Sommige voorspellingen zijn niet moeilijk te maken. Over goed tien maanden, in oktober 2022, sluit de eerste van de zeven Belgische kernreactoren. Doel 3 wordt vijf maanden later gevolgd door Tihange 2. Zoals de politieke kaarten bij het ter perse gaan verdeeld lagen, volgen de andere vijf tussen februari en december 2025.
...

Sommige voorspellingen zijn niet moeilijk te maken. Over goed tien maanden, in oktober 2022, sluit de eerste van de zeven Belgische kernreactoren. Doel 3 wordt vijf maanden later gevolgd door Tihange 2. Zoals de politieke kaarten bij het ter perse gaan verdeeld lagen, volgen de andere vijf tussen februari en december 2025. Het politieke compromis over de kernuitstap zet tegelijk de deur op een kier voor de bouw van small modular reactors (SMR), kleine kerncentrales van 300 megawatt, ongeveer een derde van de capaciteit van een klassieke reactor. Het is een toegeving aan MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez, die zich hevig heeft verzet tegen de sluiting van de kerncentrales. Of er ooit in België SMR's worden gebouwd, is een andere kwestie. De meeste experts verwachten dat de technologie pas na 2030 marktrijp zal zijn. Maar zelfs al is het technisch mogelijk, dan blijven er nog twee moeilijke kapen te ronden: de vereiste vergunningen vinden en voldoende politici vinden die zo'n beslissing willen en durven nemen. Maar het beleid in dit land blinkt eerder uit in het elkaar toespelen van de zwartepiet dan in beslissingen nemen. In het kernuitstapdossier wilde elke politieke partij, na de initiële beslissing in 2003, de hete aardappel doorschuiven naar een andere. Echte voorbereidingen voor de kernuitstap, of een levensduurverlenging, werden nooit genomen. Dat er slechts vier jaar voor de geplande sluiting nu toch een duidelijke keuze is, ligt zowel aan het doortastende optreden van federaal minister van Energie Tinne Van der Straeten (Groen), als aan de beslissing van uitbater Engie Electrabel om zelf een streep te trekken onder het nucleaire hoofdstuk. Alleen blijft het dossier een stellingenoorlog. De enen lezen in het regeerakkoord dat de kernuitstap wordt bevestigd, tenzij er bevoorradingsproblemen zouden dreigen; de anderen dat de bevoorradingszekerheid voor 100 procent gegarandeerd moet zijn. Is dat niet het geval, dan moeten er minstens twee kernreactoren openblijven. Gascentrales passen beter in het hernieuwbare energiesysteem van de toekomst, omdat ze flexibeler zijn en op termijn kunnen overschakelen naar duurzame brandstoffen. Nederland hoopt dat dan weer op te lossen door de geplande twee nieuwe kernreactoren te gebruiken om waterstof te produceren. De loopgraven worden ook bemand rond de klassieke driehoek van uitstoot, bevoorradingszekerheid en prijs. Voorstanders van kernenergie wijzen er terecht op dat nucleaire stroom veel minder broeikasgassen uitstoot. Tegenstanders zeggen dat dat wordt opgevangen in het Europese emissiehandelssysteem. Dat laatste klopt, maar omdat er een tijdseffect is, ook niet helemaal. Rond de bevoorradingszekerheid wijzen de enen op de recente problemen met het Franse nucleaire park, en de winter van 2018-2019, toen zes van de zeven Belgische reactoren stillagen. Aan de andere kant wordt gewezen op de Europese afhankelijkheid van Russisch gas, en het feit dat gascentrales iets meer blijken uit te vallen dan kernreactoren. De echte les is dat er dringend nood is aan investeringen in een modern productieapparaat. Stroom uit kernenergie is goedkoper om te produceren, maar voor de marktprijs maakt dat nagenoeg geen verschil. Die wordt bepaald door de laatste eenheid die nodig is om het evenwicht tussen de vraag en het aanbod te bewaren, en dat is meestal gas, en de laatste weken zelfs geregeld een kolencentrale. Om de prijs onder controle te houden, en de concurrentiepositie van onze bedrijven niet te ondergraven, is de discussie over de energienorm veel belangrijker dan die over de kernuitstap. Dat mechanisme moet, in de vorm van een accijns, ervoor zorgen dat de prijzen in lijn blijven met het gemiddelde in de buurlanden. Dat neemt niet weg dat energie duur is, en wellicht niet snel goedkoper zal worden. Uit de verschillende studies van het onderzoekscentrum Energyville over de kosten van het energiesysteem werd vooral onthouden dat de levensduurverlenging van twee kernreactoren goedkoper was dan de volledige kernuitstap. Met als nevenbemerking dat het verschil met elke nieuwe studie kleiner werd: 600 miljoen euro in de eerste, en slechts 100 miljoen in de meest recente. Die bonus komt vooral ten goede aan de producent, becijferde het Planbureau. Het scenario dat uit elke berekening als slechtste kwam, was dat met hoge gasprijzen. Daarbovenop komt de stijging van de CO2-prijs, die de gasprijs nog verder opdrijft. De recentste schatting van de Nationale Bank wees uit dat de hoge energieprijzen de Belgische economie maandelijks 1,8 miljard euro kosten. Op dat vlak is er nog een makkelijke voorspelling te maken: die prijzen gaan uiteindelijk weer dalen, maar niet in de eerstkomende maanden. Het staat ook in de sterren geschreven dat er in 2022 nog een flink politiek robbertje zal worden uitgevochten over de nieuwe gascentrales. Komen de twee nieuwe gascentrales in Wallonië? Of krijgt Vilvoorde alsnog een vergunning? En hoe rijm je een eventueel nee voor de gascentrales wegens te veel emissie van stikstof en ammoniak, met de goedkeuring van de vergunningen voor de nog veel meer uitstotende grote Antwerpse chemiebedrijven? En dan moeten de echte debatten nog beginnen. De discussie over de kernuitstap leidt vooral de aandacht af van de strijd tegen de klimaatopwarming, een debat dat nog veel complexer en urgenter is. Om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn, moet het investeringsritme in de energietransitie volgens het Internationaal Energieagentschap verzesvoudigen. Er moet nog handenvol geld worden gepompt in het koolstofneutraal maken van bijvoorbeeld de industrie, het transport en het gebouwenpark, dat in ons land een nog grotere uitdaging is dan in de meeste andere Europese landen. Ook voor de bouw van hernieuwbare energie moet nog meer dan een tandje worden bijgestoken. Die uitdagingen blijven onderbelicht in het politieke debat. Te vrezen valt dat dit in 2022 niet erg zal veranderen.