"De levensduurverlenging van Doel 4 en Tihange 3 is een hoeksteen van onze bevoorradingszekerheid. Morgen kunnen de werken beginnen", zei premier Alexander De Croo vrij triomfantelijk op 9 januari, toen Engie en de overheid eindelijk tot een akkoord waren gekomen. In zijn persbericht klonk Engie iets nuchterder: "Dit principeakkoord is een belangrijke stap om tot volledige akkoorden te komen. Engie zal alles in het werk stellen om Doel 4 en Tihange 3 in november 2026 opnieuw op te starten."
...

"De levensduurverlenging van Doel 4 en Tihange 3 is een hoeksteen van onze bevoorradingszekerheid. Morgen kunnen de werken beginnen", zei premier Alexander De Croo vrij triomfantelijk op 9 januari, toen Engie en de overheid eindelijk tot een akkoord waren gekomen. In zijn persbericht klonk Engie iets nuchterder: "Dit principeakkoord is een belangrijke stap om tot volledige akkoorden te komen. Engie zal alles in het werk stellen om Doel 4 en Tihange 3 in november 2026 opnieuw op te starten." De Belgische regering wil met de deal de zekerheid van de energiebevoorrading versterken, maar Engie had de nucleaire bladzijde al omgeslagen. Kernenergie past niet meer in de groepsstrategie en is financieel te risicovol geworden. Engie wil vooral een maximumfactuur voor de berging van het nucleaire afval uit de brand slepen, maar daar had de overheid lang geen oren naar. De vervuiler betaalt, blijft het basisprincipe, maar als de maximumfactuur te laag is, moet de overheid mogelijk miljarden euro's bijpassen om het afval geologisch te bergen. Elke partij heeft dus een hefboom in handen om de tegenpartij tot toegevingen te dwingen. Geen verlenging is geen maximumfactuur, zegt de overheid. Geen maximumfactuur betekent geen verlenging, zegt Engie. Elke partij heeft water in de wijn gedaan, om tot een vrij evenwichtige deal te komen, zeggen experts. "De overheid heeft niet slecht onderhandeld, maar dé cliffhanger in het akkoord is de hoogte van de maximumfactuur", zegt Lothar Van Driessche, advocaat bij Linklaters, gespecialiseerd in de materie, maar niet betrokken bij de deal. "De methode werd afgesproken, maar het bedrag moet nog worden ingevuld. Dat wordt overgelaten aan experts van de administratie, de Commissie voor Nucleaire Voorzieningen (CNV) en de afvalverwerkingsautoriteit Niras, weg van de politiek dus. Raken de partijen het niet eens, dan kan de deal nog ontsporen." Diverse betrokkenen bevestigen dat de hoogte van de maximumfactuur de achilleshiel van het akkoord blijft. Engie krijgt dus een maximumfactuur voor de berging van het nucleaire afval, of beter gezegd een all-intarief op het geproduceerde volume afval. "De maximumfactuur gaat in feite over een vast bedrag voor een bepaald volume van nucleair afval. Als het volume verkeerd is ingeschat, moet het tarief ook voor de extra volumes betaald worden. Het volumerisico blijft dus voor de exploitant", zei minister van Energie Tinne Van der Straeten (Groen) vorige week in de Kamercommissie. Voor Engie is dat kostenplafond van groot belang. De aanslepende onzekerheid over de factuur weegt op de beurskoers van de Franse groep. In december verhoogde de CNV de provisies voor het nucleaire passief nog met 3,3 miljard euro. Dat kan tellen, want op de beurs is Engie momenteel slechts 31 miljard euro waard. En zonder deal kan de factuur om de drie jaar worden aangepast. De maximumfactuur voor de berging van het hoogradioactieve en langlevende nucleaire afval wordt al toegekend in maart 2024, op voorwaarde dat Engie voldoende vooruitgang boekt om de levensduurverlenging tijdig rond te krijgen. De berging van dat afval is goed voor 75 procent van de totale bergingskosten, die in december op bijna 10 miljard euro zijn begroot. Hoe sneller dat bedrag afgeklopt wordt, hoe beter voor Engie. Voor een maximumfactuur op het laagradioactieve afval moet Engie meer geduld oefenen. Dat plafond komt er pas als de kerncentrales opnieuw opgestart worden in 2026 of uiterlijk 2027. Omdat het om een kleiner bedrag gaat, is die latere toekenning geen breekpunt voor Engie. De versnelde toekenning van de maximumfactuur voor het hoogradioactieve en langlevende afval zorgde voor een doorbraak in de onderhandelingen. Engie heeft ook verkregen dat de maximumfactuur niet opgeschort wordt, als het de kerncentrales niet tijdig kan opstarten. De streefdatum is november 2026, maar indien nodig kan Engie verlengingen spelen tot 1 november 2027. En als de centrales ook die dag niet operationeel zijn, verliest Engie de maximumfactuur alleen als het bedrijf grove fouten heeft gemaakt. Wat betreft het hoogradioactieve en langlevende afval, kan de overheid de maximumfactuur enkel annuleren als Engie wegloopt van de deal of bij grove nalatigheid door Engie. Het is ook aan de overheid om die fout te bewijzen. Dat principe geldt ook voor de maximumfactuur van het laagradioactieve afval. Als de kerncentrales op 1 november 2027 niet draaien, kan de overheid dat plafond enkel annuleren als de stilstand te wijten is aan een grove fout door Engie, te bewijzen door de overheid. Engie heeft zich dus niet laten vastpinnen op de effectieve doorstart van de centrales. Het gaat om een middelenverbintenis, niet om een resultaatsverbintenis. Uit het perspectief van Engie is dat logisch, omdat de centrales pas kunnen worden opgestart na goedkeuring door het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC), wat buiten de macht van Engie ligt. De maximumfactuur blijft overeind als de kerncentrales niet tijdig herstarten, tenzij Engie er een boeltje van zou maken. Engie krijgt dus in 2024 al grotendeels de maximumfactuur, als het voldoende vooruitgang heeft geboekt, terwijl de overheid geen garanties heeft dat de centrales in 2027 weer elektriciteit produceren. Experts verwachten echter dat Engie zijn uiterste best zal doen om de centrales tijdig operationeel te krijgen. Daar heeft het bedrijf belang bij, zeker als het nog een slaatje kan slaan uit de levensduurverlenging met een gegarandeerd rendement. Als er een billijk akkoord is over de hoogte van de maximumfactuur, komt de levensduurverlenging tijdig in orde, is te horen bij betrokkenen. Engie zal dus zijn best doen om de centrales tegen november 2026 weer operationeel te krijgen. De regering rekent op die centrales om de bevoorradingszekerheid te verstevigen, want vooral de winters van 2025, 2026 en 2027 kondigen zich als moeilijk aan. Omdat in 2025 alle Belgische kerncentrales tijdelijk dicht zullen zijn, zal België elektriciteit moeten invoeren, maar die mogelijkheid staat op losse schroeven door de aanhoudende problemen met de Franse kerncentrales. Ook achter de invoercapaciteit uit Duitsland staan vraagtekens. De netbeheerder Elia verwacht voor de winters van 2025-2026 en 2026-2027 mogelijke capaciteitstekorten die kunnen oplopen tot respectievelijk 1,2 en 1,6 gigawatt. De 2 gigawatt van Doel 4 en Tihange 3 zijn in dat scenario meer dan welkom. Gezien de sleutelrol die Engie Electrabel speelt in de Belgische elektriciteitsvoorziening, belooft het bedrijf de bevoorradingszekerheid in de gaten te houden en bij tekorten alle beschikbare capaciteit in te zetten. "De Belgische markt blijft belangrijk voor Engie, dat hier de belangrijkste leverancier is en inzet op hernieuwbare energie. Het wil niet alle bruggen opblazen", zegt Lothar Van Driessche. Engie kreeg wel een maximumfactuur voor de berging van het afval, maar geen kostenplafond voor de ontmanteling van de kerncentrales. De CNV verhoogde in december de provisies voor de ontmanteling nog met 2,3 miljard tot 8,5 miljard euro. Engie Electrabel blijft onverminderd verantwoordelijk voor die factuur, die de CNV nog altijd om de drie jaar kan herzien. Dat is verteerbaar voor Electrabel, omdat de ontmantelingskosten beter voorspelbaar worden en minder ver in de tijd liggen. Het risico op een verdere ontsporing van de factuur is dus kleiner. De regering verkreeg ook extra waarborgen dat Engie Electrabel de verschuldigde bedragen ook effectief kan betalen. Als alles volgens plan verloopt, staat Engie Electrabel in 2024 in voor de maximumfactuur voor het hoogradioactieve en langlevende afval, en in 2027 voor de factuur voor het laagradioactieve afval. Intussen moet het bedrijf eventueel nog hogere provisies voor de ontmantelingskosten kunnen financieren. In het verleden vreesde de overheid dat Engie aan het nucleaire passief probeerde te ontsnappen door zijn Belgische dochter financieel uit te kleden. Experts vinden in het akkoord geen sterfhuisconstructie. Engie zondert de kerncentrales af in een nieuwe vennootschap, NuclearCo, om het nucleaire passief te isoleren van de groep, maar die nieuwe vennootschap zal ook de Belgische en de Europese activa van Engie-Electrabel omvatten, om de financiële slagkracht te beschermen. Wel laat het akkoord aan Engie de mogelijkheid om activa opnieuw geleidelijk uit de vennootschap te halen, mits de kerncentrales opnieuw opgestart worden en de CNV akkoord gaat. "Het inbouwen van garanties dat Engie Electrabel aan de verplichtingen zal kunnen voldoen, was voor de regering duidelijk cruciaal in dit akkoord", zegt een waarnemer. De regering verkreeg ook dat de moedergroep Engie zich borg stelt voor alle verplichtingen van Engie Electrabel, zonder plafond. Die borg staat echter niet cash op de rekening van de overheid en heeft dus maar waarde voor zover Engie voldoende solvabel blijft, zoals dat vandaag het geval is. Engie kan de borgstelling vandaag vlotter op tafel leggen, omdat het bedrijf al een groot deel van de verschuldigde sommen en de verkregen leningen cash betaald of terugbetaald heeft aan Synatom, dat de nucleaire spaarpot beheert. Het saldo wordt de eerstkomende jaren betaald, zoals geregeld door een recente wetswijziging, die de nucleaire spaarpot beter beveiligt. Engie garandeert ook de operationele werking van de centrales, door bijvoorbeeld extra personeel te leveren als er personeelstekorten dreigen. Als partners in de nieuwe vennootschap NucleairSub, die Doel 4 en Tihange 3 voor tien jaar zal uitbaten, hebben Engie en de Belgische overheid het gezamenlijke belang dat ze hun broek niet scheuren aan dit avontuur. In principe kan de levensduurverlenging een rendabele operatie worden, zonder steun. Er moet ongeveer 1 miljard euro geïnvesteerd worden om de levensduur met tien jaar te verlengen. Dat lijkt veel, maar een nieuwe kerncentrale kost vlot 10 miljard euro. "Een ruwe berekening leert dat de investering van 1 miljard euro op tien jaar billijk kan worden terugverdiend bij elektriciteitsprijzen van ruim 30 euro per megawattuur", zegt een expert. Bij de huidige elektriciteitsprijzen lijkt dat een fluitje van een cent, maar de prijzen kunnen de volgende jaren opnieuw dalen. Een nog groter risico is de mogelijke uitval van de centrales, gezien ze niet meer van de jongste zijn. Omdat de verwachte stroomproductie doorgaans op voorhand verkocht is, moet de operator stroom inkopen als de centrales onverwacht stilliggen. Als de spotprijzen hoog zijn, zoals dat de jongste tijd het geval is, kan de kostprijs daarvan hoog oplopen. Onder meer door pannes hebben de kerncentrales de voorbij acht jaar maar één keer winst gemaakt. De overheid en Engie willen dus financiële zekerheden inbouwen. Het akkoord spreekt van twee manieren om de uitbating voldoende rendabel te maken. Dat kan door een minimale stroomprijs te bieden, of door een minimumrendement op de ingezette activa te garanderen. Een belangrijk punt is tegen welke waarde Doel 4 en Tihange 3 ingebracht worden in de nieuwe vennootschap. De centrales zijn afgeschreven, maar als ze geherwaardeerd worden, heeft dat mogelijk een enorme impact op de vergoeding. Belangrijk is ook hoeveel de nieuwe vennootschap aan Engie zal betalen voor de uitbating van de centrales. Dat moet in principe tegen een marktconform tarief gebeuren, maar hier liggen mogelijkheden voor Engie om flink door te rekenen. "Die details van de vergoeding beslissen of het een goede of een slechte deal wordt", zegt N-VA-Kamerlid Bert Wollants. Deze steun kan ervoor zorgen dat de overheid moet bijpassen of dat de stroom tegen hogere prijzen wordt verkocht dan de marktprijzen. "Een alternatief is dat Doel 4 en Tihange 3 de opgewekte stroom op voorhand verkopen aan grote industriële afnemers. Zo krijgt onze industrie zicht op betaalbare energie. Ook de operatoren van de windparken verkopen hun stroom op die manier", zegt een insider. Vooral de omvang van de maximumfactuur blijft dus de inzet van de onderhandelingen. Wel is er een methodologie afgesproken om tot een "all-intarief" te komen per geproduceerd vat nucleair afval. In dat tarief wordt nog een risicopremie meegenomen, maar ook de hoogte van die premie is nog voer voor discussie. Met welke inflatie en welke actualisatievoet wordt rekening gehouden met de horizon op 2135? Welke technologie zal beschikbaar zijn om het afval te bergen of te verwerken? Als over enkele decennia modulaire kernreactoren ontwikkeld zijn, die het hoogradioactieve en langlevende afval als brandstof kunnen gebruiken, moet de berging dan nog duur ondergronds gebeuren? Bovenal moet de regering nog beslissen hoe de berging zal gebeuren. Tegen 15 maart zou er witte rook moeten zijn, maar dat is een heel strakke timing. De volgende belangrijke datum is 30 juni. Dan willen de partijen de blanco's ingevuld hebben en een definitief, bindend akkoord ondertekenen. "Dat is de herziene go/no-godatum voor de verlenging", staat in de deal van 9 januari. Bij een no-go vervallen alle afspraken. "De kans bestaat dat de deal afspringt op de maximumfactuur", zegt Bert Wollants. Raken Engie en de overheid het niet eens over de omvang van de maximumfactuur, dan blijft het systeem van driejaarlijkse herziening door de CNV behouden, maar daar zit bij Engie niemand op te wachten. De ultieme slotvraag is dus hoeveel Engie bereid is te betalen om van het nucleaire passief af te zijn, en hoeveel de overheid daarvoor wil krijgen om de belastingbetaler voldoende te beschermen. De volgende weken en maanden zullen beide partijen definitief moeten beslissen of de wijn drinkbaar is.