Dertig jaar consensus over meer handel, meer markt en minder staatsgrenzen, door tegenstanders weggezet als 'neoliberalisme' of 'globalisme', zijn voorbij. De financiële crisis van 2008 heeft de relatie tussen overheden, centrale banken en financiële markten getransformeerd. De vluchtelingencrisis van 2015 en haar nageboorte met de brexit hebben de staatsgrenzen hersteld. De strategische concurrentie tussen China, de Verenigde Staten en het bredere Westen draait de globalisering terug. De pandemie heeft de markt door de overheid vervangen. De staat is de winnaar van alle grote verschuivingen sinds 2008.

Geen ideologie, geen intellectuele revolutie, maar crisis en pragmatisme hebben overheden en publiek bestuur achter het stuur gezet. Tegelijkertijd zijn daarmee nieuwe politieke breuklijnen ontstaan. Hoever gaan we het monetair beleid en het schuldenbeleid politiseren? Hoever slaat de slinger van open grenzen en multiculturele tolerantie terug? Tot waar gaat de nationale verankering van de industrie, de technologie en de productie? Waar ligt de limiet van politieke planning, overheidssteun en overheidscontrole bij en na de relance?

Die nieuwe breuklijnen zijn de voedingsbodem voor een nieuwe intellectuele en ideologische strijd. Worden steeds meer schulden en meer belastingen het nieuwe politieke normaal, of maken we keuzes tussen publieke kerntaken en persoonlijke verantwoordelijkheden? Welk discours van waarden en identiteit wordt dominant in de herstelde natiestaat: westerse assimilatie of hypersensitieve identiteitspolitiek? Wordt het industriële beleid een planeconomie, wordt het klimaatbeleid antikapitalisme, worden protectionisme en overheidssteun de standaard? Of kiezen we voor een nieuwe overheid, in een slimme tandem met vrije markten en concurrentie?

Het zijn gouden tijden voor politieke vernieuwing.

De terugkeer van de hyperactieve staat is ook politieke doping voor de erfenis van aanslepende probleemdossiers in onze gestolde democratie. Gaan we de pensioenen finaal hervormen, of alsnog meer pensioenschulden maken? Gaan we de gezondheidszorg met wetenschap, technologie en innovatie transformeren, of steeds meer onder de hand van de overheid leggen? Gaan we de digitale en elektrische mobiliteitsrevolutie faciliteren, of blijven we zweren bij de NMBS en de MIVB? Gaan we ons belastingsysteem moderniseren of blijven we nieuwe rijkentaksen improviseren?

Het zijn gouden tijden voor politieke vernieuwing. Welke politieke partij zal welke groeikavel van de nieuwe breuklijnen ideologisch kunnen verzilveren? Ecologie en klimaat zijn niet voorbestemd om links te zijn als iedereen een actieve klimaatstrategie wil. Identiteit, veiligheid en waarden zijn niet voorbestemd om rechts te zijn als staat, rechtsstaat en burgerschap gedeelde prioriteiten zijn. Overheid vs. markt is niet langer links vs. rechts als iedereen de beide combineert. Arbeid vs. kapitaal heeft definitief afgedaan als de overheid hand in hand gaat met industrie, digitalisering en groene economie.

Vertaald naar het Vlaamse politieke landschap zijn de vragen duidelijk. Kan de christendemocratie de uitstervende echo van het katholicisme overstijgen? Kan het socialisme het uitstervende proletarische marxisme overstijgen? Kunnen de liberalen het uitstervende neoliberalisme en multiculturalisme overstijgen? Blijven klimaat en ecologie het monopolie van links-groen? Blijven migratie, veiligheid en identiteit het jachtterrein van nationalistisch of extremistisch conservatisme?

De Vlaamse socialisten zijn alvast begonnen met een vernieuwingsoperatie die vooralsnog veel communicatie en weinig visie oplevert. Andere partijen zullen volgen. Welke partij zal de nieuwe overheid uitvinden, mobiliseren en afbakenen als katalysator voor de nieuwe uitdagingen van onze tijd? Die partij wordt de groeipartij van de toekomst.

Dertig jaar consensus over meer handel, meer markt en minder staatsgrenzen, door tegenstanders weggezet als 'neoliberalisme' of 'globalisme', zijn voorbij. De financiële crisis van 2008 heeft de relatie tussen overheden, centrale banken en financiële markten getransformeerd. De vluchtelingencrisis van 2015 en haar nageboorte met de brexit hebben de staatsgrenzen hersteld. De strategische concurrentie tussen China, de Verenigde Staten en het bredere Westen draait de globalisering terug. De pandemie heeft de markt door de overheid vervangen. De staat is de winnaar van alle grote verschuivingen sinds 2008. Geen ideologie, geen intellectuele revolutie, maar crisis en pragmatisme hebben overheden en publiek bestuur achter het stuur gezet. Tegelijkertijd zijn daarmee nieuwe politieke breuklijnen ontstaan. Hoever gaan we het monetair beleid en het schuldenbeleid politiseren? Hoever slaat de slinger van open grenzen en multiculturele tolerantie terug? Tot waar gaat de nationale verankering van de industrie, de technologie en de productie? Waar ligt de limiet van politieke planning, overheidssteun en overheidscontrole bij en na de relance?Die nieuwe breuklijnen zijn de voedingsbodem voor een nieuwe intellectuele en ideologische strijd. Worden steeds meer schulden en meer belastingen het nieuwe politieke normaal, of maken we keuzes tussen publieke kerntaken en persoonlijke verantwoordelijkheden? Welk discours van waarden en identiteit wordt dominant in de herstelde natiestaat: westerse assimilatie of hypersensitieve identiteitspolitiek? Wordt het industriële beleid een planeconomie, wordt het klimaatbeleid antikapitalisme, worden protectionisme en overheidssteun de standaard? Of kiezen we voor een nieuwe overheid, in een slimme tandem met vrije markten en concurrentie? De terugkeer van de hyperactieve staat is ook politieke doping voor de erfenis van aanslepende probleemdossiers in onze gestolde democratie. Gaan we de pensioenen finaal hervormen, of alsnog meer pensioenschulden maken? Gaan we de gezondheidszorg met wetenschap, technologie en innovatie transformeren, of steeds meer onder de hand van de overheid leggen? Gaan we de digitale en elektrische mobiliteitsrevolutie faciliteren, of blijven we zweren bij de NMBS en de MIVB? Gaan we ons belastingsysteem moderniseren of blijven we nieuwe rijkentaksen improviseren?Het zijn gouden tijden voor politieke vernieuwing. Welke politieke partij zal welke groeikavel van de nieuwe breuklijnen ideologisch kunnen verzilveren? Ecologie en klimaat zijn niet voorbestemd om links te zijn als iedereen een actieve klimaatstrategie wil. Identiteit, veiligheid en waarden zijn niet voorbestemd om rechts te zijn als staat, rechtsstaat en burgerschap gedeelde prioriteiten zijn. Overheid vs. markt is niet langer links vs. rechts als iedereen de beide combineert. Arbeid vs. kapitaal heeft definitief afgedaan als de overheid hand in hand gaat met industrie, digitalisering en groene economie.Vertaald naar het Vlaamse politieke landschap zijn de vragen duidelijk. Kan de christendemocratie de uitstervende echo van het katholicisme overstijgen? Kan het socialisme het uitstervende proletarische marxisme overstijgen? Kunnen de liberalen het uitstervende neoliberalisme en multiculturalisme overstijgen? Blijven klimaat en ecologie het monopolie van links-groen? Blijven migratie, veiligheid en identiteit het jachtterrein van nationalistisch of extremistisch conservatisme? De Vlaamse socialisten zijn alvast begonnen met een vernieuwingsoperatie die vooralsnog veel communicatie en weinig visie oplevert. Andere partijen zullen volgen. Welke partij zal de nieuwe overheid uitvinden, mobiliseren en afbakenen als katalysator voor de nieuwe uitdagingen van onze tijd? Die partij wordt de groeipartij van de toekomst.