Mocht u tijdens het kerstreces toevallig in een Milanese jazzclub zijn beland, dan bestaat de kans dat u daar Jonathan Coe aan het werk heeft gezien. De Britse auteur van succesromans als The Rotters' Club en Middle England mag tussen zijn schrijfprojecten door graag de toetsen van een keyboard beroeren, en een Italiaanse kennis, Ferdinando Faraò, was zo onder de indruk van zijn composities dat hij hem uitnodigde om mee te spelen tijdens enkele optredens van zijn Artchipel Orchestra. "Tussen twee boeken in voel ik me altijd een beetje uitgeblust. Dan komen de ideeën ook minder vlot", vertelt Coe. "Wellicht helpt muziek spelen om al het verbale afval in mijn hoofd weg te werken en ruimte te maken voor een nieuw verhaal."
...

Mocht u tijdens het kerstreces toevallig in een Milanese jazzclub zijn beland, dan bestaat de kans dat u daar Jonathan Coe aan het werk heeft gezien. De Britse auteur van succesromans als The Rotters' Club en Middle England mag tussen zijn schrijfprojecten door graag de toetsen van een keyboard beroeren, en een Italiaanse kennis, Ferdinando Faraò, was zo onder de indruk van zijn composities dat hij hem uitnodigde om mee te spelen tijdens enkele optredens van zijn Artchipel Orchestra. "Tussen twee boeken in voel ik me altijd een beetje uitgeblust. Dan komen de ideeën ook minder vlot", vertelt Coe. "Wellicht helpt muziek spelen om al het verbale afval in mijn hoofd weg te werken en ruimte te maken voor een nieuw verhaal." Hij heeft nog geen idee waarover zijn volgende boek zal gaan, al doet hij onderzoek naar Carl Schmidt, zijn Duitse overgrootvader die in de jaren 1880 naar Birmingham verhuisde, en van wie hij vermoedt dat hij tijdens de Eerste Wereldoorlog als Duitser misschien in een Britse gevangenis is beland. Hij speelt een kleine rol in Coes jongste roman, Bournville, een familiegeschiedenis die zich afspeelt rond enkele ankerpunten in de Britse geschiedenis, van de bevrijding op 8 mei 1945 over de kroning van koningin Elizabeth II in 1953 tot het huwelijk van Charles en Diana in 1981 en de begrafenis van Diana in 1997. Het boek eindigt met de dood van Mary Lamb, de dochter van Carl Schmidt, tijdens de coronapandemie. Mary Lamb is gemodelleerd naar de moeder van Coe, die in de zomer van 2020 overleed. JONATHAN COE. "Het is opvallend hoe verschillend mensen reageren op dit boek. Sommigen lezen er woede in. Anderen vinden de verteller niet kwaad genoeg, zij zien er meer nostalgie en melancholie in. Maar ik denk wel dat in dit boek de meeste woede zit sinds What a Carve Up! uit 1994 (vertaald als Het moordend testament, nvdr). In die roman zit een politiek gekleurde woede over de richting die het land insloeg onder Margaret Thatcher. Ik denk dat de woede in Bournville persoonlijker is, geworteld in het verdriet over de manier waarop het onmogelijk bleek tijdens de pandemie op een waardige manier afscheid te nemen van mijn moeder. En ik ben zeker geen lockdownscepticus, ik denk dat het de enige manier was om het virus onder controle te houden toen er nog geen vaccins waren. Maar ik denk wel dat veel neveneffecten van de lockdowns werden onderschat. Vooral het effect op oude mensen, en op families als de mijne, die afscheid moesten nemen van geliefden tijdens de lockdowns. Het is dus meer een woede gericht op een situatie." COE. "Dat kwam pas later, toen we leerden dat Boris Johnson en zijn Conservatieve regering de regels die ze oplegden aan de bevolking zelf aan hun laars lapten. Zij waren aan het feesten in Downing Street 10, terwijl andere mensen hun ouders moesten begraven tijdens veel te kleine begrafenissen waar ze voldoende afstand van elkaar moesten bewaren. Dat is inderdaad het punt waar de persoonlijke en de politieke woede samenkomen." COE. "Ik denk dat de Britten over het algemeen een volk zijn dat weinig klaagt, maar af en toe hebben we er toch genoeg van. Zoals ook bleek tijdens de recente stakingen in de ziekenhuizen. Maar eigenlijk is het, gezien de economische toestand van het land, een klein mirakel dat de sociale onrust niet veel groter is. Waar Britten wel een rothekel aan hebben, is hypocrisie, en dat was uiteindelijk het grootste struikelblok voor Johnson. De Britten zijn heel tolerant geweest tegenover Johnson, sommigen vonden zijn baldadigheid en zijn losse omgang met politieke zeden wel charmant en aantrekkelijk. Maar feestvieren terwijl je de rest van het land een lockdown oplegt, dat vonden we een stap te ver. Toen beseften we plots dat de entertainmentwaarde van een politicus misschien niet het belangrijkste is." COE. "In mijn jongste boeken onderzoek ik hoe de Britse humor zich verhoudt tot ons politieke leven. Dat was altijd een delicate maar succesvolle balans, denk ik, maar het afgelopen decennium is ze doorgeslagen naar de verkeerde kant. Wij zijn trots op onze humor, maar dat kan snel leiden tot onzorgvuldig en luchtig denken. Want soms is het veel makkelijker en dus verleidelijk een probleem weg te lachen in plaats van het op te lossen. Wij, Britten, hebben de neiging alles als een grap te beschouwen." COE. "Een van de redenen waarom ik daarover wilde schrijven, is dat het illustreert wat voor Britten soms zo ridicuul lijkt aan de Europese Unie. Maar tegelijk toont het ook wat er bewonderenswaardig is aan Europa. En uiteraard vindt iemand als Boris Johnson het uitermate grappig dat mannen in nette pakken dertig jaar lang in duffe vergaderzalen samenkomen om te discussiëren over wat echte chocolade is. Maar uiteindelijk is dat hoe de Europese Unie werkt en hoe er beslissingen worden genomen, en finaal werd er wél een succesvol akkoord gesloten. Het blijft verleidelijk dat weg te zetten als een grap, maar dat is het niet. En ja, het is soms een praatbarak, maar ik heb liever een praatbarak dan een slagveld." COE. "Je kunt het hele boek zien als een mogelijk antwoord op die vraag, of toch op z'n minst als een zoektocht naar een mogelijk antwoord. Ik denk dat de Britten, net als veel andere volkeren, het op dit moment gewoon moeilijk hebben om de realiteit onder ogen te zien. Door de klimaatverandering en de precaire economische toestand proberen we weer een comfortzone op te zoeken. Voor de Britten hoort niet alleen humor daarbij, we zijn ook goed in het creëren van nationale mythes. We zijn overmatig nostalgisch over ons verleden als wereldrijk en onze rol in de Tweede Wereldoorlog. Die factoren hebben ook meegespeeld tijdens het brexitreferendum. Het Leave-kamp appelleerde aan dat glorieuze verleden op een emotionele manier, en dat bleek veel krachtiger dan het verhaal van het Remain-kamp, dat alleen maar kon waarschuwen voor de economische gevolgen. De emotionaliteit heeft het gewonnen van de ratio." COE. "De meeste mensen wisten wellicht wel dat het een mythe was dat de brexit ons van de ene op de andere dag economische welvaart zou brengen. Maar de brexiteers hadden hun beslissing genomen en waren niet van plan nog van mening te veranderen. Dus zochten ze een leider die de mythe kon vormgeven. Dat was Boris Johnsons grote gave. Hij kon de Britten wijsmaken dat ze het laken konden hebben én het geld houden, en dat vertelde hij met een ironische blik in de ogen. Hij liet de Britten geloven dat we weer een wereldmacht konden worden. In die zin heeft hij iets van de vroege James Bond, hoewel ze fysiek uiteraard heel verschillend zijn. Bond laat de Britten ook altijd geloven hoe groots ze zijn." COE. "Bond heeft me altijd gefascineerd als Brits icoon. Net omdat hij op veel gebieden helemaal geen bewonderenswaardig man is. Hij is racistisch, misogyn, sadistisch. Het is een vreemde persoon om als icoon te kiezen voor je land. En dan kom je toch weer bij de humor uit, die het allemaal wat draaglijker maakt." COE. "Uitgerekend de brexit en de hele discussie over nationale identiteit heeft ons weer meer bewust gemaakt van de verschillen. Ik schrijf inderdaad veel over de Britten, maar ik zou het eigenlijk over Engelsen, Schotten, Welshmen en Ieren moeten hebben, want de verschillen zijn soms duidelijk. Niet alleen in Schotland, maar ook in Wales is een sterke nationalistische beweging. Ons gezin ging iedere zomer op vakantie naar Noord-Wales, en op de heenweg stopten we voor een picknick bij een groot meer. Mijn moeder vertelde me dan over een verlaten dorp op de bodem van het meer. Dat vonden wij als jongens heel sprookjesachtig. Pas later leerden we dat daar een heel dorp lag dat door de Engelsen was verplaatst, zodat ze de vallei onder water konden zetten, niet ten dienste van de Welshmen, maar voor de Engelsen verderop. Dat soort gebeurtenissen leeft nog altijd voort, en bepaalt de verhoudingen tussen Welshmen en Engelsen." COE. "Ik denk ook niet dat dat zou kloppen. Het einde van het boek was voor mij echt het overlijden van Mary. Ik wilde verslag uitbrengen over de dramatische omstandigheden waarin mijn moeder is overleden. Ik had ook niet de bedoeling zo veel te schrijven over de koninklijke familie, zo interessant vind ik hen niet. "Ik besefte het niet tijdens het schrijfproces, maar het is ook een boek over hoe technologie onze levens heeft veranderd, zeker de audiovisuele technologie. Tijdens de kroning van Elizabeth had slechts één op de vijf Britse huishoudens een televisie, dus mensen kwamen bij elkaar om dat moment mee te maken. Een andere sleutelscène is die rond het huwelijk van Charles en Diana, waar Geoffrey, de man van Mary, zijn gezinsleden warm probeert te maken voor de pc. Dat is het begin van de technologie die mensen weer van elkaar zal verwijderen. Hetzelfde kun je zeggen over de walkman, die van muziek beluisteren een individuele belevenis maakte in plaats van een collectieve. En aan het eind heb je de tablet en het videobellen. "Het is natuurlijk heel handig dat ik op deze manier een interview kan hebben met jou, maar dat de laatste gesprekken met mijn moeder verliepen via een moeilijke videoverbinding blijft een pijnlijke herinnering. Zeker voor haar was dat geen goed alternatief, zij wilde haar zonen om zich heen hebben. In die zin illustreert het ook hoe de moderne technologie ons weer verder uit elkaar drijft."