Het is bekend dat het vertrouwen van de burger stijgt naarmate het bestuursniveau dichterbij komt. Hebben 16 procent van de burgers veel vertrouwen in de federale overheid, dan stijgt dat tot 35 procent voor de steden en gemeenten, blijkt uit de Gemeente- en stadsmonitor van 2018. Terwijl premier Alexander De Croo (Open Vld) en zijn minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (sp.a) alle media-aandacht genieten, zijn het de lokale besturen die deze crisis zichtbaar managen. De lokale administratie maakt overuren om de neveneffecten van de maatregelen op te vangen. Denken we bijvoorbeeld aan de noodopvang voor kinderen of het eerste sociale vangnet voor de mensen voor wie deze crisis er te veel aan is. Daarenboven lassen de burgemeesters gretig socialemediasessies in om hun burgers correct te informeren. Dat komt boven op de aandacht voor het dagelijkse beleid of zoals de Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber in zijn boek If Mayors Ruled The World het verwoordde: 'Wat er ook gebeurt, zelfs in tijden van oorlog en belegering moeten lokale besturen zich bekommeren om het leven in de straat, om het verzorgen van parkeerplaatsen, en inderdaad, altijd en overal, om het ophalen van het vuilnis.'

Het vertrouwen van de burger herwinnen zal lokaal beginnen.

Wanneer we geleidelijk het normale leven weer aanvatten, zal er opnieuw een zware verantwoordelijkheid op de lokale besturen rusten. Wie zal instaan voor de eerste kleinschalige evenementen, de heropstart van het verenigingsleven of het noodzakelijke duwtje geven aan de lokale koopkracht? Jawel, het lokale bestuur. Die daadkrachtige inspanningen zullen het gevoel van de stad of gemeente als vertrouwde thuisbasis enkel versterken en de vertrouwenskloof met de hogere overheden verder uitdiepen. Dat hoeft geen slecht nieuws te zijn, want zodra covid definitief tot het verleden behoort, kunnen we van daaruit bouwen aan een nieuwe vertrouwensrelatie.

Speeltuintje om de hoek

Het lijkt alsof niets of niemand impact heeft op het virus. Het gevoel van machteloosheid zal de roep naar betrokkenheid bij het beleid doen toenemen. Laat de steden en gemeenten de perfecte proeftuin zijn om daaraan tegemoet te komen. Zeker omdat die vorm van participatie een directe, vaak zichtbare impact zal hebben op de dichte leefomgeving. Het gaat over het speeltuintje om de hoek, de snelheid in de straat of de bomen in het park. Vernieuwende initiatieven zoals lokale referenda, wijkbudgetten en plaatselijke burgerraden kunnen daarenboven een ruimer publiek betrekken.

Om die kans optimaal te benutten, zal ook het lokaal bestuur vertrouwen moeten genieten, van de Vlaamse en de federale overheid. Zij zullen ervoor moeten zorgen dat onze steden en gemeenten daadkrachtig kunnen blijven optreden. Voldoende middelen voor bestaande en nieuwe bevoegdheden zijn daarbij onontbeerlijk. Zij moeten goed beseffen dat de coronacrisis de kans is om het vertrouwen van de burger te herwinnen. Al zal het bottom-up moeten gebeuren. Het zal lokaal starten of het zal helemaal niet starten.

Het is bekend dat het vertrouwen van de burger stijgt naarmate het bestuursniveau dichterbij komt. Hebben 16 procent van de burgers veel vertrouwen in de federale overheid, dan stijgt dat tot 35 procent voor de steden en gemeenten, blijkt uit de Gemeente- en stadsmonitor van 2018. Terwijl premier Alexander De Croo (Open Vld) en zijn minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (sp.a) alle media-aandacht genieten, zijn het de lokale besturen die deze crisis zichtbaar managen. De lokale administratie maakt overuren om de neveneffecten van de maatregelen op te vangen. Denken we bijvoorbeeld aan de noodopvang voor kinderen of het eerste sociale vangnet voor de mensen voor wie deze crisis er te veel aan is. Daarenboven lassen de burgemeesters gretig socialemediasessies in om hun burgers correct te informeren. Dat komt boven op de aandacht voor het dagelijkse beleid of zoals de Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber in zijn boek If Mayors Ruled The World het verwoordde: 'Wat er ook gebeurt, zelfs in tijden van oorlog en belegering moeten lokale besturen zich bekommeren om het leven in de straat, om het verzorgen van parkeerplaatsen, en inderdaad, altijd en overal, om het ophalen van het vuilnis.'Wanneer we geleidelijk het normale leven weer aanvatten, zal er opnieuw een zware verantwoordelijkheid op de lokale besturen rusten. Wie zal instaan voor de eerste kleinschalige evenementen, de heropstart van het verenigingsleven of het noodzakelijke duwtje geven aan de lokale koopkracht? Jawel, het lokale bestuur. Die daadkrachtige inspanningen zullen het gevoel van de stad of gemeente als vertrouwde thuisbasis enkel versterken en de vertrouwenskloof met de hogere overheden verder uitdiepen. Dat hoeft geen slecht nieuws te zijn, want zodra covid definitief tot het verleden behoort, kunnen we van daaruit bouwen aan een nieuwe vertrouwensrelatie. Het lijkt alsof niets of niemand impact heeft op het virus. Het gevoel van machteloosheid zal de roep naar betrokkenheid bij het beleid doen toenemen. Laat de steden en gemeenten de perfecte proeftuin zijn om daaraan tegemoet te komen. Zeker omdat die vorm van participatie een directe, vaak zichtbare impact zal hebben op de dichte leefomgeving. Het gaat over het speeltuintje om de hoek, de snelheid in de straat of de bomen in het park. Vernieuwende initiatieven zoals lokale referenda, wijkbudgetten en plaatselijke burgerraden kunnen daarenboven een ruimer publiek betrekken.Om die kans optimaal te benutten, zal ook het lokaal bestuur vertrouwen moeten genieten, van de Vlaamse en de federale overheid. Zij zullen ervoor moeten zorgen dat onze steden en gemeenten daadkrachtig kunnen blijven optreden. Voldoende middelen voor bestaande en nieuwe bevoegdheden zijn daarbij onontbeerlijk. Zij moeten goed beseffen dat de coronacrisis de kans is om het vertrouwen van de burger te herwinnen. Al zal het bottom-up moeten gebeuren. Het zal lokaal starten of het zal helemaal niet starten.