Wat na de pandemie? Wat als het superdringende verdwenen zal zijn en alleen het belangrijke zal overblijven? Het schouwspel van politici die kleuterklasjes voor terrasjes ruilen, intensievezorgbedden voor jeugdcafés en inentingen voor minder treinen naar de kust, is weinig verheffend. Ik ontwaar zelfs geen begin van een samenhangende visie op een samenleving. Ruilen, onderhandelen, afdingen, een tapijtenmarkt waardig. En die hebben in de onderhandelingstheorie geen al te beste reputatie.

Ik heb een voorstel. Laten we nu beginnen aan een echt systemische visie op onze gezondheidszorg. De symptomen kennen we. 1,9 miljoen euro om met Zolgensma één kind te kunnen redden van een zeldzame spierziekte, maar geen grootschalige preventie van suikerziekte, waar steeds meer kinderen het slachtoffer van worden. We weten ook dat geestelijke gezondheidszorg ook gezondheidszorg is, en dus gooien de ministers er snel wat geld tegenaan. Psychotherapeut lijkt mij nu al een knelpuntberoep. Ouderlingenzorg is heel complex. We weten al vijftig jaar dat de bevolking in een immer versnellend tempo veroudert en blijven toch de patroonheilige van alle pragmatische politici volgen, de heilige Jean-Luc. Onder het motto 'niet haalbaar, niet betaalbaar' wachten we weer tot het te laat is. En dan verzuchten: we hebben nochtans de problemen pas aangepakt toen ze zich echt voordeden?

Kijk toch eens naar het grotere geheel.

Ik stel voor dat er een denkgroep ¬ geen werkgroep, en zeker geen praatgroep ¬ wordt opgericht om een gedragen systemische visie op onze gezondheid uit te werken. Die groep moet allereerst bestaan uit experts van kennismanagement. Zij moeten de werkwijze vastleggen en met inhoudelijk gerichte collega's nagaan welke subdenkgroepen relevant kunnen zijn. Systemisch denken is een aparte discipline, niet eens intellectueel zo moeilijk, maar emotioneel en vooral politiek ondraaglijk. Conflicten worden zichtbaar, de prijs van de niet gekozen alternatieven komt in de pers.

Blijf daarbij weg van het Belgische systeem. Bestudeer eerst, om de contouren van zo'n systemische aanpak goed vast te leggen, drie totaal verschillende systemen. In ieder geval moet daar het Amerikaanse bij. Daarnaast misschien het Deense, Singaporaanse of Nieuw-Zeelandse. Vooral de Amerikaanse samenleving is bijzonder boeiend. Zij besteedden in 2019 (vóór corona!) 17,7 procent van hun bruto binnenlands product aan gezondheidszorg, de andere rijke landen slechts 10,7 procent. Tegelijk scoren de Verenigde Staten op ontzettend veel parameters, zoals kindersterfte en voortijdig overlijden, bijzonder slecht. Daar kun je dus leren hoe je het zeker niet mag doen. Bij Uncle Sam geldt: Big Pharma versus Big Hospitals. Het moet groot zijn: die verhalen kennen we. Schaalvoordelen, specialisatie, professionalisme. Heel terecht, maar waarom loopt het dan zo uit de hand? Kleinschalig is niet dé oplossing. Maar in een systemische benadering weet je wel wat je het best groot maakt en wat je het best klein houdt. Niet op basis van anekdotes, zeker niet op basis van opinies van belanghebbenden (wiens brood men eet, diens woord men spreekt), want tien opinies samen vormen nog geen visie, en zeker niet op basis van getouwtrek tussen ideologische groepen en politici aangevuurd door hun kiesvee. Geen tapijtenmarkt. Wel op basis van een rustige analyse. Dossiers zoals die al bestaan over ons onafwendbare pensioenprobleem, maar die als 'niet haalbaar, niet betaalbaar' afgevoerd zijn, tot ze wel volkomen onbetaalbaar zijn en dan vreemd genoeg wel haalbaar moeten zijn.

Geheel conform mijn voorstel moet gezondheidszorg op zijn beurt een onderdeel zijn van een nog grotere systemische bezinning over onze samenleving. Welke maatschappij willen wij? Wat is de plaats van de liberale waarden? Van het kapitalisme? Het is heel belangrijk, en de facto ook al dringend. Maar belangrijke dingen kunnen altijd nog wel even worden uitgesteld.

Wat na de pandemie? Wat als het superdringende verdwenen zal zijn en alleen het belangrijke zal overblijven? Het schouwspel van politici die kleuterklasjes voor terrasjes ruilen, intensievezorgbedden voor jeugdcafés en inentingen voor minder treinen naar de kust, is weinig verheffend. Ik ontwaar zelfs geen begin van een samenhangende visie op een samenleving. Ruilen, onderhandelen, afdingen, een tapijtenmarkt waardig. En die hebben in de onderhandelingstheorie geen al te beste reputatie. Ik heb een voorstel. Laten we nu beginnen aan een echt systemische visie op onze gezondheidszorg. De symptomen kennen we. 1,9 miljoen euro om met Zolgensma één kind te kunnen redden van een zeldzame spierziekte, maar geen grootschalige preventie van suikerziekte, waar steeds meer kinderen het slachtoffer van worden. We weten ook dat geestelijke gezondheidszorg ook gezondheidszorg is, en dus gooien de ministers er snel wat geld tegenaan. Psychotherapeut lijkt mij nu al een knelpuntberoep. Ouderlingenzorg is heel complex. We weten al vijftig jaar dat de bevolking in een immer versnellend tempo veroudert en blijven toch de patroonheilige van alle pragmatische politici volgen, de heilige Jean-Luc. Onder het motto 'niet haalbaar, niet betaalbaar' wachten we weer tot het te laat is. En dan verzuchten: we hebben nochtans de problemen pas aangepakt toen ze zich echt voordeden? Ik stel voor dat er een denkgroep ¬ geen werkgroep, en zeker geen praatgroep ¬ wordt opgericht om een gedragen systemische visie op onze gezondheid uit te werken. Die groep moet allereerst bestaan uit experts van kennismanagement. Zij moeten de werkwijze vastleggen en met inhoudelijk gerichte collega's nagaan welke subdenkgroepen relevant kunnen zijn. Systemisch denken is een aparte discipline, niet eens intellectueel zo moeilijk, maar emotioneel en vooral politiek ondraaglijk. Conflicten worden zichtbaar, de prijs van de niet gekozen alternatieven komt in de pers. Blijf daarbij weg van het Belgische systeem. Bestudeer eerst, om de contouren van zo'n systemische aanpak goed vast te leggen, drie totaal verschillende systemen. In ieder geval moet daar het Amerikaanse bij. Daarnaast misschien het Deense, Singaporaanse of Nieuw-Zeelandse. Vooral de Amerikaanse samenleving is bijzonder boeiend. Zij besteedden in 2019 (vóór corona!) 17,7 procent van hun bruto binnenlands product aan gezondheidszorg, de andere rijke landen slechts 10,7 procent. Tegelijk scoren de Verenigde Staten op ontzettend veel parameters, zoals kindersterfte en voortijdig overlijden, bijzonder slecht. Daar kun je dus leren hoe je het zeker niet mag doen. Bij Uncle Sam geldt: Big Pharma versus Big Hospitals. Het moet groot zijn: die verhalen kennen we. Schaalvoordelen, specialisatie, professionalisme. Heel terecht, maar waarom loopt het dan zo uit de hand? Kleinschalig is niet dé oplossing. Maar in een systemische benadering weet je wel wat je het best groot maakt en wat je het best klein houdt. Niet op basis van anekdotes, zeker niet op basis van opinies van belanghebbenden (wiens brood men eet, diens woord men spreekt), want tien opinies samen vormen nog geen visie, en zeker niet op basis van getouwtrek tussen ideologische groepen en politici aangevuurd door hun kiesvee. Geen tapijtenmarkt. Wel op basis van een rustige analyse. Dossiers zoals die al bestaan over ons onafwendbare pensioenprobleem, maar die als 'niet haalbaar, niet betaalbaar' afgevoerd zijn, tot ze wel volkomen onbetaalbaar zijn en dan vreemd genoeg wel haalbaar moeten zijn. Geheel conform mijn voorstel moet gezondheidszorg op zijn beurt een onderdeel zijn van een nog grotere systemische bezinning over onze samenleving. Welke maatschappij willen wij? Wat is de plaats van de liberale waarden? Van het kapitalisme? Het is heel belangrijk, en de facto ook al dringend. Maar belangrijke dingen kunnen altijd nog wel even worden uitgesteld.