Onze Noorderburen hebben een traditie van politieke brandbrieven. Dat klinkt alleszins vruchtbaarder dan onze kibbelkabinetten. Vorige week stuurde de Nederlandse Tweede Kamer een brandbrief naar Mario Draghi, de aftredende voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), die een nieuw pakket monetaire stimuleringsmaatregelen had aangekondigd. Die zouden het rendement van de Nederlandse pensioenspaarders, die 1400 miljard euro in pensioenfondsen hebben belegd, oneerlijk benadelen, stond in de brief.

Draghi onderkende tijdens de persconferentie de limieten van de ECB-maatregelen. Hij richtte zich impliciet tot Nederland en andere lidstaten die al jaren de vinger op de knip houden en daarmee de effecten van zijn beleid afremmen. "Het is hoog tijd dat het budgettaire beleid het voortouw neemt", zei de Italiaan. Met andere woorden: de ECB heeft gedaan wat ze kon om via een lage rente de economische bedrijvigheid en de inflatie aan te wakkeren. Met beperkt succes, dus is het aan de overheden om die mee aan te stoken.

Het is uitkijken hoeveel van de ambitie van de Europese Commissie zal overblijven.

De ironie wil dat de grootste criticasters van de ECB komen uit lidstaten die de meeste ruimte hebben om hun overheidsportefeuille open te trekken, maar dat steevast weigeren te doen. Toegegeven, de Nederlandse en de Duitse economie zitten bijna op haar volle capaciteit, dus wie zal daar die extra overheidsinvesteringen uitvoeren? Daar kan de Europese interne markt dan weer een belangrijk rol in spelen.

De nieuwe Europese Commissie heeft terecht de ambitie de interne markt verder te verdiepen, om het vrije verkeer van diensten en werknemers te verankeren. Daarnaast moet de verdere integratie van de kapitaalmarkten de Europese Unie meer economische slagkracht geven. Maar elke nieuwe Commissie start met torenhoge ambities. Dus wordt het uitkijken hoeveel daarvan na vijf jaar zal overblijven, nadat die ambities door de afwateringscarrousel van de lidstaten zijn gegaan.