Uit recente statistieken blijkt dat vorig jaar amper 0,01 procent van de werknemers met een firmawagen ervoor koos om zijn wagen deels of volledig in te ruilen tegen andere transportopties. Zowel de mobiliteitsvergoeding, in de volksmond bekend als Cash for Car, als het mobiliteitsbudget levert nog niet de verhoopte resultaten op.

Het gebrek aan succes van beide fiscale maatregelen staan in schril contrast met de resultaten van het mobiliteitsplan van Deloitte. Sinds de introductie van het Mobility@Deloitte-plan heeft 53 procent van de werknemers met een salariswagen die volledig ingeruild of minder gebruikt in ruil voor alternatieve mobiliteit. Het mobiliteitsbudget werkt wél wanneer het kadert in een gerichte, doorgedreven aanpak.

Twee systemen, één doel

De mobiliteitsvergoeding werd begin 2018 met een nobel doel gelanceerd. Om het Belgische mobiliteitsprobleem op te lossen, kunnen werknemers hun bedrijfswagen inruilen voor een financiële vergoeding. In de praktijk kiezen werknemers nauwelijks voor de cash-for-carregeling omdat het volledig opgeven van de salariswagen voor velen een te drastische keuze blijkt. De maatregel garandeert bovendien niet dat werknemers hun salariswagen inruilen voor een milieuvriendelijk alternatief. Daarnaast maakt het vorig jaar ingevoerde mobiliteitsbudget de maatregel zo goed als overbodig.

Het mobiliteitsbudget is een stap in de goede richting: de werknemer organiseert zelf zijn mobiliteitsmix: met een kleinere of groenere wagen, trein, tram of fiets. Iedereen kan voor een oplossing kiezen die aansluit bij zijn of haar situatie. Vele werkgevers vrezen echter nog steeds de complexiteit van het systeem. Mobility-as-a-Service, technologie die gebruikers mobiliteitsoplossingen op maat voorstelt, staat vandaag nog onvoldoende op punt om een echte omslag gemakkelijk te maken.

In de praktijk dienen de twee systemen - cash for car en het mobiliteitsbudget - hetzelfde doel. Wat bedoeld was als een eenvoudig idee, groeit in de praktijk uit tot een administratieve breinbreker. Het toepassen van de nieuwe maatregelen heeft een niet te onderschatten impact op de reeds bestaande systemen. Een volledige integratie van beide systemen zou de mobiliteit ten goede komen.

Een mobiliteitsbudget voor iedereen

Het mobiliteitsbudget is een positieve maatregel, maar het probleem in België is veel groter dan enkel de salariswagens. Het mobiliteitsbudget geeft werknemers met een salariswagen de kans gebruik te maken van alternatieve vervoersmogelijkheden, maar in de huidige vorm gaat het over minder dan 500.000 bestuurders. Slechts 8 procent van alle auto's zijn salariswagens, en die zijn goed voor 16 procent van alle voertuigkilometers. Beleidsmakers zouden niet enkel bestuurders van salariswagens, maar alle bestuurders van de in totaal 5,7 miljoen voertuigen bewust moeten maken en verantwoordelijkheid laten opnemen voor hun eigen mobiliteit. Waarom voeren we geen mobiliteitsbudget in voor elke werknemer? Mobiliteitswetten moeten vooral gedragsverandering als doel hebben. En waarom wordt de autofiscaliteit over alle bestuurslagen heen niet herdacht om precies deze gedragsverandering mogelijk te maken?

Optimaliseer de mobiliteitsmix

Het mobiliteitsbudget vindt niet plaats in een vacuüm. Voor veel werknemers is de wagen het enige alternatief om efficiënt op het werk te geraken. Niet alleen moeten bedrijven rekening houden met de nabijheid van het openbaarvervoersnetwerk. Werknemers moeten ook kunnen experimenteren met diverse en duurzame alternatieven zoals bustickets, treinabonnementen of deelsystemen. Laat werkgevers en werknemers kennismaken met nieuwe systemen en de negatieve perceptie van de alternatieven zal verdwijnen.

Het mobiliteitsbudget werkt wél, met duidelijke omkadering.

Sinds de introductie van ons Mobility@Deloitte-plan, dat ingeleid werd door een vrijblijvende testperiode, heeft 8 procent van onze medewerkers die recht hebben op een salariswagen ervoor gekozen zijn wagen volledig in te ruilen tegen alternatieve opties. 45 procent koos voor mobiliteitspakketten waarmee het mogelijk is de bedrijfswagen te combineren met een openbaarvervoerabonnement of deelsystemen.

Leiderschap

De juiste fiscale maatregelen, aangevuld met een voldoende aanbod aan kwaliteitsvolle alternatieven, moet bedrijven in staat stellen hun werknemers anders en meer duurzaam met mobiliteit om te laten gaan. Maar bedrijven moeten zelf ook leiderschap vertonen om een verandering teweeg te brengen. Het Mobility@Deloitte-plan kwam ook gestaag op gang. Vandaag, een goed jaar verder, zien we dat de meerderheid van de medewerkers zijn vervoer anders invult dan voor de introductie. Succesvolle mobiliteit vraagt een belangrijke structurele wijziging, zoals kantoren dichtbij het openbaar vervoer, aantrekkelijke alternatieven zoals poolcars en -fietsen.

Zo'n mentaliteitswijziging vraagt een duidelijk leiderschap en soms ook minder populaire maatregelen. Zo kunnen werkgevers het aantal privékilometers van de salariswagens beperken door 'verantwoorde kilometers' in te voeren. Wie onbeperkt privé mag rijden, neemt sneller de wagen, ook als andere opties voor handen zijn. Het terugschroeven van die privékilometers helpt om een duurzame mobiliteitsmix te creëren.

Als bedrijven voluit kiezen voor een langetermijnvisie inzake mobiliteit, dan is er meer nodig dan enkel de introductie van een mobiliteitsvergoeding of mobiliteitsbudget. Overheid en bedrijfswereld kunnen op een verregaande manier samenwerken om het mobiliteitsprobleem op te lossen.

Uit recente statistieken blijkt dat vorig jaar amper 0,01 procent van de werknemers met een firmawagen ervoor koos om zijn wagen deels of volledig in te ruilen tegen andere transportopties. Zowel de mobiliteitsvergoeding, in de volksmond bekend als Cash for Car, als het mobiliteitsbudget levert nog niet de verhoopte resultaten op. Het gebrek aan succes van beide fiscale maatregelen staan in schril contrast met de resultaten van het mobiliteitsplan van Deloitte. Sinds de introductie van het Mobility@Deloitte-plan heeft 53 procent van de werknemers met een salariswagen die volledig ingeruild of minder gebruikt in ruil voor alternatieve mobiliteit. Het mobiliteitsbudget werkt wél wanneer het kadert in een gerichte, doorgedreven aanpak. Twee systemen, één doelDe mobiliteitsvergoeding werd begin 2018 met een nobel doel gelanceerd. Om het Belgische mobiliteitsprobleem op te lossen, kunnen werknemers hun bedrijfswagen inruilen voor een financiële vergoeding. In de praktijk kiezen werknemers nauwelijks voor de cash-for-carregeling omdat het volledig opgeven van de salariswagen voor velen een te drastische keuze blijkt. De maatregel garandeert bovendien niet dat werknemers hun salariswagen inruilen voor een milieuvriendelijk alternatief. Daarnaast maakt het vorig jaar ingevoerde mobiliteitsbudget de maatregel zo goed als overbodig. Het mobiliteitsbudget is een stap in de goede richting: de werknemer organiseert zelf zijn mobiliteitsmix: met een kleinere of groenere wagen, trein, tram of fiets. Iedereen kan voor een oplossing kiezen die aansluit bij zijn of haar situatie. Vele werkgevers vrezen echter nog steeds de complexiteit van het systeem. Mobility-as-a-Service, technologie die gebruikers mobiliteitsoplossingen op maat voorstelt, staat vandaag nog onvoldoende op punt om een echte omslag gemakkelijk te maken.In de praktijk dienen de twee systemen - cash for car en het mobiliteitsbudget - hetzelfde doel. Wat bedoeld was als een eenvoudig idee, groeit in de praktijk uit tot een administratieve breinbreker. Het toepassen van de nieuwe maatregelen heeft een niet te onderschatten impact op de reeds bestaande systemen. Een volledige integratie van beide systemen zou de mobiliteit ten goede komen. Een mobiliteitsbudget voor iedereenHet mobiliteitsbudget is een positieve maatregel, maar het probleem in België is veel groter dan enkel de salariswagens. Het mobiliteitsbudget geeft werknemers met een salariswagen de kans gebruik te maken van alternatieve vervoersmogelijkheden, maar in de huidige vorm gaat het over minder dan 500.000 bestuurders. Slechts 8 procent van alle auto's zijn salariswagens, en die zijn goed voor 16 procent van alle voertuigkilometers. Beleidsmakers zouden niet enkel bestuurders van salariswagens, maar alle bestuurders van de in totaal 5,7 miljoen voertuigen bewust moeten maken en verantwoordelijkheid laten opnemen voor hun eigen mobiliteit. Waarom voeren we geen mobiliteitsbudget in voor elke werknemer? Mobiliteitswetten moeten vooral gedragsverandering als doel hebben. En waarom wordt de autofiscaliteit over alle bestuurslagen heen niet herdacht om precies deze gedragsverandering mogelijk te maken? Optimaliseer de mobiliteitsmixHet mobiliteitsbudget vindt niet plaats in een vacuüm. Voor veel werknemers is de wagen het enige alternatief om efficiënt op het werk te geraken. Niet alleen moeten bedrijven rekening houden met de nabijheid van het openbaarvervoersnetwerk. Werknemers moeten ook kunnen experimenteren met diverse en duurzame alternatieven zoals bustickets, treinabonnementen of deelsystemen. Laat werkgevers en werknemers kennismaken met nieuwe systemen en de negatieve perceptie van de alternatieven zal verdwijnen.Sinds de introductie van ons Mobility@Deloitte-plan, dat ingeleid werd door een vrijblijvende testperiode, heeft 8 procent van onze medewerkers die recht hebben op een salariswagen ervoor gekozen zijn wagen volledig in te ruilen tegen alternatieve opties. 45 procent koos voor mobiliteitspakketten waarmee het mogelijk is de bedrijfswagen te combineren met een openbaarvervoerabonnement of deelsystemen. Leiderschap De juiste fiscale maatregelen, aangevuld met een voldoende aanbod aan kwaliteitsvolle alternatieven, moet bedrijven in staat stellen hun werknemers anders en meer duurzaam met mobiliteit om te laten gaan. Maar bedrijven moeten zelf ook leiderschap vertonen om een verandering teweeg te brengen. Het Mobility@Deloitte-plan kwam ook gestaag op gang. Vandaag, een goed jaar verder, zien we dat de meerderheid van de medewerkers zijn vervoer anders invult dan voor de introductie. Succesvolle mobiliteit vraagt een belangrijke structurele wijziging, zoals kantoren dichtbij het openbaar vervoer, aantrekkelijke alternatieven zoals poolcars en -fietsen. Zo'n mentaliteitswijziging vraagt een duidelijk leiderschap en soms ook minder populaire maatregelen. Zo kunnen werkgevers het aantal privékilometers van de salariswagens beperken door 'verantwoorde kilometers' in te voeren. Wie onbeperkt privé mag rijden, neemt sneller de wagen, ook als andere opties voor handen zijn. Het terugschroeven van die privékilometers helpt om een duurzame mobiliteitsmix te creëren. Als bedrijven voluit kiezen voor een langetermijnvisie inzake mobiliteit, dan is er meer nodig dan enkel de introductie van een mobiliteitsvergoeding of mobiliteitsbudget. Overheid en bedrijfswereld kunnen op een verregaande manier samenwerken om het mobiliteitsprobleem op te lossen.