Sinds de regering-Michel ruim een jaar geleden aan de macht kwam, is de koopkracht van de gezinnen flink gestegen. Op zich heeft de regering daar geen verdienste aan. De effecten van de taxshift - meer banen en een hoger nettoloon - zijn vooral in het tweede deel van de legislatuur te verwachten. Nee, dank de olieproducerende landen daarvoor maar, die om hun marktaandeel te verdedigen de oliekraan hebben opengedraaid en de prijs van het zwarte goud onderuit hebben gehaald.
...

Sinds de regering-Michel ruim een jaar geleden aan de macht kwam, is de koopkracht van de gezinnen flink gestegen. Op zich heeft de regering daar geen verdienste aan. De effecten van de taxshift - meer banen en een hoger nettoloon - zijn vooral in het tweede deel van de legislatuur te verwachten. Nee, dank de olieproducerende landen daarvoor maar, die om hun marktaandeel te verdedigen de oliekraan hebben opengedraaid en de prijs van het zwarte goud onderuit hebben gehaald.Die bonus is niet min. In 2014 daalde onze oliefactuur met ongeveer 6 miljard euro, en in 2015 nog eens met 600 miljoen euro. Mocht de euro in dezelfde periode niet danig zijn verzwakt tegenover de dollar, dan zou het voordeel nog hoger zijn opgelopen. "De forse daling van de olieprijs sinds de tweede helft van 2014 jaagt de economische groei dit jaar naar schatting 0,3 procent hoger en 0,6 procent volgend jaar", zegt Johan Van Gompel, econoom van KBC. Ook de bedrijven doet een gouden zaak. "Het voordeel van de lagere oliefactuur gaat voor bijna drie kwart naar de werkgevers, ongeveer een kwart gaat naar de gezinnen en de rest naar de overheid", zegt Van Gompel. De afkoelende werking van de lagere olieprijzen op de inflatie geeft ook de Europese Centrale Bank vrij spel om een extreem soepel geldbeleid te voeren. Wereldwijd is er een inkomenstransfer van 2000 miljard dollar van de olie-exporterende naar de olie-invoerende landen op gang gekomen. Dat geeft de wereldeconomie een zetje, omdat de importeurs die centen doorgaans meer uitgeven dan de exporteurs. Kortom, zonder de crash van de olieprijzen zou het plaatje van de westerse economie er nog een stuk minder gunstig uitzien.Maar dat cadeau laat een bittere nasmaak achter. Van Saoedi-Arabië is al langer bekend dat het de radicale islam uitdraagt, en dat er - vooral private - geldstromen naar IS en het internationale terrorisme vertrekken. De verhouding tussen het Westen en het Saoedische koninkrijk is dubbel. In ruil voor een vrij stabiele olieaanvoer garanderen de Verenigde Staten al sinds de Tweede Wereldoorlog de veiligheid van Saoedi-Arabië. Het land kan nu symbolisch de mantel worden uitgeveegd door belastingverdragen op te zeggen of investeringen in de Antwerpse haven ter discussie te stellen, maar een omgekeerd olie-embargo, waarbij het Westen geen olie meer aankoopt uit landen die het moslimradicalisme steunen, durft zelfs niemand te suggereren. De westerse economie staat nog op veel te wankele benen om opnieuw koopkracht te verliezen aan snel stijgende olieprijzen. Vooral België, dat door zijn hoge energie-intensiteit als geen andere Europese economie gevoelig is voor volatiele energieprijzen, zou in de klappen delen. Onze inflatie zou sneller stijgen dan die in de buurlanden, en de verbetering van onze concurrentiekracht door de indexsprong en de taxshift zou al snel worden uitgehold. Er mag dan meteen een streep door de berekeningen die tot 100.000 extra banen beloven.Zover zijn we nog niet. De oliemarkt is tot nader order een markt waar de macht in handen ligt van de kopers, die de verkopers tegen elkaar kunnen uitspelen. De poppen gingen aan het dansen op de cruciale OPEC-vergadering vorig jaar. Saoedi-Arabië ruilde toen vrijwillige productiebeperkingen in voor de verdediging van zijn marktaandeel. De Saoedi's draaiden de kraan open om door lagere prijzen de concurrentie van de Amerikaanse schalieolie een hak te zetten. Ze zijn ook bang, net als alle andere olieproducerende landen, dat ze op een dag met hun oliereserves blijven zitten. Veel klanten investeren volop in hernieuwbare energie en in een lager energieverbruik, en de klimaatopwarming valt moeilijk in te passen in het businessplan van de producenten van fossiele brandstoffen. De nieuwe strategie van de olieboeren is daarom zo veel mogelijk reserves om te zetten in cash, nu het nog kan. Het resulteert in een aanhoudend overaanbod op de oliemarkt en tot de nok gevulde westerse oliereserves. Die strategie doet pijn. De meeste olie-exportererende landen, Saoedi-Arabië inbegrepen, hebben hogere olieprijzen nodig om de eindjes aan elkaar te knopen. Er worden proefballonnetjes opgelaten om de productie opnieuw in te perken, maar de kans is klein dat de volgende OPEC-vergadering een vergelijk oplevert. De deelnemers kunnen ook overwegen de storm uit te zitten. De vraag naar olie blijft aandikken, terwijl enorme investeringen nodig zijn om de productie op peil te houden. Die worden nu teruggeschroefd. De kans bestaat dus dat de de oliemarkt zich volgend jaar stabiliseert en dat de prijzen opnieuw licht aantrekken. En dan zet de regering-Michel zich het beste schrap.