Een verblijf in de Verenigde Staten is een politiek en sociologisch experiment. Amerika is nog altijd het land waar de energie van verse en ambitieuze immigratie in de lucht hangt. Waar de winkels open zijn van 8 uur 's morgens tot 10 uur 's avonds, elke dag van de week. Waar de spontane vriendelijkheid, de aanspreekbaarheid en de gastvrijheid een mens overvallen en ontwapenen. Waar fastfood en extreem gezondheidsfetisjisme naast elkaar bestaan. Waar geen ontsnappen is aan de commercie rond medicijnen en gezondheidszorg.

Maar het Amerika anno 2020 is ook een land met gepolariseerde nieuwsmedia. Fox News voert continu propaganda voor president Donald Trump, met een akelige personencultus en een gedweep met het regime die je verwacht in Rusland of China. Voor Fox is Trump een held die Amerika elke dag beter maakt, belaagd door een linkse kliek die hem het presidentschap niet gunt. Voor CNN is Trump een staatsgevaarlijk sujet dat Amerika elke dag slechter maakt. De burger op zoek naar objectieve duiding moet veel zappen en mixen.

Boven de hoofden van de opgejutte Amerikaanse burger hangt een dikke mist. Alleen berichten die rechtstreeks de Amerikaanse belangen raken, halen de nieuwsbulletins. De media zijn geobsedeerd door het afzettingsproces tegen Trump. Daarin penetreert de polarisering de grondvesten van de Amerikaanse democratie. Wat een uitzonderlijke, zwaarwichtige en symbolische procedure moet zijn, ontaardt in politiek kabaal. Senatoren die dure grondwettelijke eden zweren en als neutrale rechters moeten handelen, blijven elkaar politiek bekampen.

Achter de verdeeldheid heerst eensgezindheid over China. Natuurlijk vegen de Democraten president Trump de mantel uit als hij met de Chinezen een handelsakkoord sluit. Maar ze verwijten hem vooral grote inschikkelijkheid en naïviteit. Dat China een economische vijand is, staat voor beide kampen vast. Daarin heeft de president het Amerikaanse wereldbeeld veranderd. Het handelspact is electoraal logisch, maar strategisch onbelangrijk.

West-Europa is in Amerika irrelevant. In de weken dat ik er vertoefde, is er geen enkel Europees nieuws tot op de buis geraakt, behalve de koninklijke perikelen van Harry en Meghan. Nog pijnlijker was het aanschouwen van de presidentiële voorverkiezingen bij de Democratische partij. Die bestaat eigenlijk uit twee partijen. Er is de vleugel van Joe Biden en Michael Bloomberg, een herkenbare sociaaldemocratische partij met een Amerikaanse inslag. En er is de vleugel van Bernie Sanders en Elizabeth Warren, een socialistische partij die Amerika wil transformeren. In Europa waren de Amerikaanse Democraten al lang gesplitst.

In Europa was de Amerikaanse Democratische partij al lang gesplitst.

Bloomberg en Biden zijn 77 jaar oud, Sanders 78, Warren 70. Er volgen straks schier geriatrische verkiezingen tegen de al 73-jarige Donald Trump. Volg een tv-debat onder de democratische protagonisten en je krijgt een lawine aan negativisme - over elkaar, over de president, over de staat van het land. De Amerikaanse kiezer snakt altijd naar positieve inspiratie en aspiratie. De economie boert als zelden tevoren, de aandelenmarkten staan torenhoog, overal worden sollicitanten gevraagd. Trump heeft zijn bedje gespreid.

Ik verbleef in een diepdemocratische stad, waar de vakbonden nog altijd sterk staan, aan een universiteit die bekend staat om haar progressieve positie. Bijna iedereen die ik aansprak, was ervan overtuigd: Trump zal winnen. Misschien is dat de stem van ontmoediging en vertwijfeling. Maar het blijft opmerkelijk hoe een land zo breed en diep als de Verenigde Staten geen betere kandidaten voortbrengt voor zijn hoogste ambt. Het blijft opvallen hoezeer de Democraten elkaar verscheuren en elkaar alleen vinden in een gemeenschappelijke vijandschap voor de zittende president. Daar spint die president eindeloos garen van.

Er kan nog veel gebeuren tussen vandaag en de stembusslag van 3 november. De opkomst in enkele kantelstaten zal mee de doorslag bepalen. Over die paar procent zwevende kiezers gaat het. De rest zit vast in Trumpland.

Een verblijf in de Verenigde Staten is een politiek en sociologisch experiment. Amerika is nog altijd het land waar de energie van verse en ambitieuze immigratie in de lucht hangt. Waar de winkels open zijn van 8 uur 's morgens tot 10 uur 's avonds, elke dag van de week. Waar de spontane vriendelijkheid, de aanspreekbaarheid en de gastvrijheid een mens overvallen en ontwapenen. Waar fastfood en extreem gezondheidsfetisjisme naast elkaar bestaan. Waar geen ontsnappen is aan de commercie rond medicijnen en gezondheidszorg. Maar het Amerika anno 2020 is ook een land met gepolariseerde nieuwsmedia. Fox News voert continu propaganda voor president Donald Trump, met een akelige personencultus en een gedweep met het regime die je verwacht in Rusland of China. Voor Fox is Trump een held die Amerika elke dag beter maakt, belaagd door een linkse kliek die hem het presidentschap niet gunt. Voor CNN is Trump een staatsgevaarlijk sujet dat Amerika elke dag slechter maakt. De burger op zoek naar objectieve duiding moet veel zappen en mixen. Boven de hoofden van de opgejutte Amerikaanse burger hangt een dikke mist. Alleen berichten die rechtstreeks de Amerikaanse belangen raken, halen de nieuwsbulletins. De media zijn geobsedeerd door het afzettingsproces tegen Trump. Daarin penetreert de polarisering de grondvesten van de Amerikaanse democratie. Wat een uitzonderlijke, zwaarwichtige en symbolische procedure moet zijn, ontaardt in politiek kabaal. Senatoren die dure grondwettelijke eden zweren en als neutrale rechters moeten handelen, blijven elkaar politiek bekampen. Achter de verdeeldheid heerst eensgezindheid over China. Natuurlijk vegen de Democraten president Trump de mantel uit als hij met de Chinezen een handelsakkoord sluit. Maar ze verwijten hem vooral grote inschikkelijkheid en naïviteit. Dat China een economische vijand is, staat voor beide kampen vast. Daarin heeft de president het Amerikaanse wereldbeeld veranderd. Het handelspact is electoraal logisch, maar strategisch onbelangrijk. West-Europa is in Amerika irrelevant. In de weken dat ik er vertoefde, is er geen enkel Europees nieuws tot op de buis geraakt, behalve de koninklijke perikelen van Harry en Meghan. Nog pijnlijker was het aanschouwen van de presidentiële voorverkiezingen bij de Democratische partij. Die bestaat eigenlijk uit twee partijen. Er is de vleugel van Joe Biden en Michael Bloomberg, een herkenbare sociaaldemocratische partij met een Amerikaanse inslag. En er is de vleugel van Bernie Sanders en Elizabeth Warren, een socialistische partij die Amerika wil transformeren. In Europa waren de Amerikaanse Democraten al lang gesplitst. Bloomberg en Biden zijn 77 jaar oud, Sanders 78, Warren 70. Er volgen straks schier geriatrische verkiezingen tegen de al 73-jarige Donald Trump. Volg een tv-debat onder de democratische protagonisten en je krijgt een lawine aan negativisme - over elkaar, over de president, over de staat van het land. De Amerikaanse kiezer snakt altijd naar positieve inspiratie en aspiratie. De economie boert als zelden tevoren, de aandelenmarkten staan torenhoog, overal worden sollicitanten gevraagd. Trump heeft zijn bedje gespreid. Ik verbleef in een diepdemocratische stad, waar de vakbonden nog altijd sterk staan, aan een universiteit die bekend staat om haar progressieve positie. Bijna iedereen die ik aansprak, was ervan overtuigd: Trump zal winnen. Misschien is dat de stem van ontmoediging en vertwijfeling. Maar het blijft opmerkelijk hoe een land zo breed en diep als de Verenigde Staten geen betere kandidaten voortbrengt voor zijn hoogste ambt. Het blijft opvallen hoezeer de Democraten elkaar verscheuren en elkaar alleen vinden in een gemeenschappelijke vijandschap voor de zittende president. Daar spint die president eindeloos garen van. Er kan nog veel gebeuren tussen vandaag en de stembusslag van 3 november. De opkomst in enkele kantelstaten zal mee de doorslag bepalen. Over die paar procent zwevende kiezers gaat het. De rest zit vast in Trumpland.