Wordt Hongkong het Berlijn of het Peking van de 21ste eeuw? De Berlijnse Muur viel in 1989 na massabetogingen in het naar vrijheid snakkende Oost-Duitsland: het begin van het einde voor de communistische dictaturen in Europa. Datzelfde jaar schoot het Chinese communistische regime duizenden betogers aan flarden op het Tiananmenplein in Peking: het einde van het begin van de Chinese democratische beweging.

Een halve eeuw later zijn 2 miljoen betogende Hongkong-Chinezen, zowat een kwart van de bevolking, vooralsnog niet met tanks te stuiten. Hun dorst naar vrijheid en democratie is niet gelest met de tijdelijke opschorting van de uitleveringswet die hen onder curatele van de Chinese justitie zou plaatsen.

In 1984 beloofde het Verenigd Koninkrijk dat het zijn toenmalige kolonie Hongkong tegen 2007 zou overdragen aan China, met de ondertekende garantie dat China gedurende vijftig jaar de persoonlijke vrijheid, de persvrijheid, de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vereniging, de godsdienstvrijheid en andere grondrechten zou handhaven. De overdracht is gebeurd, maar de vrijheden zijn geleidelijk ondermijnd. De uitleveringswet is de brug te ver voor de moegetergde bevolking.

Hongkong is een testcase voor de geopolitieke ontwikkeling van China. Kan de reus China, zodra hij op eigen benen staat, wel door andere landen worden vertrouwd om zijn afspraken te respecteren? Kiest China werkelijk voor de internationale orde van recht en regels, of gebruikt het die alleen als het zijn nationale belang dient, zoals in de lopende handelsoorlog met de Verenigde Staten?

Hongkong is het symbool dat welvaart niet volstaat.

Hongkong is vervliedende hoop in bange democratische dagen. Kan Hongkong China nog inspireren richting vrijheid, of zal China Hongkong meeslepen richting het technototalitarisme? Hongkong en Taiwan zijn het levende bewijs dat geen enkele natuurwet of cultuurhistorische traditie de Chinese samenleving onverenigbaar maakt met de westerse democratie. Het communistische regime in China predikt wat graag een alternatief Chinees maatschappijmodel, maar Hongkong verkiest toch de vrijheid.

Hongkong is het symbool dat welvaart niet volstaat. De stadstaat behoort tot de rijkste landen op de planeet. Voor de betogers is welvaart vanzelfsprekend, maar belangrijker is wat welvaart zin geeft: de vrijheid om welvaart te maken en te besteden voor het eigen leven, volgens eigen keuzes. Hongkong raakt de gevoelige snaar in Peking precies omdat de communistische partij haar machtspositie claimt via welvaart boven vrijheid.

Hongkong geeft het vertwijfelde Westen een welkome morele boost. Alle vermaledijde wandaden van het westerse kolonialisme ten spijt, betogen miljoenen voor de weldaden van de Britse koloniale erfenis. De rechtsstaat met zijn onafhankelijke rechters en zijn fundamentele respect voor menselijke en economische vrijheid is onze beschavingsgift aan de hele wereld. Willen wij nog opkomen voor dat beschavingsmodel in een wereld waarin het soortelijk gewicht van onze macht afneemt?

Het valt af te wachten hoe Hongkong verder evolueert. Ik ben niet optimistisch. De pauze in de invoering van de beruchte uitleveringswet lijkt tactisch. Strategisch is China gegrepen door de missie om alles wat Chinees is te verenigen onder één regime. Eén China is voor Peking in de 21ste eeuw wat één Amerikaans continent voor de Verenigde Staten was in de 19de eeuw: een manifeste lotsbestemming. Een harde kern betogers die vervalt in geweld, is een schitterend cadeau voor Chinese repressie.

De rechtsstaat staat voor orde en vrede. Hij wordt niet met geweld maar met vreedzaam protest verdedigd. Maar Hongkong moet ons wel inspireren en stimuleren. De geest van 1989 is nog niet volledig met geweld opnieuw in de fles gewrongen. Hongkong is een frontlinie in het brede gevecht voor de waarden van de mensheid en de orde van de wereld. Laten we dat gevecht vooral mee aangaan. De geschiedenis verwacht niets minder.