De zieke man van Europa. Het is een weinig benijdenswaardige eretitel, die ons in België niet vreemd is. Maar vandaag krijgt Italië hem toebedeeld. Op zondag 4 december trekken de Italianen naar de stembus om zich in een referendum uit te spreken over een ingrijpende politieke hervorming. De polls wijzen al weken op een overwinning van de nee-stemmers. Dat laat misschien het beste verhopen voor het si-kamp.
...

De zieke man van Europa. Het is een weinig benijdenswaardige eretitel, die ons in België niet vreemd is. Maar vandaag krijgt Italië hem toebedeeld. Op zondag 4 december trekken de Italianen naar de stembus om zich in een referendum uit te spreken over een ingrijpende politieke hervorming. De polls wijzen al weken op een overwinning van de nee-stemmers. Dat laat misschien het beste verhopen voor het si-kamp. Het referendum wordt wereldwijd met argusogen gevolgd. Het is een voorsmaakje van wat zich aankondigt als een beslissend politiek jaar voor de toekomst van Europa, met verkiezingen in Nederland, Frankrijk en Duitsland. En na het brexitreferendum en de verkiezing van Donald Trump leeft de vrees dat het Italiaanse electoraat voor een derde opgestoken middelvinger zorgt in de richting het zogenoemde establishment. De Italianen moeten zich uitspreken over een hervorming van het parlementaire systeem, dat nu evenveel macht geeft aan de Senaat als aan de Kamer. Een overwicht voor de Kamer, aangevuld met meer macht voor Rome tegenover de regio's, moet ervoor zorgen dat broodnodige hervormingen niet langer stranden in een eindeloos gepingpong in het parlement. Tegenstanders verzetten zich vooral tegen het voorstel om de winnaar van verkiezingen extra zetels toe te kennen, zodat die automatisch een meerderheid krijgt in de machtige Kamer. Dat moet een einde maken aan decennia van politieke instabiliteit. Sinds de Tweede Wereldoorlog telde Italië al meer dan zestig regeringen. Maar critici vrezen dat de slinger doorslaat en dat minder fijnbesnaarde personen dan huidig premier Matteo Renzi te veel macht krijgen. Figuren als Benito Mussolini of Silvio Berlusconi indachtig, sprak het weekblad The Economist zich uit tegen de hervorming. Zoals gebruikelijk bij referenda, spelen op de achtergrond nog tal van zaken, die niet in de ja-neevraag vervat zitten. De aanhoudende economische malaise, de wankelende banken en de niet-aflatende vluchtelingenstroom spelen een rol. Renzi heeft ook aangekondigd dat hij mogelijk opstapt bij een nederlaag. En de premier kan ondanks zijn hervormingen weinig resultaat voorleggen (zie tabel De Italiaanse economie staat stil). Wellicht overschatte Renzi zijn populariteit en de steun voor zijn hervormingen. "Het referendum moest voor meer politieke stabiliteit zorgen. Nu dreigt het vooral instabiliteit te creëren", zegt Jean-Louis Daudier, de Italië-econoom bij Coface, de op een na grootste kredietverzekeraar in het land. Als de hervorming verworpen wordt, is ook de nieuwe kieswet niet meer geldig. Wellicht komt er dan een tijdelijke regering, die een nieuwe kieswet moet invoeren. Pas daarna kunnen er nieuwe verkiezingen komen. Daudier: "Alles is dan mogelijk. Er is één troost: als andere partijen zoals de vijfsterrenbeweging aan de macht komen, zullen die op dezelfde blokkades botsen als Renzi." Ook Alessio Terzi, onderzoeker bij de denktank Bruegel, vreest vooral jaren stilstand. "Dat kunnen we ons nu niet permitteren. Er zijn veel dringende zaken." Boven aan het todolijstje staan de problemen bij de banken. Bijna een vijfde van alle leningen staat te boek als non performing (zie grafiek De tikkende tijdbom). De slechte kredieten zijn goed voor 360 miljard euro, een schuldenberg die niet veel kleiner is dan de hele Belgische economie. Dat er maar geen oplossing komt voor dat probleem, veroorzaakt nervositeit op de markten. De beurs van Milaan verloor dit jaar al bijna een kwart van zijn waarde en de Italiaanse rente is weer boven 2 procent gestegen, het hoogste peil in ruim een jaar. "In Italië zijn de problemen nog niet aangepakt", zegt Terzi. "Nochtans leert het voorbeeld van Spanje en Ierland dat het beter is de sector meteen grondig op te kuisen. Het is een tikkende tijdbom." Het probleem is dat Europa Italië niet zomaar toelaat vers kapitaal in de banken te pompen. De nieuwe regels schrijven voor dat belastingbetalers niet alleen mogen opdraaien voor de kosten van de redding van een bank, ook de aandeelhouders en de schuldeisers moeten mee in het bad. Het idee is dat de financiële wereld mee moet bloeden als het fout loopt. Maar in Italië verkochten de banken hun schuldpapier rijkelijk aan gezinnen en niet alleen aan grote institutionele beleggers. Een bail-in betekent zo dat een pak Italianen een deel van hun geld kwijt raakt, een beslissing die voor elke politicus gelijkstaat aan politieke zelfmoord. "Renzi hoopte versterkt uit het referendum te komen en zo voldoende steun te hebben voor pijnlijke maatregelen", aldus Daudier. "Dat zal niet zo zijn."Ook structurele factoren spelen een rol, bemerkt Daudier. De Italiaanse economie draait vooral op kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's), wat maakt dat banken traditioneel meer risicovolle leningen uitschrijven. En nu de economie vierkant draait, komen veel bedrijven in de problemen. "Daardoor staat de winstgevendheid van de banken onder druk, waardoor ze omgekeerd de economie minder financieren." Een vicieuze cirkel, waar Daudier toch een belangrijke conclusie uit haalt: "De banken zijn veeleer een symptoom dan de oorzaak." Het werkelijke probleem is de economische stilstand, die al veel langer duurt. Zelfs in de bloeiperiode na de eeuwwisseling ging de Italiaanse economie er nauwelijks op vooruit. En nadien katapulteerde de crisis de economie terug naar midden jaren negentig. Aan de basis ligt volgens Daudier de daling van de productiviteit (zie grafiek Het chronische probleem). "Door het verlies aan concurrentiekracht is Italië een van de verliezers van de mondialisering." De structurele factoren aan de basis van die zwakke productiviteit zijn legio. De arbeidsmarkt is verlamd door strikte ontslagregelingen. De hoge belastingen zijn ondernemingen een blok aan het been en houden innovatie tegen. Het overheidsbeslag bedraagt 51 procent. En ook de trage justitie vormt een rem op de economie. In een ranking van de Wereldbank volgens de ease of doing business staat Italië op de 50ste plaats, op de corruptielijst van Transparancy International is het land nog dieper weggezakt naar een plaatsje tussen Oman en Lesotho. "De productiviteit is er al twintig jaar niet op vooruitgegaan. Dat is gewoon onhoudbaar", zegt Terzi. De Italiaan ziet een omvangrijk takenlijstje voor zijn thuisland. Bovenaan prijkt een hervorming van de belastingen. "Maar zonder de schulden uit het oog te verliezen." Die laatste bemerking zegt meteen hoe beperkt de speelruimte is. Terzi pleit voor een verschuiving van belastingen op arbeid naar lasten op consumptie, en vooral voor een vereenvoudiging van het hele systeem. Ook Justitie is dringend aan zo'n vereenvoudiging toe. Nog een pijnpunt is de kleine omvang van veel bedrijven. "Het succes van Italië is gebouwd op kmo's. Die gaven de economie vitaliteit, innovatiekracht en tegelijk schokbestendigheid. Maar in een wereld waarin onderzoek en ontwikkeling eens zo belangrijk is en een strijd woedt om de beste krachten aan te trekken, zijn te kleine bedrijven eerder een rem." Volgens Terzi is daarom vooral meer concurrentie nodig. Tot slot pleit de onderzoeker voor de afbouw van de "gigantische overheid" door een combinatie van hervormingen, meer efficiëntie en privatiseringen. Volgens Terzi drukt de obese Italiaanse staat ook duidelijk op de private sector. "Als het maanden duurt voor een bedrijf antwoord krijgt op een eenvoudige vraag, dan weegt dat op de hele economie." Het lijstje pijnpunten met de bijbehorende oplossingen klinkt ons bekend in de oren. Maar het België aan de Middellandse Zee vormt een gevaar voor de hele eurozone. "Italië is de derde economie van de muntunie. Alleen al door zijn omvang vormt het land een systemisch risico", meent Daudier, die besluit: "Italië is nu de volgende, maar we zien overal in het Westen de terugkeer van de politieke risico's."