De zes concrete domeinen zijn circulair bouwen, de bio-economie, circulaire chemie en kunststoffen, de maakindustrie, voedselketen en waterkringlopen. Via zes werkagenda's wordt de ambitie van een circulaire economie concreet omgezet in acties. Voor elk domein ligt een plan met concrete acties klaar en neemt een sterk publiek-privaat partnerschap de handschoen op. Onder de partners die de engagementsverklaring tekenden zitten onder meer de Boerenbond, de Vlaamse Confederatie Bouw, Agoria, Fedustria, HoGent en Bond Beter Leefmilieu.

Innovaties en recyclage zullen nodig zijn om de circulaire economie te bereiken en bijvoorbeeld de klimaatopwarming of de materialenwedloop tegen te gaan. Er moet meer ingezet worden op het omzetten van eigen gebruikte materialen of afval terug naar nieuwe materialen. Denk aan bio-afbreekbare plastic uit aardappelschillen, het maken van isolatiemateriaal uit gemaaid gras of simpelweg het herstellen van oude toestellen of onderdelen.

'Zo werken onze partners uit de bouwsector bijvoorbeeld aan een digitaal paspoort van gebouwen dat de samenstelling van materialen van de gebouwen bevat. Die digitalisering brengt de materialen in kaart en zal helpen om niets verloren te laten gaan. In de maakindustrie liggen dan weer heel wat kansen voor de sociale economie om huishoudtoestellen, ICT-toestellen, e-bikes en batterijen te herstellen en langer in gebruik te houden', geeft Brigitte Mouligneau van Vlaanderen Circulair mee.

Geen theorie meer

Voor Vlaanderen Circulair is de omslag naar een circulaire economie geen theorie meer. Nieuwe businessmoddellen neigen nu al meer naar huren en delen om materialen niet overbodig te hoeven inzetten. In Vlaanderen worden zo al gipswanden, bouwstenen, jeans of herbruikbare bekers al volledig circulair geproduceerd.

'Het moet onze ambitie zijn om tegen 2030 het hergebruik van onze materialen of de recyclage ervan te verdubbelen. Vandaag zijn we al voor 21 procent circulair in Vlaanderen. Dat cijfer moet omhoog, voor ons milieu, maar ook voor onze onafhankelijkheid van het buitenland en de tewerkstelling in onze economie', stelt minister Crevits.

De circulaire vooruitgang in Vlaanderen is te volgen via de speciaal ontwikkelde Monitor Circulaire Economie. Samen investeerden de ministers Crevits en Demir van 2019 tot 2022 al 120 miljoen in circulaire innovatie. En dat zullen ze blijven doen.

'In een circulaire economie winnen we allemaal', zegt minister Demir. 'Het biedt gigantisch veel mogelijkheden voor de industrie die zich helemaal kan herdenken. En in onze zoektocht naar geschikte grondstoffen worden we minder afhankelijk van stoffen die enkel in het verre buitenland te vinden zijn. Daarbij wint het klimaat en ook onze portefeuille vaart er wel bij', besluit ze.

De zes concrete domeinen zijn circulair bouwen, de bio-economie, circulaire chemie en kunststoffen, de maakindustrie, voedselketen en waterkringlopen. Via zes werkagenda's wordt de ambitie van een circulaire economie concreet omgezet in acties. Voor elk domein ligt een plan met concrete acties klaar en neemt een sterk publiek-privaat partnerschap de handschoen op. Onder de partners die de engagementsverklaring tekenden zitten onder meer de Boerenbond, de Vlaamse Confederatie Bouw, Agoria, Fedustria, HoGent en Bond Beter Leefmilieu.Innovaties en recyclage zullen nodig zijn om de circulaire economie te bereiken en bijvoorbeeld de klimaatopwarming of de materialenwedloop tegen te gaan. Er moet meer ingezet worden op het omzetten van eigen gebruikte materialen of afval terug naar nieuwe materialen. Denk aan bio-afbreekbare plastic uit aardappelschillen, het maken van isolatiemateriaal uit gemaaid gras of simpelweg het herstellen van oude toestellen of onderdelen.'Zo werken onze partners uit de bouwsector bijvoorbeeld aan een digitaal paspoort van gebouwen dat de samenstelling van materialen van de gebouwen bevat. Die digitalisering brengt de materialen in kaart en zal helpen om niets verloren te laten gaan. In de maakindustrie liggen dan weer heel wat kansen voor de sociale economie om huishoudtoestellen, ICT-toestellen, e-bikes en batterijen te herstellen en langer in gebruik te houden', geeft Brigitte Mouligneau van Vlaanderen Circulair mee.Voor Vlaanderen Circulair is de omslag naar een circulaire economie geen theorie meer. Nieuwe businessmoddellen neigen nu al meer naar huren en delen om materialen niet overbodig te hoeven inzetten. In Vlaanderen worden zo al gipswanden, bouwstenen, jeans of herbruikbare bekers al volledig circulair geproduceerd.'Het moet onze ambitie zijn om tegen 2030 het hergebruik van onze materialen of de recyclage ervan te verdubbelen. Vandaag zijn we al voor 21 procent circulair in Vlaanderen. Dat cijfer moet omhoog, voor ons milieu, maar ook voor onze onafhankelijkheid van het buitenland en de tewerkstelling in onze economie', stelt minister Crevits.De circulaire vooruitgang in Vlaanderen is te volgen via de speciaal ontwikkelde Monitor Circulaire Economie. Samen investeerden de ministers Crevits en Demir van 2019 tot 2022 al 120 miljoen in circulaire innovatie. En dat zullen ze blijven doen.'In een circulaire economie winnen we allemaal', zegt minister Demir. 'Het biedt gigantisch veel mogelijkheden voor de industrie die zich helemaal kan herdenken. En in onze zoektocht naar geschikte grondstoffen worden we minder afhankelijk van stoffen die enkel in het verre buitenland te vinden zijn. Daarbij wint het klimaat en ook onze portefeuille vaart er wel bij', besluit ze.