Kondigt Fed-voorzitter Jerome Powell in Jackson Hole een keerpunt in het monetaire beleid aan?

Fed-voorzitter Jerome Powell © Reuters
Daan Killemaes
Daan Killemaes Hoofdeconoom Trends

De centrale bankiers blazen vrijdag virtueel verzamelen op hun jaarlijkse conferentie in Jackson Hole. Alle ogen zijn gericht op Jerome Powell, de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank. Haalt hij vroeger dan gedacht de voet van het gaspedaal, of kijkt hij door de pittige inflatie-opstoot? En is de fonkelnieuwe strategie van de Fed nog aangepast aan een pandemische wereld?

Alles en iedereen is een kind van zijn tijd, ook het monetaire beleid van de centrale bankiers. Veertig jaar geleden verteerde een ontspoorde inflatie de westerse economie en was er de harde hand van toenmalig voorzitter Paul Volcker nodig, om de geloofwaardigheid van de Fed te herstellen. De comeback van prijsstabiliteit legde de basis voor ‘de grote matiging’ van de jaren negentig en tweeduizend. Langdurige expansies stierven niet meer aan de klassieke kwaal van oververhitting, maar werden getorpedeerd door een financiële crisis, zoals in 2008. De westerse centrale bankiers hielden sinds de eeuwwisseling vast aan een inflatiedoelstelling van ongeveer 2 procent, maar slaagden het voorbije decennium amper in hun opzet. De inflatie bleef vaak onder de doelstelling, terwijl de economische groei vaart verloor. De hogepriesters van het geld leken achter de feiten aan te hollen.

De pilaren van de nieuwe strategie

Precies een jaar geleden presenteerde Fed-voorzitter Jerome Powell daarom in Jackson Hole een opgefriste strategie, aangepast aan de economie van het voorbije decennium. Powell vertrok van vier vaststellingen. Ten eerste: sinds 2012 was de potentiële groei van de Amerikaanse economie vertraagd van 2,5 naar 1,8 procent. De vergrijzing eiste een tol, terwijl de productiviteitswinsten verder afnamen. Ten tweede: in het spoor van de lagere groei daalden ook de rentevoeten verder. “Zelfs in goede tijden leverde dat een lage beleidsrente op. In slechte tijden was er amper nog ruimte om de economie te stimuleren. Vooral de meest kwetsbaren op de arbeidsmarkt zijn daar het grootste slachtoffer van”, merkte Powell op. Ten derde: de arbeidsmarkt kende een opmerkelijk revival. De werkloosheid was kort voor de uitbraak van de pandemie gedaald naar het laagste peil in vijftig jaar. Almaar meer mensen vonden hun weg naar de arbeidsmarkt, ook de kwetsbare groepen en de laagste lonen. Het is een hoeksteen van het beleid van president Joe Biden en Powell om dat vliegwiel op de arbeidsmarkt intact te houden. En ten vierde: de sterke arbeidsmarkt zorgde verrassend genoeg niet voor een hogere inflatie, zoals dat in het verleden wél de regel was.

Met die ingrediënten ging Powell aan de slag, om een nieuwe strategie te maken. Er was de grote bekommernis dat de lage rentevoeten de handen en voeten van centrale bankiers bonden in tijden van recessie, tenzij de centrale bankiers grepen naar de paardenmiddelen van geldverruiming of negatieve rentevoeten. Maar er was ook de enorme kans om nog enthousiaster volledige werkgelegenheid na te streven, want een gezonde arbeidsmarkt resulteerde veel minder snel dan vroeger in inflatie. Vergeet niet dat de Fed volgens zijn mandaat zowel prijsstabiliteit als volledige werkgelegenheid moet nastreven.

Volledige werkgelegenheid is het hoofddoel

De Fed streeft daarom sinds vorig jaar een inflatie van gemiddeld 2 procent na. De Fed is bereid om periodes van lagere inflatie te compenseren met periodes van een inflatie die hoger is dan 2 procent. De Fed zal ook niet meer preventief het beleid verkrappen, als de werkloosheid daalt. Dat deed hij in het verleden wel, waarmee hij zich van vijand vergiste. De Fed streed te hard tegen de inflatie en deed te weinig voor volledige werkgelegenheid. Het hoofddoel van de nieuwe strategie is de Amerikaanse arbeidsmarkt vooral aan de onderkant sterker te maken. In tijden van ongelijkheid en populisme is een stijging van de lagere lonen, na decennia van stagnatie, geen overbodige luxe. Het zal de economie stabieler maken.

De nieuwe strategie heeft ook een preventief deel. De Fed wil niet, zoals de Europese Centrale Bank, in de val van de desinflatie te trappen. Het is moeilijk ontsnappen uit een spiraal van een te lage inflatie en verder dalende inflatieverwachtingen, zei Powell een jaar geleden. “We hebben die dynamiek gezien in andere grote economieën en we hebben geleerd dat ontsnappen moeilijk is, eens de dynamiek op gang is.” De ECB maakte een soortgelijke analyse en paste in juni haar inflatiestrategie aan. De ECB streeft geen gemiddelde inflatie van 2 procent na, maar blijft niet meer op de handen zitten als de inflatie lager dan 2 procent is.

Uiteraard blijft de Fed ook waakzaam voor inflatie. “Als zich een excessieve inflatiedruk opbouwt, of als de inflatieverwachtingen te hoog worden, dan zullen we niet aarzelen om te handelen”, zei Powell vorig jaar in Jackson Hole.

De nieuwe strategie ondergaat een covid-test

Amper een jaar later wordt de nieuwe strategie flink getest. De Amerikaanse inflatie is deze zomer opgelopen tot meer dan 5 procent. De kerninflatie van consumptiegoederen, de favoriete maatstaf van de Fed, kampeert boven 3 procent. Zorgwekkend is ook dat de inflatieverwachtingen van de doorsnee-Amerikaan oplopen. Het is de grootste inflatie-opstoot in decennia in de Verenigde Staten. Ondertussen noteren ook de huizen- en de aandelenmarkten op recordkoersen, aangevuurd door het zeer soepele geldbeleid van de Fed.

Tegelijk is de Amerikaanse arbeidsmarkt allesbehalve hersteld van de coronaklap. Nog altijd zijn ruim 5 miljoen Amerikanen minder tewerkgesteld dan voor de pandemie. En de VS kampen nog met een stevige besmettingsgolf, die het herstel van de economie en de arbeidsmarkt gevoelig vertraagt. De Fed zit dus gekneld tussen de hamer van de inflatie en het aanbeeld van een nog relatief zwakke arbeidsmarkt.

Wat doe je in zulke omstandigheden? Schroef je het bijzonder expansieve beleid terug, om de inflatie te beteugelen? Het huidige steunbeleid als reactie op de pandemie, met een inkoopprogramma van 120 miljard dollar per maand en een beleidsrente van ongeveer 0 procent is bijzonder expansief. Of hou je de voet nog even op het gaspedaal, tot het herstel op eigen kracht verder kan?

Powell predikt rustige vastheid

Voor beide beleidsopties is wat te zeggen. De Fed houdt vol dat de inflatie-opstoot tijdelijk is. Bovendien is hij vooral te wijten aan flessenhalzen in het aanbod, dat flink door elkaar is geschud door de coronacrisis. Een krapper geldbeleid zou die aanbodschokken niet oplossen. Wacht dus tot de crisis wegebt, de inflatie afkoelt, en we opnieuw belanden in de situatie van voor de coronacrisis. Bewaar dus nog even de kalmte, is het standpunt van Powell.

Andere bestuurders van de Fed maken zich echter zorgen dat de inflatie-opstoot minder tijdelijk is dan men voor lief neemt. De inflatie wordt niet alleen opgejaagd door aanbodschokken, ze krijgt ook een stevig zetje van het zeer expansieve budgettaire beleid van president Biden. Als de Fed te lang talmt met het verkrappen van het beleid en de inflatie structureel laat ontsporen, dan zal ze straks hard moeten ingrijpen om de geloofwaardigheid van de Fed te herstellen en de inflatiegolf te breken. De nog broze economie en arbeidsmarkt zouden dan getroffen worden door een nieuwe, pittige recessie.

De financiële markten kijken daarom uit naar de speech die Powell in Jackson Hole geeft. De markten vragen meer duidelijkheid over hoe de Fed de nieuwe strategie concreet invult in deze nog onzekere coronatijden. Heel wat waarnemers denken dat Powell een strategie van rustige vastheid zal voeren. Dat betekent dat de Fed de afbouw van het stimulusbeleid in september zal signaleren, in november zal aankondigen en in januari zal uitvoeren. Zo krijgen de markten de tijd om zich aan te passen. Tenzij de feiten er natuurlijk anders over zouden beslissen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content