De verkiezingscampagne heeft last van de ziekte van Juncker. "We weten wat we moeten doen, maar we weten niet hoe we verkozen moeten raken áls we het doen", zei Jean-Claude Juncker in 2011 in volle eurocrisis. Die summiere maar correcte samenvatting van het politieke ambt wordt dezer dagen naadloos in praktijk gebracht door dichte drommen Belgische politici. Bijna allemaal weten ze, of horen ze toch te weten, welke maatregelen het land nodig heeft om zijn huishouding op orde te zetten.

Maar in plaats van noodzakelijke en soms pijnlijke maatregelen voor te stellen regent het, vooral aan de linkerzijde, luchtkastelen en loze beloftes. Alsof onze beroepsbevolking vergroent in plaats van vergrijst. Alsof de economische groei 4 procent bedraagt in plaats van 1 procent. Alsof de werkgelegenheidsgraad 80 in plaats van 70 procent bedraagt. Alsof de overheidsuitgaven 45 procent van het bruto binnenlands product bedragen in plaats van meer dan 50 procent.

Veronderstel dat er een politicus zou opkomen die niet de ambitie heeft verkozen te raken, maar die een langetermijnvisie op tafel wil leggen. Met welk programma zou hij of zij naar de kiezer trekken? De volgende maatregelen mogen zekere niet ontbreken in dat programma.

Verlaag het pensioen van mensen die vervroegd met pensioen gaan. Voer de pensioenmalus weer in voor wie geen carrière van 45 jaar achter de rug heeft. In zowat alle OESO-landen daalt het pensioen met 5 procent per jaar dat iemand vroeger dan de wettelijke leeftijd met pensioen gaat. Tot in 1991 was dat in België ook zo, tot de pensioenmalus in het retour du coeur-beleid van de PS geschrapt werd.

De wortels van ons penioenprobleem liggen daar, want het ontbreken van een pensioenmalus vormt een subsidie voor het vervroegde pensioen en een hoge belasting op langer werken. De beslissing om met pensioen te gaan wordt pas financieel neutraal als de pensioenmalus 5 procent per jaar bedraagt. Nu moet je halfgek zijn om te blijven werken tot de wettelijke pensioenleeftijd. Als de gemiddelde effectieve pensioenleeftijd slechts 60 jaar is in België, is dat in grote mate te wijten aan het ontbreken van een pensioencorrectie voor wie vroeger stopt met werken. Elke partij pleit voor lagere lasten op arbeid, maar geen enkele durft met de pensioenmalus een de meest effectieve én meest billijke maatregel op tafel te leggen om de werkgelegenheidsgraad te verhogen.

Het regent luchtkastelen en loze beloftes tijdens de verkiezingscampagne.

Verlaag en vereenvoudig de belastingen. De belastingdruk is onder de regering-Michel I licht gedaald, maar zelfs de lastendruk op arbeid blijft bij de hoogste in Europa. Zowel het gemiddelde tarief als de marginale tarieven moeten naar omlaag, zeker voor de laagste inkomens. Het verschil tussen werken en niet werken blijft veel te klein. Soms blijft de financiële verbetering beperkt tot amper 10 procent, als werkloosheid ingeruild wordt voor een fulltimebaan. De verdere verlaging van de belastingdruk moet worden gekoppeld aan andere maatregelen op de arbeidsmarkt, zoals de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd, de afbouw van de anciënniteit en een verdere flexibilisering.

En vereenvoudig de belastingen, met zo weinig mogelijk uitzonderingen, omdat belastingen met een zo breed mogelijke grondslag tegen zo laag mogelijke tarieven doorgaans de meest billijke en meest efficiënte zijn. Dat kan desnoods via een duaal systeem, met een eerste pot van arbeidsinkomsten die progressief wordt belast, en een tweede pot van andere inkomsten belast tegen een vast tarief. Dat impliceert het belasten van de reële huurinkomsten, maar daar wil zelfs de PS niet van horen.

Financier de belastingverlaging met een beheersing van de uitgaven. Dat is een moeilijke oefening, die veel inspanningen vergt voor weinig applaus. Zelfs de centrumrechtse regering beet er haar tanden op stuk. Het is al een succes als de overheid minder uitgeeft. Misschien moet het Planbureau eens het ideale verkiezingsprogramma doorrekenen. Je weet nooit dat er iemand mee naar de kiezer stapt.