Jan Jambon (N-VA) moet veel goesting hebben om de premier van de volgende federale regering te worden. De begroting op orde zetten en de belastingdruk op arbeid verder verlagen? Veel geluk, want die ambitie kost gemakkelijk 15 miljard euro. Er is ongeveer 10 miljard euro nodig om het structurele tekort op de begroting te dichten en een belastingverlaging die naam waardig kost vlot 5 miljard euro. Dat lijkt onmogelijk. De regering-Michel wist nog de kool en de geit te sparen. Er werd terecht de voorkeur gegeven aan een belastingverlaging die tienduizenden extra banen opleverde. Dat kunstje kan de volgende regering moeilijk herhalen, tenzij ze het tekort laat oplopen tot meer dan 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Maar dat zal Europa niet fijn vinden, gegeven de nog altijd hoge overheidsschuld die de Belgische overheidsfinanciën heel kwetsbaar voor tegenslag maakt. De burger zal al blij mogen zijn als de volgende regering de belastingverlaging niet terugdraait of verdrinkt in nieuwe taksen.

En toch heeft ook de volgende regering weinig andere keuze dat de belastingdruk op arbeid verder te verlagen. Om de vergrijzing te betalen en de overheidsfinanciën op termijn op een duurzaam spoor te zetten, moet de werkgelegenheidsgraad fors omhoog. Een nodige, maar op zich ontoereikende, voorwaarde is dat arbeid nog veel goedkoper wordt gemaakt, niet door de lonen te matigen, maar door de belastingdruk verder te verlagen. De taxshift was een goede aanzet, maar trapte slechts een deuk in het pak belastingboter.

De OESO legde vorige week in het rapport Taxing Wages de vinger nog eens op de wonde. In elke tabel - en het zijn er tientallen - over de belastingdruk op arbeid staat België geregeld los op kop, of toch minstens in de top drie. En ook na de taxshift blijft de kloof met de eerste achtervolgers groot. Neem de belastingdruk op een alleenstaande werknemer zonder kinderen, het favoriete doelwit van de fiscus. Vorig jaar roomde de overheid 52,8 procent af van wat een doorsnee werknemer kost aan het bedrijf. Voor elke 100 euro loonkosten die een bedrijf betaalt, bereikt dus minder dan de helft de bankrekening van de werknemer. Geen enkel ander OESO-land durft meer dan 50 procent aan te slaan. Het gemiddelde van de OESO-landen bedraagt 36 procent. Gehuwden met kinderen komen er in België iets beter vanaf, met een verschil van 'slechts' 37,3 procent tussen de loonkosten en het netto-inkomen. Liefst zes andere OESO-landen belasten een koppel met één werkende partner en met kinderen harder dan België. Als beide partners werken, zet België de zaken recht en voert het opnieuw onbetwist het klassement aan.

Kandidaat-premier Jan Jambon staat voor onmogelijke opdracht.

Naast de hoge gemiddelde belastingdruk op arbeid, nodigen de marginale aanslagvoeten ook allerminst uit om een baan te zoeken of promotie na te streven. De alleenstaande werknemer met een doorsnee inkomen houdt van een loonsverhoging van 100 euro amper 33 euro over. Een loonsverhoging is in dit land vooral een beloning voor de overheid. De werknemer kan feesten met de kruimels. In die context aan de bedrijfswagen raken is politieke zelfmoord. Zelfs rekeningrijden is een brug te ver. Ook de kloof tussen werken en niet werken blijft onbetamelijk hoog, bevestigde een recente studie van de arbeidseconoom Stijn Baert. Laaggeschoolden die een baan vinden, zien hun inkomen met amper 10 procent stijgen. Dat betekent dat de overheid 90 procent van het brutoloon opeist van een werkloze die een baan vindt. Dan moet je niet schrikken dat de werkgelegenheidsgraad veel te laag blijft.

De olifant in de kamer - een olifant die in deze verkiezingscampagne veel te weinig aan bod komt - zijn de immer hoge overheidsuitgaven. Ook de centrumrechtse regering-Michel heeft dat beest niet kunnen temmen. De uitgaven voor intrestlasten zijn boven 50 procent van het bbp gebleven en zullen bij een ongewijzigd beleid een nog groter deel van de koek opeisen. Een verdere verlaging van de belasting op arbeid en/of een sanering van de begroting kunnen maar slagen als de overheid veel efficiënter gaat werken. Maar de stilte aan dat front is oorverdovend. Jan Jambon, of gelijk welke premier, staat voor een onmogelijke opdracht.