuwe oplossingen." Kent België de weg naar die programma's goed? VANDENBERGHE. "De universiteiten en onderzoekers wel. De bedrijven kunnen nog wat beter. Het idee heerst dat de aanvragen enorm complex zijn, maar daar is aan gewerkt. Over het algemeen haalt België meer uit de Europese programma's dan het erin investeert, maar niet zo veel als Nederland of het Verenigd Koninkrijk." De onderhandelingen voor het Europese meerjarenbudget 2021-2027 lopen. Staat er veel druk op het budget voor onderzoek en innovatie? VANDENBERGHE. "Toch wel. Met de brexit verkleint de Europese Unie. Dus zeggen sommige lidstaten dat ook de begroting kleiner moet. Dat zijn net de landen die de meeste baat hebben bij fondsen voor onderzoek en innovatie. De Europese Commissie heeft een spaarzaam voorstel gedaan met een verlaging van de landbouw- en de cohesiefondsen, waar andere lidstaten niet blij mee zijn. Er staat druk op het totale budget. Moderniseringsprogramma's zoals Horizon, Digital, defensie en ruimtevaart ontsnappen daar niet aan." Het budget voor onderzoek en innovatie is zowat de helft van dat voor landbouw. Is dat nog van deze tijd? VANDENBERGHE. "De vraag stellen is ze beantwoorden. Het wordt afwachten tot over het meerjarenbudget is onderhandeld. We hebben 100 miljard euro gevraagd, het Europees Parlement wil daar nog 20 miljard bijdoen. We kunnen nu al slechts een derde van alle goedgekeurde voorstellen financieren. Minder dan 100 miljard euro zou problematisch zijn." Hoe relevant is Europa voor onderzoek en innovatie? VANDENBERGHE. "Wij maken 7 procent van de wereldbevolking uit, zijn goed voor 15 procent van het wereldwijde bruto binnenlands product (bbp), 20 procent van de wereldwijde financiering in onderzoek en innovatie en 30 procent van de wetenschappelijke publicaties. Wij zijn een wetenschappelijke krachtpatser, waarmee we onze invloedssfeer kunnen uitbreiden. Veel industriële landen willen niet kiezen tussen de Verenigde Staten en China. Wij kunnen hen met de European Research Area en Horizon Europe een tussenweg bieden." Europa investeert minder dan de beoogde 3 procent van het bbp in onderzoek en innovatie. Hoe komt dat? VANDENBERGHE. "We zitten op 2 en komen van 1,8 procent tien jaar geleden. In het bedrijfsleven zien we te weinig investeringen in onderzoek en innovatie door het gebrek aan een Europees patent of door risicoaversie. Publiek-private samenwerkingen zijn daarom belangrijk om bedrijven mee te krijgen. We moeten ook duidelijker uitleggen waarom die 3 procent voor onderzoek zo cruciaal is voor de verduurzaming van onze samenleving. Grondstoffen heeft Europa niet en concurreren op basis van lage lonen willen we niet. Dus moeten we inzetten op de enige grondstof die we hebben, onze hersenen." Waar hoopt u dat de Europa over tien jaar staat? VANDENBERGHE. "Ik verwacht dat Europa het eerste continent wordt waar duurzaamheid en concurrentievermogen samengaan, en dat we aantonen dat we kunnen leven binnen de planetaire en de sociale grenzen. Daarnaast zal de volgende innovatiegolf veel verder gaan dan technologie die op het internet is gebaseerd. We evolueren naar deeptech waarin het materiële, het digitale en het biologische samengaan." Dat klinkt angstwekkend. VANDENBERGHE. "Daarom is het belangrijk dat Europa daar wereldwijd de leiding in neemt, want dan kan het de normen bepalen. We hebben de kennis om dat langetermijnonderzoek in goede banen te leiden en we beschikken over de juiste politieke instellingen om daar de gepaste regelgeving voor te ontwikkelen."