Leren we het dan nooit? Wat de Britse regering overweegt, is ideologie, geen economisch beleid. Ideologie is niet slecht om mensen tot welomschreven actie aan te zetten. Zo zet de ideologie van solidariteit met anderen ons ertoe aan goede doelen te steunen. Maar zodra ideologie breder wordt, krijg je niet alleen een mobiliserend, maar ook een onwaarschijnlijk verengend effect. Je krijgt een aanzet tot geweld, verovering, uitsluiting. Dat merk je bijvoorbeeld bij de wokebeweging, die terecht eeuwenoude discriminaties en onrecht aanklaagt, maar door uitingen van onverdraagzaamheid zichzelf vastrijdt in eindeloze contradicties. Zelfs de klimaatideologie is uit de bocht gegaan en heeft om puur ideologische redenen al te lang voor de hand liggende oplossingen verworpen.

Ideologie weegt zwaarder dan analyse.

Het spektakel dat de nieuwe Britse regering ons biedt, bewijst dat eens te meer. Lizz Truss is op economisch gebied keihard rechts en onvoorwaardelijk voorstander van de aanbodeconomie: verlaag de belastingen, stop de regeltjes van de overheidsbemoeiing en bevorder de vrijhandel. Geef aan de rijken: dat is goed voor iedereen, want de rijken zijn slimmer, nemen meer initiatief, verhogen de concurrentiekracht van je land en tillen zo de hele economie op een hoger vlak. Toen Truss werd geconfronteerd met de simpele vraag of ze het normaal vond dat de rijken door haar maatregelen nog wat rijker zouden worden, antwoordde ze met het bekende riedeltje: ik wil groei, ik wil een sterke economie, ik wil het initiatief aanmoedigen. Dat doet ze onder meer door het plafond van de bonussen voor bankiers af te schaffen. Ik huiver: de losgeslagen bonuscultuur was een van de oorzaken van de crisis die de wereld in 2007-2008 op de rand van de economische meltdown bracht. De ongelijkheid neemt nog toe. Voor de meeste ideologieën is te grote ongelijkheid niet langer verdedigbaar. Economische analyses wijzen erop dat de ongelijkheid niet al te groot mag zijn voor een stabiele groei.

Lizz Truss en haar vriend, minister van Financiën Kwasi Kwarteng, zijn onvoorwaardelijk voorstander van de trickle down economy: wat goed is voor de elite, is ook goed voor de gewone burger, want die krijgt via hefboomeffecten een goedbetaalde baan. Ook hier geen verrassing: iedereen wist dat mevrouw Truss graag Margaret Thatcher en haar goede vriend Ronald Reagan achterna zou hollen. Maar ondertussen hebben de meeste economen, waaronder het Internationaal Monetair Fonds, dat soort redeneringen naar de prullenmand verwezen. Paul Krugman sprak zelfs over 'zombie-economie'.

Maar ideologie weegt zwaarder dan analyse. En zo kreeg je onlangs een vreemd spektakel: de vrije financiële markten zelf, en volgens de aanbodeconomie-ideologie zijn die onfeilbaar, straften haar beslissingen genadeloos af en dwongen haar om terug te krabbelen. Een deel van die ideologie is wellicht terecht. Opletten met te veel regeltjes. Opletten om een belangrijke groep in je maatschappij te demotiveren of aan te zetten tot een stille aftocht, tot quiet quitting. Dat geldt voor ondernemers, maar evenzeer voor leerkrachten, wetenschappers en verpleegkundigen. Geef mensen voldoende autonomie. Pest ze niet weg. Maar als de eerste beslissing is dat principe toe te passen op bankiersbonussen, werkt ideologie verblindend.

De Britse economie is ziek. Dat komt vooral door de lage productiviteit. Die herstel je niet met een belastingverlaging. De economische evenwichten zijn door corona, de hoge inflatie en de oorlog in Oekraïne zowat overal doorbroken. Bij de Britten komt daar dan nog eens de brexit bovenop. Op zich al een onwaarschijnlijk voorbeeld van een verengende ideologie. Er zijn goede argumenten om te ontsnappen aan de Europese regelneverij. Maar zodra zulke argumenten verschuiven naar ideologie, beland je al gauw in absurde toestanden. Zal helaas worden vervolgd.

Leren we het dan nooit? Wat de Britse regering overweegt, is ideologie, geen economisch beleid. Ideologie is niet slecht om mensen tot welomschreven actie aan te zetten. Zo zet de ideologie van solidariteit met anderen ons ertoe aan goede doelen te steunen. Maar zodra ideologie breder wordt, krijg je niet alleen een mobiliserend, maar ook een onwaarschijnlijk verengend effect. Je krijgt een aanzet tot geweld, verovering, uitsluiting. Dat merk je bijvoorbeeld bij de wokebeweging, die terecht eeuwenoude discriminaties en onrecht aanklaagt, maar door uitingen van onverdraagzaamheid zichzelf vastrijdt in eindeloze contradicties. Zelfs de klimaatideologie is uit de bocht gegaan en heeft om puur ideologische redenen al te lang voor de hand liggende oplossingen verworpen. Het spektakel dat de nieuwe Britse regering ons biedt, bewijst dat eens te meer. Lizz Truss is op economisch gebied keihard rechts en onvoorwaardelijk voorstander van de aanbodeconomie: verlaag de belastingen, stop de regeltjes van de overheidsbemoeiing en bevorder de vrijhandel. Geef aan de rijken: dat is goed voor iedereen, want de rijken zijn slimmer, nemen meer initiatief, verhogen de concurrentiekracht van je land en tillen zo de hele economie op een hoger vlak. Toen Truss werd geconfronteerd met de simpele vraag of ze het normaal vond dat de rijken door haar maatregelen nog wat rijker zouden worden, antwoordde ze met het bekende riedeltje: ik wil groei, ik wil een sterke economie, ik wil het initiatief aanmoedigen. Dat doet ze onder meer door het plafond van de bonussen voor bankiers af te schaffen. Ik huiver: de losgeslagen bonuscultuur was een van de oorzaken van de crisis die de wereld in 2007-2008 op de rand van de economische meltdown bracht. De ongelijkheid neemt nog toe. Voor de meeste ideologieën is te grote ongelijkheid niet langer verdedigbaar. Economische analyses wijzen erop dat de ongelijkheid niet al te groot mag zijn voor een stabiele groei. Lizz Truss en haar vriend, minister van Financiën Kwasi Kwarteng, zijn onvoorwaardelijk voorstander van de trickle down economy: wat goed is voor de elite, is ook goed voor de gewone burger, want die krijgt via hefboomeffecten een goedbetaalde baan. Ook hier geen verrassing: iedereen wist dat mevrouw Truss graag Margaret Thatcher en haar goede vriend Ronald Reagan achterna zou hollen. Maar ondertussen hebben de meeste economen, waaronder het Internationaal Monetair Fonds, dat soort redeneringen naar de prullenmand verwezen. Paul Krugman sprak zelfs over 'zombie-economie'. Maar ideologie weegt zwaarder dan analyse. En zo kreeg je onlangs een vreemd spektakel: de vrije financiële markten zelf, en volgens de aanbodeconomie-ideologie zijn die onfeilbaar, straften haar beslissingen genadeloos af en dwongen haar om terug te krabbelen. Een deel van die ideologie is wellicht terecht. Opletten met te veel regeltjes. Opletten om een belangrijke groep in je maatschappij te demotiveren of aan te zetten tot een stille aftocht, tot quiet quitting. Dat geldt voor ondernemers, maar evenzeer voor leerkrachten, wetenschappers en verpleegkundigen. Geef mensen voldoende autonomie. Pest ze niet weg. Maar als de eerste beslissing is dat principe toe te passen op bankiersbonussen, werkt ideologie verblindend. De Britse economie is ziek. Dat komt vooral door de lage productiviteit. Die herstel je niet met een belastingverlaging. De economische evenwichten zijn door corona, de hoge inflatie en de oorlog in Oekraïne zowat overal doorbroken. Bij de Britten komt daar dan nog eens de brexit bovenop. Op zich al een onwaarschijnlijk voorbeeld van een verengende ideologie. Er zijn goede argumenten om te ontsnappen aan de Europese regelneverij. Maar zodra zulke argumenten verschuiven naar ideologie, beland je al gauw in absurde toestanden. Zal helaas worden vervolgd.