De Duitse federale regering beleeft haar laatste stuiptrekkingen. Bondskanselier Angela Merkel (CDU), sinds 2005 aan de macht, is sinds de verkiezingen - inmiddels al twee jaar geleden - uitgeblust en versleten. De sociaaldemocraten van SPD hijsten op hun beurt het voorbije weekend twee volstrekt onbekenden op het partijschild. Het duo wil een einde maken aan de Grote Coalitie van christen- en sociaaldemocraten, en zwaait met miljardenverslindende kiesbeloftes.

Grote Coalitie is een eufemisme. De SPD, tot in de jaren negentig een van de twee grote volkspartijen, kan nog nauwelijks 15 procent van de kiezers bekoren. De grote neergang werd versneld onder het bewind van kanselier Gerhard Schröder. Zijn arbeidshervormingen deden de Duitse economie opveren. Maar de SPD kon van dat 'rechtse' beleid niet de vruchten plukken. Nooit eerder waren zoveel Duitsers aan de slag, maar een kwart werkt wel tegen precaire lonen. Dat creëert frustratie en wrevel. De SPD verliest, ten voordele van de rechts-populistische AfD.

Het wordt woelig in Duitsland.

Te lang werd wat schouderophalend naar Duitsland gekeken. Wat bij onze oosterburen gebeurde, heette 'normaal': ook elders in de wereld winnen populistische partijen aan belang. Maar Duitsland is de belangrijkste economie in de eurozone en sleept zijn beladen geschiedenis mee. Duitsland pakt maatschappelijke problemen bovendien gründlich aan. Er wordt diep gesneden en het duurt jarenlang vooraleer hernieuwing concreet wordt. Midden vorig decennium was Duitsland nog 'de zieke man' van Europa, terwijl de hervormingen van Schröder toen al volop draaiden.

Het wordt woelig bij onze belangrijkste handelspartner. Hopelijk kan de opverende Franse economie die onzekerheid enigszins temperen.