Het zijn droevige tijden voor wie in de bres staat voor de modernisering van de loopbanen en de arbeidsmarkt in België. We zitten vast in het verleden. In een toekomst van algemene talentenschaarste is brugpensioen, in welke vorm ook, uitgesloten. Maar het nieuwste interprofessionele akkoord tussen de vakbonden en de werkgeversorganisaties wil het brugpensioen juist vergemakkelijken.

In een toekomst van langere levensverwachting en betere arbeidskwaliteit, dankzij de wetenschap en de technologie, is langer en anders werken zowel economisch noodzakelijk als sociaal wenselijk. Maar in alle pamfletten en betogingen van de verenigde vakbonden is pensioenhervorming des duivels en zijn zware beroepen ons lot.

In een toekomst van grote arbeidsdiversiteit, tussen gezinnen, beroepen, loopbanen, regio's, sectoren en bedrijven zijn banenvariatie, loopbaanvariatie, loonvariatie en wendbare sociale bescherming een must. Maar de arbeidsregulering ademt standaardisering en centralisering. Van de federale loonnorm tot de rotsvaste verkaveling tussen arbeiders, bedienden en zelfstandigen: het wemelt van rigide statuten met vaste grenzen.

Opeenvolgende regeringen hebben rigiditeit gecompenseerd met flexibisering in de marge. De ontslagnemende federale regering is daarin het verst gegaan, door het uitrollen van flexi-jobs die zelfs reguliere arbeid kunnen verdringen. Maar geen enkele regering heeft ooit de moed gehad het sociaal overleg te decentraliseren, de sociale bescherming te ontkoppelen van het arbeidsstatuut, of de kern van de arbeidsregulering zelf flexibel te maken.

Het arbeidsmarktbeleid wordt gedomineerd door reactionairen die de toekomst met het verleden willen bestrijden.

Het arbeidsmarktbeleid wordt in België dus gedomineerd door arbeidsmarktreactionairen die de toekomst met het verleden willen bestrijden. Zelfs bescheiden hervormingen zijn een deel van dat kernprobleem. Ze rafelen aan de marge, maar vrijwaren de kern. Ze maken uitzonderingen op wat anderszins overeind blijft, ze dwingen bepaalde groepen tot een inspanning en laten andere in ontspanning. Daarom voeden ze reactionair verzet dat elke modernisering als sociale afbraak wegzet.

Alleen een brede hervorming die iedereen op nieuwe verantwoordelijkheid aanspreekt, kan ons uit het reactionaire moeras hijsen. De aankomende verkiezingen zijn daarvoor een buitenkans. De belangrijkste uitdaging is deze: niet het arbeidsstatuut en de arbeidsvoorwaarden, maar het talent en de loopbaan behoren centraal te staan. Integreer onderwijs, levenslang leren, instroom naar werk, de doorstroming naar ander werk en langer werken in een totale benadering die duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt prioritair maakt.

We staan aan de vooravond van versnelde demografische vergrijzing en technologische disruptie. Achter het saldo van algemene talentenschaarste zullen massaal overbodige oude banen en broodnodige nieuwe banen schuilen. De omvang en de snelheid van die combinatie kunnen we niet voorspellen, maar we zullen haar zeker niet bemeesteren zonder een paradigmakanteling richting talentmobilisatie.

Wat vandaag nog doorgaat voor negatieve activering, zal morgen transformeren in positieve preventieve en curatieve loopbaanondersteuning. Wat vandaag nog dient om occasioneel de kloof tussen banen te dichten, moet morgen permanent de hele loopbaan ondersteunen. Dat vergt ook een aangepast kader voor personeelsbeleid op maat. Een volwassen loopbaanrekening en sociaal overleg op bedrijfsniveau zijn daarvoor hefbomen. Het sluitstuk is draagbare sociale bescherming die de persoon de hele loopbaan lang volgt.

In plaats van energie en geld te steken in het afkorten van de loopbaan en het opgeven van talent, moeten we mobiliseren voor het verbeteren van de loopbaan en het inzetten van talent. In plaats van slechte arbeidskwaliteit te belonen met meer pensioenrechten, moeten we goede arbeidskwaliteit stimuleren. In plaats van de afschrijfcultuur hebben we een investeringscultuur nodig. In plaats van arbeidsmarktreactionairen hebben we visionairen nodig.