Nobelprijswinnaar economie Milton Friedman zei ooit dat landen ofwel open grenzen kunnen hebben, ofwel een welvaartsstaat, maar niet beide. Een welvaartsstaat met open grenzen zou de goedkope arbeid en uitkeringsimmigratie aantrekken die de welvaartsstaat uiteindelijk zou ondermijnen. In zijn oneindige wijsheid heeft Europa zijn unie gefundeerd op precies de combinatie die Friedman onmogelijk achtte: open Europese migratie, maar nationale sociale zekerheid.
...

Nobelprijswinnaar economie Milton Friedman zei ooit dat landen ofwel open grenzen kunnen hebben, ofwel een welvaartsstaat, maar niet beide. Een welvaartsstaat met open grenzen zou de goedkope arbeid en uitkeringsimmigratie aantrekken die de welvaartsstaat uiteindelijk zou ondermijnen. In zijn oneindige wijsheid heeft Europa zijn unie gefundeerd op precies de combinatie die Friedman onmogelijk achtte: open Europese migratie, maar nationale sociale zekerheid. Zolang de unie klein en homogeen bleef, was die weeffout amper zichtbaar. De contradictie tussen open grenzen en nationale sociale zekerheid werd pas duidelijk zodra armere landen tot de Europese club toetreden. De pavlovreactie van de oudere en rijkere lidstaten was een imitatie van de struisvogel. Vrije arbeidsmigratie werd telkens per onderhandeling uitgesloten gedurende een overgangsperiode. Na die periode zou de nieuwe lidstaat wel rijk genoeg zijn om een exodus van goedkope arbeidskrachten te vermijden. Ook met de uitbreiding van de Europese Unie naar Oost- en Centraal-Europa in 2004 en 2010 deden de westerse lidstaten de struisvogeldans. Maar terwijl ze op papier de voordeur voor arbeidsmigratie dichtdeden, stelden ze hun vensters, achterdeur en garagepoort open voor dienstenverkeer uit de nieuwe landen. Ze konden niet anders, want zonder de mogelijkheid voor bedrijven om in de Europese Unie diensten aan te bieden, betekent de interne markt niets. Dienstenverkeer kan echter verdacht veel op arbeidsmigratie lijken als een bedrijf uit een lidstaat zijn werknemers meeneemt om elders een klant te bedienen. Zij werken dan in een ander land zonder er juridisch naar te migreren. Dat heet detachering, ondertussen een scheldwoord. Het betekent dat voor de arbeidskosten en de sociale zekerheid van de uitgezonden werknemers in principe nog de regels van het herkomstland gelden. En zo kan het gebeuren dat goedkope Polen of Roemenen in België werken zonder aan alle Belgische voorwaarden te voldoen. In plaats van goedkope-arbeidsmigratie te weren, hebben we ze georganiseerd. Wat te doen? We kunnen alsnog de grenzen sluiten, maar dan moeten we het Verenigd Koninkrijk achterna richting de exit. We kunnen dromen van bescherming en lonen op Europees niveau, zodat sociale concurrentie tussen lidstaten wordt weggereguleerd. Die droom die circuleert vandaag, maar is een utopie. We kunnen vertrouwen op het marktmirakel van de economische convergentie, waardoor er in de EU geen veel rijkere en veel armere landen meer zullen zijn. Dan mogen we een paar generaties geduld oefenen en dat heeft niemand. Dus rest ons deze spitsvondigheid: leg aan detachering gewoon de voorwaarden van het ontvangstland op, alsof het arbeidsmigratie is. Ziedaar instantconvergentie. Dat trucje hebben de rijkere lidstaten twintig jaar geleden al uitgevonden. Het blijkt niet te volstaan, want het is compleet niet afdwingbaar. Dus probeert Europees commissaris Marianne Thyssen nog meer te doen. Maar intussen is de Unie gegroeid en hebben de armere lidstaten een blokkeringsminderheid. Wat bij ons dumping heet, is voor hen vooral handel en concurrentie. Het is een dovemansgesprek. De Unie heeft zichzelf zowel economisch als politiek vastgereden. Friedman sloeg de nagel op de kop.